22 jaar en 217 dagen oud was Tadej Pogacar, toen hij afgelopen zondag Luik-Bastenaken-Luik won. Als de eerste regerende Tourwinnaar die een monument op zijn palmares zette sinds Bernard Hinault in 1979 en 1980, toen die zegevierde in de Ronde van Lombardije en in de ijsgekoelde La Doyenne. Als ook de jongste winnaar van LBL sinds Le Blaireau in 1977 een eerste keer met de bloemen zwaaide in Luik, op een leeftijd van toen 22 jaar en 162 dagen.
...

22 jaar en 217 dagen oud was Tadej Pogacar, toen hij afgelopen zondag Luik-Bastenaken-Luik won. Als de eerste regerende Tourwinnaar die een monument op zijn palmares zette sinds Bernard Hinault in 1979 en 1980, toen die zegevierde in de Ronde van Lombardije en in de ijsgekoelde La Doyenne. Als ook de jongste winnaar van LBL sinds Le Blaireau in 1977 een eerste keer met de bloemen zwaaide in Luik, op een leeftijd van toen 22 jaar en 162 dagen. Pogacar werd zo ook de jongste renner sinds de Tweede Wereldoorlog die én een grote ronde én een monument op zijn naam schreef. (Alleen Gino Bartali en Henri Cornet waren in 1936 en 1906 nog jonger).Statistieken die het fenomenale talent van de Sloveen in de verf zetten, als een alleskunner die bovendien ook tactisch slim kan koersen. Zoals hij bewees in de finale van Luik-Bastenaken-Luik, toen hij een perfecte sprint reed en zo Julian Alaphilippe van een Ardense dubbelslag hield (na diens triomf in de Waalse Pijl).Hun zeges waren het vervolg van wat zich vorig jaar al aftekende, toen zij en nog drie andere toppers, Wout van Aert, Mathieu van der Poel en Primoz Roglic, heersten in het ingekorte en uitgestelde coronaseizoen. Vier zeges van de acht eendagskoersen in de WorldTour (waarin één van hen startte), plus het WK, namen zij toen voor hun rekening. Aangevuld met drie zeges in vijf WorldTourrondes (waaraan één van hen deelnam), met de Tour de France voor Pogacar en de Vuelta voor Roglic. In totaal goed voor acht overwinningen op veertien WT-koersen voor de 'Grote Vijf.'Die dominantie zetten ze ook dit jaar voort (in koersen waarin minstens één van hen aan de start kwam): vijf zeges op tien eendagsraces in de WorldTour (Strade Bianche, Gent-Wevelgem, Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik), drie van de vier eindklassementen in WorldTourrondes (UAE Tour, Tirreno-Adriatico plus Ronde van het Baskenland), en 13 op 28 etappezeges in die rittenkoersen.In totaal waren Tadej Pogacar (6 stuks), Primoz Roglic (5), Wout van Aert (4), Mathieu van der Poel (4) en Julian Alaphilippe (2) zo goed voor 21 overwinningen op 42 WT-races, exact 50 procent.Naast die Grote Vijf mogen we Kasper Asgreen niet vergeten. Hij soleerde naar winst in de E3 Classic en de Ronde van Vlaanderen, en zette zo zelfs een straffer voorjaar neer dan zijn ploegmaat Julian Alaphilippe.Die zes waren in grote mate ook verantwoordelijk voor het succes van hun respectieve ploegen: UAE Emirates (Pogacar), Jumbo-Visma (Roglic en Van Aert), Deceuninck-Quick-Step (Alaphilippe en Asgreen) en Alpecin-Fenix (Mathieu van der Poel). Vier teams die samen met INEOS erbovenuit staken, waarvan niet toevallig er drie de lijst met de hoogste ploegbudgetten toppen (INEOS-Grenadiers, UAE Emirates en Jumbo-Visma).Daarnaast slaagt Patrick Lefevere er al vele jaren in om met Deceuninck-Quick-Step boven zijn financiële gewicht te boksen. Een voorbeeld dat ook de broers Roodhooft in beperktere mate doen bij het nog altijd procontinentale Alpecin-Fenix (al legt Mathieu van der Poel daar wel veel gewicht in de schaal).Die vijf teams wonnen dit voorseizoen liefst tien van de elf eendagsraces (91%) in de WorldTour en twaalf van de veertien belangrijkste eendagskoersen (86%), waarvan 29 op 42 podiumplaatsen (69%). Alleen Trek-Segafredo (Mads Pedersen met Kuurne-Brussel-Kuurne en Jasper Stuyven met Milaan-Sanremo) kon die hegemonie doorbreken.Ook in de WorldTour-rittenwedstrijden zwaaiden Jumbo-Visma, UAE, INEOS-Grenadiers, en in mindere mate Deceuninck-Quick-Step en Alpecin-Fenix, de scepter: 22 op 35 etappezeges en vier op vijf in het eindklassement (en dan won Max Schachmann Parijs-Nice door een crash van Primoz Roglic in de slotetappe). In de Ronde van Catalonië bezette INEOS zelfs de volledige top drie, met Adam Yates, Richie Porte en Geraint Thomas.Alles samen waren de vijf 'superteams' goed voor 36 overwinningen op 51 WorldTourwedstrijden, of liefst 70 procent, waarvan de Grote Vijf/Zes (Pogacar, Van Aert, Roglic, Van der Poel, Alaphilippe, en Asgreen) er 21 / 23 voor hun rekening namen. Aangevuld met, bij Deceuninck-Quick-Step, vijf sprintzeges voor Sam Bennett, één overwinning voor Davide Ballerini en één voor Mikkel Honoré. Bij INEOS-Grenadiers twee voor Adam Yates, één voor Dylan van Baarle, Filippo Ganna en Rohan Dennis. En bij Jumbo-Visma één zege voor Jonas Vingegaard.Opvallend: UAE Emirates en Alpecin-Fenix konden in de WorldTour alleen winnen dankzij Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel. Al is UAE momenteel nog veel meer een eenmansploeg dan Alpecin-Fenix, waar ook Tim Merlier en Jasper Philipsen op procontinentaal niveau elk drie sprintzeges veroverden (waaronder vier Belgische eendagsraces: Le Samyn, GP Monseré, Bredene Koksijde Classic en Scheldeprijs).Conclusie: het wielrennen is het laatste jaar als het ware een onofficiële Super League geworden. Dankzij de Grote Vijf/Zes - bij uitbreiding dankzij een tiental sterren - die zowat alle krenten voor hun vijf teams uit de pap haalden. Dat onevenwicht zal zich in de komende maanden, met de grote rondes in het verschiet, allicht een beetje herstellen. Maar behalve als Simon Yates (Bike Exchange) de Giro naar zijn hand zet, zullen de dikste krenten waarschijnlijk weer door Jumbo-Visma, UAE Emirates, INEOS-Grenadiers, Deceuninck-Quick-Step en Alpecin-Fenix gegeten worden.En dan moet ene Remco Evenepoel nog zijn eerste koers van het seizoen rijden, vanaf volgende week, in de Giro.