Nog meer dan op zijn vele grote zeges is Johan Museeuw trots op de manier waarop hij terugvocht, na drie grote dieptepunten. "Na die bijna beenamputatie (door de val in Parijs-Roubaix 1998, nvdr), en na het hersentrauma en acht dagen coma (door een motorongeval in 2000, nvdr) heb ik twee keer gevochten tegen het leven. Twee keer heb ik gewonnen, twee keer ben ik opnieuw aan de top geraakt."

Gedreven door de liefde voor de fiets, zegt Museeuw. "Elke dag zei ik in de spiegel: 'Johan, het gaat lukken', ook al had ik véél slechte dagen. In Parijs-Tours, een van mijn eerste koersen na de val in Roubaix, moest ik op dertig kilometer van de finish lossen, met de camera's erop. Pijnlijk, maar ik pompte me moed in: volgend jaar sta ik er weer! En dat was ook zo."

Twee comebacks die de 'Leeuw van Vlaanderen' hielpen toen hij na zijn dopingbekentenis in 2007 opnieuw door een dal moest. "Ik was mentaal gehard. Al zat ik, hoewel die bekentenis een verlossing bleek, toen ook diep. Twee jaar lang heb ik me moeten 'verstoppen', want velen wilden/mochten mij niet meer zien. Ook dan, voor de derde maal, heb ik gevochten tegen het leven.

"Niet tegen fysieke pijn, maar tegen verdriet, ontgoocheling... Toch heb ik ook die strijd gewonnen. Zónder hulp van anderen, of een psycholoog. Dat werd mij nochtans aangeraden, maar ik wou het, als binnenvetter, op mijn manier doen: alleen, zodat mijn naasten er ook niet onder zouden lijden."

Een persoonlijk boek

Museeuw vond een manier om alles te verwerken: schrijven. "Ik ben daar al op het einde van mijn carrière mee begonnen, en doe dat nog altijd. In een groot, vuistdik notitieboekje, met een lintje ertussen.

"Mijn hoofd is dan wel van beton, maar mijn hart is boterzacht. En dus schrijf ik in dat boekje over mijn gedachten en gevoelens, over vreugde en verdriet, over positieve en negatieve belevenissen, de lessen des levens. In korte zinnen - ik ben niet de grootste schrijver -, maar het is wel een mooie leidraad doorheen de voorbije bijna twintig jaar.

"Niet dat ik veel herlees, ik vul meestal gewoon aan. Maar als ik terugblader, weet ik nog bij elke passage waarover het gaat. Je zou er een mooi boek van kunnen maken - ik krijg geregeld zo'n aanbod van auteurs en uitgevers - maar zulke persoonlijke zaken houd ik liever voor mezelf.

"Het is míjn boek, van niemand anders. Het ligt zelfs op een plaats waar niemand het kan vinden. Alleen mijn kinderen zullen het na mijn dood kunnen lezen. En er misschien iets uit leren."

Lees het volledige interview in onze Plus-zone of in het verjaardagsnummer van Sport/Voetbalmagazine van woensdag 18 maart.

Nog meer dan op zijn vele grote zeges is Johan Museeuw trots op de manier waarop hij terugvocht, na drie grote dieptepunten. "Na die bijna beenamputatie (door de val in Parijs-Roubaix 1998, nvdr), en na het hersentrauma en acht dagen coma (door een motorongeval in 2000, nvdr) heb ik twee keer gevochten tegen het leven. Twee keer heb ik gewonnen, twee keer ben ik opnieuw aan de top geraakt."Gedreven door de liefde voor de fiets, zegt Museeuw. "Elke dag zei ik in de spiegel: 'Johan, het gaat lukken', ook al had ik véél slechte dagen. In Parijs-Tours, een van mijn eerste koersen na de val in Roubaix, moest ik op dertig kilometer van de finish lossen, met de camera's erop. Pijnlijk, maar ik pompte me moed in: volgend jaar sta ik er weer! En dat was ook zo."Twee comebacks die de 'Leeuw van Vlaanderen' hielpen toen hij na zijn dopingbekentenis in 2007 opnieuw door een dal moest. "Ik was mentaal gehard. Al zat ik, hoewel die bekentenis een verlossing bleek, toen ook diep. Twee jaar lang heb ik me moeten 'verstoppen', want velen wilden/mochten mij niet meer zien. Ook dan, voor de derde maal, heb ik gevochten tegen het leven. "Niet tegen fysieke pijn, maar tegen verdriet, ontgoocheling... Toch heb ik ook die strijd gewonnen. Zónder hulp van anderen, of een psycholoog. Dat werd mij nochtans aangeraden, maar ik wou het, als binnenvetter, op mijn manier doen: alleen, zodat mijn naasten er ook niet onder zouden lijden."Museeuw vond een manier om alles te verwerken: schrijven. "Ik ben daar al op het einde van mijn carrière mee begonnen, en doe dat nog altijd. In een groot, vuistdik notitieboekje, met een lintje ertussen."Mijn hoofd is dan wel van beton, maar mijn hart is boterzacht. En dus schrijf ik in dat boekje over mijn gedachten en gevoelens, over vreugde en verdriet, over positieve en negatieve belevenissen, de lessen des levens. In korte zinnen - ik ben niet de grootste schrijver -, maar het is wel een mooie leidraad doorheen de voorbije bijna twintig jaar."Niet dat ik veel herlees, ik vul meestal gewoon aan. Maar als ik terugblader, weet ik nog bij elke passage waarover het gaat. Je zou er een mooi boek van kunnen maken - ik krijg geregeld zo'n aanbod van auteurs en uitgevers - maar zulke persoonlijke zaken houd ik liever voor mezelf. "Het is míjn boek, van niemand anders. Het ligt zelfs op een plaats waar niemand het kan vinden. Alleen mijn kinderen zullen het na mijn dood kunnen lezen. En er misschien iets uit leren."Lees het volledige interview in onze Plus-zone of in het verjaardagsnummer van Sport/Voetbalmagazine van woensdag 18 maart.