Nooit was het verschil groter, tussen de euforie van een zaterdag en de diepe droefheid van een maandag.

Zaterdag zochten we in onze archieven nog informatie op voor een verhaal over Remco Evenepoel, het wonderkind dat de wielerwereld in San Sebastián met verstomming had geslagen en de Belgische koersfans een delirium had bezorgd. Dromend van een grote toekomst.

Een anekdote, van ex-bondscoach Kevin De Weert, trok onze aandacht. Over de klimstages van de Belgische bond in de Vogezen, waar ze Remco Evenepoel hadden laten testen op de Ballon d'Alsace. Van alle Belgische talenten die er ooit de revue gepasseerd waren had die (na een vermageringskuur, als gespierde ex-voetballer) de op één na beste tijd ooit neergezet op de bekende Vogezencol.

Slechts één (toenmalige) belofte was nóg sneller, tot grote verbazing van Evenepoel: Bjorg Lambrecht.

Geen toeval dus dat de 'Paolo Bettini van Knesselare' - zijn andere bijnaam - dat jaar tweede werd in de Ronde van de Toekomst, de kleine Tour de France.

Na ene Egan Bernal.

Naar aanleiding van de eerste Tourzege van de Colombiaan had Lambrecht er nog over verteld, in Vive le Vélo en in Het Nieuwsblad. Dat hij het een eer vond om geklopt te worden door zo'n toptalent. Maar dat het hem niet belette om zélf te dromen. Van een Tourpodium, de gele trui.

Ook al besefte Lambrecht dat hij daarvoor nog niet de tijdrijderscapaciteiten bezat, en dat hij nog beter moest worden in het hooggebergte. Daarom wilde hij komende winter een huis kopen in Spanje, om nog meer in de cols te kunnen trainen.

Flitsen van klasse

Het moest de volgende stap in zijn nog prille carrière worden. Een carrière waarin het jeugdproduct van Lotto-Soudal al flitsen van zijn klasse had laten zien: in 2018, zijn debuutjaar bij de profs, won hij op zijn 21e een rit in de Tour des Fjords, door ervaren profs als Michael Albasini en Edvald Boasson Hagen te kloppen. Niet toevallig in een sprint op een korte slothelling.

Later dat jaar werd Lambrecht mooi vierde in een Vueltarit, ook niet toevallig op een steile aankomstklim.

Het deed het Oost-Vlaamse lichtgewicht dromen van een wereldtitel, bij de beloften in Innsbruck, waar hij op zijn leeftijd nog aan mocht deelnemen.

'Ik wil de opvolger van Eddy Merckx (de laatste Belgische wereldkampioen bij de amateurs, nvdr.) worden, de geschiedenisboeken ingaan', stelde Lambrecht zelfs. Want in dat kleine lijf van hem zat veel ambitie, een oeverloze gedrevenheid, en soms ook ongeduld.

Het was net die eigenschap die hem in Innsbruck de verhoopte regenboogtrui kostte, hij sprong te wild met zijn krachten om. Lambrecht moest zo genoegen nemen met zilver, na Max Hirschi, de Zwitser die nota bene vorig weekend derde werd na... Remco Evenepoel en Greg Van Avermaet in de Clásica San Sebastián.

Vaandeldragers

Lambrecht trok dit jaar, in zijn pas tweede profseizoen, die lijn door. Flitsend als een Matchbox op de korte hellingen: vijfde in de Brabantse Pijl, zesde in de Amstel Gold Race, vierde in de Waalse Pijl, als jongste renner van de top tien.

Zoals hij twee maanden later ook de jongste was in de top twintig van het Criterium Dauphiné, en dankzij zijn twaalfde plaats het jongerenklassement won.

Net ervoor had Lambrecht een contractverlenging van twee jaar getekend bij Lotto-Soudal, als een van de speerpunten voor de nabije en verdere toekomst. Als een van de vaandeldragers ook van een veelbelovende nieuwe generatie Belgische renners, naast Jasper Philipsen en Remco Evenepoel.

Eerst nog mikkend op eendagskoersen en ritzeges in grote rondes, zoals hij nu via een opbouw in de Ronde van Polen in de aanstaande Vuelta beoogde.

Om daarna, vanaf zijn 25e, te focussen op een klassement in de Giro, Tour en/of Vuelta. Als een nieuwe Lucien Van Impe, zoals ex-renner Frank Hoste hem noemde.

Het noodlot heeft er helaas anders over beslist.

Verloren iPhone

Nooit meer zullen zijn ploegmaats kunnen lachen om de portefeuille die Bjorg voor de zoveelste keer liet liggen in een coffeeshop. Om de iPhone die hij weer eens niet meer vond. Om de geboorteknuffel, een konijn, die hij altijd met zich meedroeg, zonder schaamte.

Om de grappen die Bjorg graag uithaalde, steevast rondlopend met zijn kenmerkende guitige glimlach, die typische schittering in de ogen.

Hoe tragisch is het dan ook voor de entourage van de Lotto-Soudalploeg, die drie jaar geleden ei zo na Stig Broeckx verloor, ook door een valpartij. En zich daarna optrok aan diens herstel, doorzettingsvermogen en levensvreugde, om van heel ver terug te vechten.

Hoe verscheurend moet het nieuws ook zijn voor de families van Frederiek Nolf, Wouter Weylandt, Rob Goris, Kristof Goddaert, Daan Myngheer, Igor Decraene, Antoine Demoitié, Jimmy Duquennoy en Michael Goolaerts, renners die de jongste jaren ook hun leven lieten tijdens of na een koers.

Telkens weer worden we dan met de neus op de feiten gedrukt. Keert dat besef telkens terug: hoe levensgevaarlijk (prof)wielrennen is.

Wegens de bovenmenselijke inspanningen die zo veel van het hart vragen.

Of wegens een noodlottige val.

Iets wat renners zelf beseffen, zo bleek nog tijdens de voorbije Tour toen de Engelstalige wielerwebsite Cyclingtips coureurs over hun angsten liet spreken. En één iets bovendreef: de angst om met 100 kilometer per uur een berg af te zoeven, om met 60 kilometer per uur richting een massasprint te stormen.

Toch willen renners daar niet aan toegeven. Want wie te vlug remt, verliest zijn positie, en zijn kans om te winnen. Het maakt van hen even heroïsche als kwetsbare helden.

Het is dan ook ironisch dat Lambrecht bestempeld werd als een zeer stuurvaardige renner, die zich als 1m68 kleine man perfect alleen een weg door het peloton kon banen, zonder hulp van een grotere, struise ploegmaat.

Veiligheid benadrukken

Die capaciteiten voorkwamen echter niet dat hij in Polen, in een gewone sprintersetappe ver voor de finish, met een vrij trage snelheid tegen een betonnen duiker botste. Met de fatale crash als gevolg. Niemand die schuld trof. Gewoon pure, brute pech.

Het doet niettemin de nog altijd te lakse Internationale Wielerunie hopelijk beseffen dat ze nog veel meer nadruk moet leggen op veiligheid. Dat ze desnoods ritten moet schrappen als de organisatoren weer eens een gevaarlijke aankomst hebben neergelegd.

Het zal veel ouders van jonge rennertjes, na vorig weekend dromend van een blitzcarrière zoals Remco Evenepoel, allicht doen denken: laat onze kleine maar voor een andere, veiligere sport kiezen.

Het doet je als wielerliefhebber ook steeds meer vrezen dat een renner niet meer zal rechtstaan, wanneer die na een val op de grond blijft liggen. En wanneer dat akelige, intussen herkenbare gevoel je overmeestert. Het zál toch niet weer...?

De meeste renners springen gelukkig opnieuw op de fiets. Omdat het renners zijn, met slechts één doel voor ogen: zo snel mogelijk terugkeren naar het peloton.

Bjorg Lambrecht heeft die achtervolging niet meer kunnen inzetten.

'Matchbox' zal voortaan elders flitsen en schijnen zoals hij dat hier deed, op en naast de fiets.

Herinneringen nalatend als een in volle bloei geknakte, jonge wielerster.

Maar bovenal als, zoals ploegmaat Adam Hansen hem passend omschreef, a good kid.

Nooit was het verschil groter, tussen de euforie van een zaterdag en de diepe droefheid van een maandag.Zaterdag zochten we in onze archieven nog informatie op voor een verhaal over Remco Evenepoel, het wonderkind dat de wielerwereld in San Sebastián met verstomming had geslagen en de Belgische koersfans een delirium had bezorgd. Dromend van een grote toekomst. Een anekdote, van ex-bondscoach Kevin De Weert, trok onze aandacht. Over de klimstages van de Belgische bond in de Vogezen, waar ze Remco Evenepoel hadden laten testen op de Ballon d'Alsace. Van alle Belgische talenten die er ooit de revue gepasseerd waren had die (na een vermageringskuur, als gespierde ex-voetballer) de op één na beste tijd ooit neergezet op de bekende Vogezencol.Slechts één (toenmalige) belofte was nóg sneller, tot grote verbazing van Evenepoel: Bjorg Lambrecht.Geen toeval dus dat de 'Paolo Bettini van Knesselare' - zijn andere bijnaam - dat jaar tweede werd in de Ronde van de Toekomst, de kleine Tour de France.Na ene Egan Bernal.Naar aanleiding van de eerste Tourzege van de Colombiaan had Lambrecht er nog over verteld, in Vive le Vélo en in Het Nieuwsblad. Dat hij het een eer vond om geklopt te worden door zo'n toptalent. Maar dat het hem niet belette om zélf te dromen. Van een Tourpodium, de gele trui.Ook al besefte Lambrecht dat hij daarvoor nog niet de tijdrijderscapaciteiten bezat, en dat hij nog beter moest worden in het hooggebergte. Daarom wilde hij komende winter een huis kopen in Spanje, om nog meer in de cols te kunnen trainen.Het moest de volgende stap in zijn nog prille carrière worden. Een carrière waarin het jeugdproduct van Lotto-Soudal al flitsen van zijn klasse had laten zien: in 2018, zijn debuutjaar bij de profs, won hij op zijn 21e een rit in de Tour des Fjords, door ervaren profs als Michael Albasini en Edvald Boasson Hagen te kloppen. Niet toevallig in een sprint op een korte slothelling.Later dat jaar werd Lambrecht mooi vierde in een Vueltarit, ook niet toevallig op een steile aankomstklim.Het deed het Oost-Vlaamse lichtgewicht dromen van een wereldtitel, bij de beloften in Innsbruck, waar hij op zijn leeftijd nog aan mocht deelnemen. 'Ik wil de opvolger van Eddy Merckx (de laatste Belgische wereldkampioen bij de amateurs, nvdr.) worden, de geschiedenisboeken ingaan', stelde Lambrecht zelfs. Want in dat kleine lijf van hem zat veel ambitie, een oeverloze gedrevenheid, en soms ook ongeduld.Het was net die eigenschap die hem in Innsbruck de verhoopte regenboogtrui kostte, hij sprong te wild met zijn krachten om. Lambrecht moest zo genoegen nemen met zilver, na Max Hirschi, de Zwitser die nota bene vorig weekend derde werd na... Remco Evenepoel en Greg Van Avermaet in de Clásica San Sebastián.Lambrecht trok dit jaar, in zijn pas tweede profseizoen, die lijn door. Flitsend als een Matchbox op de korte hellingen: vijfde in de Brabantse Pijl, zesde in de Amstel Gold Race, vierde in de Waalse Pijl, als jongste renner van de top tien. Zoals hij twee maanden later ook de jongste was in de top twintig van het Criterium Dauphiné, en dankzij zijn twaalfde plaats het jongerenklassement won.Net ervoor had Lambrecht een contractverlenging van twee jaar getekend bij Lotto-Soudal, als een van de speerpunten voor de nabije en verdere toekomst. Als een van de vaandeldragers ook van een veelbelovende nieuwe generatie Belgische renners, naast Jasper Philipsen en Remco Evenepoel.Eerst nog mikkend op eendagskoersen en ritzeges in grote rondes, zoals hij nu via een opbouw in de Ronde van Polen in de aanstaande Vuelta beoogde.Om daarna, vanaf zijn 25e, te focussen op een klassement in de Giro, Tour en/of Vuelta. Als een nieuwe Lucien Van Impe, zoals ex-renner Frank Hoste hem noemde.Het noodlot heeft er helaas anders over beslist. Nooit meer zullen zijn ploegmaats kunnen lachen om de portefeuille die Bjorg voor de zoveelste keer liet liggen in een coffeeshop. Om de iPhone die hij weer eens niet meer vond. Om de geboorteknuffel, een konijn, die hij altijd met zich meedroeg, zonder schaamte. Om de grappen die Bjorg graag uithaalde, steevast rondlopend met zijn kenmerkende guitige glimlach, die typische schittering in de ogen.Hoe tragisch is het dan ook voor de entourage van de Lotto-Soudalploeg, die drie jaar geleden ei zo na Stig Broeckx verloor, ook door een valpartij. En zich daarna optrok aan diens herstel, doorzettingsvermogen en levensvreugde, om van heel ver terug te vechten.Hoe verscheurend moet het nieuws ook zijn voor de families van Frederiek Nolf, Wouter Weylandt, Rob Goris, Kristof Goddaert, Daan Myngheer, Igor Decraene, Antoine Demoitié, Jimmy Duquennoy en Michael Goolaerts, renners die de jongste jaren ook hun leven lieten tijdens of na een koers.Telkens weer worden we dan met de neus op de feiten gedrukt. Keert dat besef telkens terug: hoe levensgevaarlijk (prof)wielrennen is.Wegens de bovenmenselijke inspanningen die zo veel van het hart vragen.Of wegens een noodlottige val.Iets wat renners zelf beseffen, zo bleek nog tijdens de voorbije Tour toen de Engelstalige wielerwebsite Cyclingtips coureurs over hun angsten liet spreken. En één iets bovendreef: de angst om met 100 kilometer per uur een berg af te zoeven, om met 60 kilometer per uur richting een massasprint te stormen.Toch willen renners daar niet aan toegeven. Want wie te vlug remt, verliest zijn positie, en zijn kans om te winnen. Het maakt van hen even heroïsche als kwetsbare helden.Het is dan ook ironisch dat Lambrecht bestempeld werd als een zeer stuurvaardige renner, die zich als 1m68 kleine man perfect alleen een weg door het peloton kon banen, zonder hulp van een grotere, struise ploegmaat.Die capaciteiten voorkwamen echter niet dat hij in Polen, in een gewone sprintersetappe ver voor de finish, met een vrij trage snelheid tegen een betonnen duiker botste. Met de fatale crash als gevolg. Niemand die schuld trof. Gewoon pure, brute pech.Het doet niettemin de nog altijd te lakse Internationale Wielerunie hopelijk beseffen dat ze nog veel meer nadruk moet leggen op veiligheid. Dat ze desnoods ritten moet schrappen als de organisatoren weer eens een gevaarlijke aankomst hebben neergelegd.Het zal veel ouders van jonge rennertjes, na vorig weekend dromend van een blitzcarrière zoals Remco Evenepoel, allicht doen denken: laat onze kleine maar voor een andere, veiligere sport kiezen.Het doet je als wielerliefhebber ook steeds meer vrezen dat een renner niet meer zal rechtstaan, wanneer die na een val op de grond blijft liggen. En wanneer dat akelige, intussen herkenbare gevoel je overmeestert. Het zál toch niet weer...?De meeste renners springen gelukkig opnieuw op de fiets. Omdat het renners zijn, met slechts één doel voor ogen: zo snel mogelijk terugkeren naar het peloton.Bjorg Lambrecht heeft die achtervolging niet meer kunnen inzetten.'Matchbox' zal voortaan elders flitsen en schijnen zoals hij dat hier deed, op en naast de fiets.Herinneringen nalatend als een in volle bloei geknakte, jonge wielerster. Maar bovenal als, zoals ploegmaat Adam Hansen hem passend omschreef, a good kid.