Toen hij op 1 maart 2011 de overstap maakte van Telenet-Fidea naar het WorldTourteam Quick-Step, waagde Zdenek Stybar een berekende gok. Hij gaf een succesvolle veldritcarrière op in de hoop ooit te schitteren in de grote klassiekers. Algauw won hij een rit in de Vuelta, de Strade Bianche en een rit in de Tour, maar op een eerste Vlaams voorjaarssucces moest hij wachten tot begin dit jaar in de Omloop Het Nieuwsblad. Weinigen volgden zijn parcours van zo dichtbij als professor Bert De Cuyper (KU Leuven), al bijna tien jaar zijn sportpsycholoog.
...

Toen hij op 1 maart 2011 de overstap maakte van Telenet-Fidea naar het WorldTourteam Quick-Step, waagde Zdenek Stybar een berekende gok. Hij gaf een succesvolle veldritcarrière op in de hoop ooit te schitteren in de grote klassiekers. Algauw won hij een rit in de Vuelta, de Strade Bianche en een rit in de Tour, maar op een eerste Vlaams voorjaarssucces moest hij wachten tot begin dit jaar in de Omloop Het Nieuwsblad. Weinigen volgden zijn parcours van zo dichtbij als professor Bert De Cuyper (KU Leuven), al bijna tien jaar zijn sportpsycholoog. Tom Boonen verklaarde na de Omloop: 'Dit was een andere Zdenek dan degene die ik gewoon ben.' Was dat ook uw indruk? BERT DE CUYPER: 'Achteraf is dat altijd makkelijk natuurlijk, maar het was mij ook wel opgevallen dat hij veel zelfvertrouwen uitstraalde, in zijn blik, zijn vinnige reacties, zijn demarrage. In het verleden vertelde Stybar mij na een koers weleens: 'Ik was sterk, maar ik heb getwijfeld om met die ontsnapping mee te gaan, omdat ik niet zeker wist of ze zou dragen.' Of je zag hem demarreren, maar na vijftig meter zat hij al achterom te kijken.' Vanwaar zijn huidig zelfvertrouwen? DE CUYPER: 'Sommigen zullen zeggen: als je in topconditie bent, is het makkelijker om niet bezig te zijn met het opsparen van een cartouche. Ik ben ook de laatste om mijn vakgebied te overschatten, maar bij Zdenek heeft het toch niet alleen met het fysieke te maken. Het hangt ook samen met zijn persoonlijkheid. Heel belangrijk is dat hij nu sinds november 2017 met Pieter Timmermans een trainer heeft die hem dagelijks opvolgt. Zdenek heeft dat nodig voor zijn vertrouwen.' Waarom is hij van trainer veranderd? DE CUYPER: 'Hij heeft heel lang, al van in zijn periode als veldrijder, succesvol samengewerkt met mijn collega-professor Peter Hespel. Maar een veldritseizoen is beperkt in de tijd en speelt zich grotendeels in ons land af. Je kunt dat niet vergelijken met Zdeneks huidige programma. Op een bepaald moment was dat voor Hespel niet meer haalbaar binnen zijn drukke agenda. Net omdat een samenwerking met Zdenek heel intens is, met dagelijks contact. En Zdenek had toen juist geen goed jaar achter de rug, waardoor hij zelf ook de behoefte voelde om iets te veranderen. 'Aanvankelijk is Zdenek wat op eigen houtje doorgegaan, waardoor hij in die eerste winter domme dingen deed. Vanuit zijn tomeloze ambitie. Hij at soms te weinig, trainde soms te veel, bewaakte zijn stress recovery niet. Het was zijn dokter, Vincent Van Belle, die hem Pieter Timmermans heeft aangeraden. Zij kennen elkaar vanuit de begeleiding van triatleten. De trainingen gebeuren in nauw overleg met Tom Steels, de trainer van de ploeg, maar Tom kan natuurlijk niet iedere dag met alle renners zo intens communiceren.' Hoe verklaart u dat Stybar zo'n behoefte heeft aan dagelijkse opvolging en hecht contact? DE CUYPER: 'Dat valt te begrijpen vanuit het feit dat Zdenek een enorme familieman is. Na de Strade Bianche zag ik op Instagram meteen een foto passeren met zijn zoontje Lewis. Hij stond deze winter aan de start van de veldrit in Zolder, maar dan wel nadat hij de dag voordien Kerstmis had gevierd in Stribro. Het belangrijkste in zijn leven is zijn familie. Zijn pa heet Zdenek, zijn zoontje Lewis heeft Zdenek als tweede naam, het zegt veel over de sterke familieband. Ik zie Stybar na zijn carrière ook weer naar Tsjechië verhuizen. 'Het moeilijkste punt in het beslissingsproces destijds om van het veld naar de weg over te stappen was trouwens dat de rol van zijn vader uitgespeeld zou zijn. Zijn vader besefte dat maar al te goed. Hij vond het erg dat zijn zoon naar de weg zou gaan, want hij volgde hem zo graag. Hij heeft daar met Zdenek ook over gepraat. De context is inderdaad helemaal veranderd. Bij het WK veldrijden in Tábor bijvoorbeeld ( in 2010, nvdr) heeft Zdenek de avond voordien in het hotel gegeten waar zijn familie en vertrouwenspersonen zaten, niet in het hotel van de Tsjechische ploeg. Zijn ouders en zus konden daarbij zijn. In een wegploeg is dat niet meer mogelijk. Van het veld naar de weg betekent: van de familiale camper naar de geblindeerde teambus waar niemand binnenkomt die niet op de payroll staat.' De bezwaren van de papa hebben Zdenek niet weerhouden om de stap naar de weg te zetten. DE CUYPER: 'Nee, en dat wijst dan weer op dat ambitieuze in hem, die winnaarspersoonlijkheid. Zoals iedereen besefte hij maar al te goed dat in de topsport de weg nu eenmaal hoger aangeschreven staat dan het veld. Ik heb recent Tank gelezen, de autobiografie van Bram Tankink. Die twee hebben samen in het peloton gereden, maar grotere tegenpolen bestaan er niet qua persoonlijkheid. Tankink schrijft dat hij drie persoonlijke doelen had: een profcontract versieren, wat voor Stybar vanzelfsprekend was, daarna als goede prof wegkapitein worden, en mensen vertier geven en inspireren. De doelstelling van Stybar is: winnen. De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix. 'Die doelstelling is niet alleen uitdagender, maar vooral ook minder controleerbaar. Dat is ook een enorm verschil met het veldrijden. Zdenek heeft daaraan moeten wennen en heeft nog altijd moeite om dat te accepteren. In het veldrijden, een individuele sport, wint meestal de sterkste. In het wegwielrennen, een ploegsport, is de sterkste zijn geen garantie op winst. Een overwinning hangt daar van zoveel factoren af: van beslissingen die in een fractie van een seconde moeten worden genomen, van voorziene en onvoorziene combines, van richtlijnen van een ploegleider, van het ploegenspel ... Het is het besef dat hij dit niet allemaal zelf in de hand heeft, dat weleens twijfels bij hem opwekt.' Vorig jaar zat hij, mede door zijn twijfelende manier van koersen, dikwijls gevangen in de ploegtactiek. In het recordjaar van de ploeg won hij zelf geen enkele koers. Hoe ging hij daarmee om? DE CUYPER: 'In voetbal kun je zeggen: 'Wij hebben gewonnen', terwijl er in de koers maar één als eerste over de streep kan komen. Het is een spel tussen geven en nemen binnen zo'n team en Zdenek is terechtgekomen in een heel sterk team met veel potentiële winnaars. Dat het vorig jaar voor hem altijd geven was in plaats van nemen, was niet makkelijk voor de winnaar in hem. Al kon hij zich makkelijker met zijn rol van afstopper verzoenen wanneer er een ploegmaat sterker was dan wanneer hij zich even sterk voelde. Het feit dat de ploeg zo vaak won, heeft zijn respect voor Patrick Lefevere nog doen groeien en het is natuurlijk veel leuker om 's avonds aan tafel van de winnende ploeg aan te schuiven. Zdenek is heel trots op dat Wolfpackverhaal en de vertaling ervan in de foto's van Sigfrid Eggers. Dat 'schilderij' na de Strade Bianche bijvoorbeeld vindt hij geweldig. 'Wat hem ook heeft geholpen om met dat niet winnen om te gaan, is zijn geloof dat hij nog beter kan worden. Het was zaak van het begeleidingsteam om hem te overtuigen dat dat hetgeen is waarop hij moet focussen: 'Vergelijk je met de Stybar die je vorig jaar was, niet met pakweg Niki Terpstra.' Het was anders geweest mocht hij het gevoel hebben gehad dat hij al op zijn hoogtepunt zat. Zdenek is iemand die heel hoog scoort op de schaal van excellence: de drang om beter te worden. Vandaar ook dat hij voortdurend over z'n trainingen wil bellen.' Het was twintig maanden geleden dat Stybar nog eens het zegegebaar had gemaakt, toen hij een week voor de Omloop een rit won in de Ronde van de Algarve. Een renner zou voor minder zijn geduld verliezen. DE CUYPER: 'Zeker als je zo ambitieus bent, bestaat het risico dat je onrustig en ongeduldig wordt. Dat je wanneer het de honderdste Ronde van Vlaanderen is, de druk voelt dat jij die zou moeten winnen. We hebben hem moeten influisteren dat het uiteindelijk niet veel verschil maakt of hij nu de honderdste of de 103e editie wint. 'Wat geduld betreft, ben ik in onze gesprekken blijven beklemtonen dat geven altijd de beste optie is: je krijgt altijd iets terug als je geeft. Alleen mag je niet verwachten dat je altijd onmiddellijk iets terugkrijgt en altijd van diegene aan wie je iets gegeven hebt. Volleybalcoach Vital Heynen is voor mij het beste voorbeeld van iemand die dat consequent toepast. Ik hoor van hem anekdotes zoals over die keer dat hij geholpen werd door een vrouw aan de desk van een luchtvaartmaatschappij nadat hij een vlucht had gemist. Bleek dat het om de vrouw ging van een volleybalconnectie aan wie hij jaren geleden een doos pralines had gegeven. Zijn voorvallen vertel ik weleens aan Stybar. Vriendelijk zijn is niet in tegenspraak met willen winnen.' Kon hij nog genieten van zijn sport toen het winnen uitbleef? DE CUYPER: 'Plezier heeft bij Stybar in wedstrijden nooit zo prominent op de voorgrond gestaan als bijvoorbeeld bij een optimist als Tankink. Tankink heeft 99,9 procent van zijn koersen verloren, maar dat heeft zijn plezier niet weggenomen, omdat hij wist dat hij geen winnaar was. Als hij een rotberg moest oprijden, bedacht hij dat hij er respect voor moest opbrengen en een gedicht voor maken om iets minder pijn te lijden. Natuurlijk heeft hij ook blessures en ellende gekend, maar hij is gestopt wanneer hij niet meer van het fietsen genoot. Voor Stybar, die van zichzelf vindt dat hij kan of moet winnen, zijn wedstrijden een ernstige business, of hij dan wint of niet. Ik denk dat hij het meest geniet wanneer hij op training onderweg een koffietje kan drinken.' U noemde Tankink een optimist. Is Stybar een pessimist? DE CUYPER: 'Ik heb hem ooit getypeerd als 'een denker, wiens hoofd vrij constant bewoond wordt door zorgwekkende gedachten'. Zijn verstand staat nooit op nul, hij is heel planmatig. Ik weet niet of je dat pessimistisch moet noemen, maar in zijn persoonlijkheid zit toch de neiging om spontaan eerder het negatieve of de risico's van iets te zien. Sommige renners springen mee in een ontsnapping en denken: lukt het niet, dan ben ik toch in beeld geweest of was het een goeie training. Zdenek durft weleens in irrationeel denken te vervallen: gedachten die ofwel niet juist zijn ofwel niet helpend. Het is bijvoorbeeld een onjuiste gedachte dat als je één cartouche verschoten hebt, je niet meer kunt winnen. Een niet-helpende gedachte is: Van Avermaet oogt heel sterk vandaag. Ze kan juist zijn, maar ze helpt je niet om zelf optimaal te presteren. 'In de gesprekken met Zdenek heb ik in de loop der jaren die irrationele gedachten telkens op de helling proberen te zetten. Als een irrationele gedachte niet juist is, laat ik hem daarover lezen of verwijs ik naar een expert over dat onderwerp. Als een irrationele gedachte niet helpend is, vertel ik bijvoorbeeld de parabel van de man die twee concurrerende honden heeft: de hond die wint, krijgt het meeste voedsel. Dat gebeurt ook met strijdige positieve en negatieve gedachten: de gedachte waaraan je de meeste aandacht aan schenkt, zal het sterkst worden. Dankzij die gedachtetraining kan Zdenek al beter relativeren dan vroeger. Maar dat relativeringsvermogen hangt natuurlijk sterk samen met zijn zelfvertrouwen.' Heeft hij ooit overwogen om het wegwielrennen achter zich te laten en helemaal terug te keren naar het veld? DE CUYPER: 'Hij zal dat misschien weleens geopperd hebben, maar een ernstige overweging is dat nooit geweest. Hij is daar te trots voor. Hij heeft er ook te veel in geïnvesteerd om dat los te laten. Ik kan me wel voorstellen dat hij zijn carrière zal willen afsluiten in het veld, maar over stoppen hebben we het eigenlijk nog nooit gehad. Zijn wegcarrière beschouwt hij nog als onvoltooid. Pas wanneer hij de Ronde of Roubaix wint, zal hij zijn overgang naar de weg helemaal geslaagd vinden.'