'Hij is uit hetzelfde hout gesneden als ik', bewierookte Bernard Hinault hem, nadat Julian Alaphilippe, pas 22 jaar jong, in de Waalse Pijl én Luik-Bastenaken-Luik van 2015 tweede was geëindigd. Telkens na de toen bijna 35-jarige en onklopbare Alejandro Valverde.
...

'Hij is uit hetzelfde hout gesneden als ik', bewierookte Bernard Hinault hem, nadat Julian Alaphilippe, pas 22 jaar jong, in de Waalse Pijl én Luik-Bastenaken-Luik van 2015 tweede was geëindigd. Telkens na de toen bijna 35-jarige en onklopbare Alejandro Valverde. Drie jaar later, in de lente van 2018, zorgt niet toevallig de Fransman voor de grootste verrassing van dit wielerseizoen: door El Imbatido, na vier opeenvolgende zeges op de Muur van Hoei, te kloppen. Niet omdat Valverde tráger reed dan vorige jaren, wel omdat Alaphilippe nóg sneller omhoog knalde, dankzij zijn grootste wapen: zijn enorme explosiviteit bergop. Mede daardoor wordt de Quick-Steprenner steevast als een puncher bestempeld - geboren om te ontploffen op steile bulten, niet in het hooggebergte. In de voorbije Tour bewees hij echter dat hij, weliswaar in het gevecht om het bergklassement en niet tegen Geraint Thomas en co, ook de lángere cols aankan. Iets wat Alaphilippe zelf nog niet doorhad, zo bleek uit het dubbelinterview met Philippe Gilbert in Sport/Wielermagazine, begin 2018. Toen de Belg zijn twee favorieten voor het WK in Innsbruck moest noemen, klonk het overtuigd: ' Nibali, óf Julian.' Waarop zijn ploeggenoot reageerde: 'Maar neen, het WK ( met 4670 hoogtemeters, nvdr) wordt iets voor klimmers.' En Gilbert repliceerde: 'Wel, jij bent ook een klimmer, de compleetste Franse renner sinds Laurent Jalabert. Je moet dat alleen nog beseffen.' Of hij later ook de Tour zal winnen, zoals heel Frankrijk hoopt na de voorbije editie, zal nog moeten blijken. Met name omdat Alaphilippe niet de gave heeft om zich drie weken lang te focussen. Dat Loulou echter ooit de regenboogtrui zal veroveren, beseft/denkt/hoopt de Franse wonderboy wél al langer, het stond zelfs vermeld op zijn persoonlijke website: '(wereld)kampioen in wording'. Een droom die vorig jaar in Bergen al leek uit te komen, toen hij - als duidelijk de beste van het peloton - in de slotronde tweemaal demarreerde, maar het solo niet redde tot de finish. 'Een tactische fout, je had op mij moeten wachten!', zei Philippe Gilbert, die op de slothelling enkele meters tekortkwam om Alaphilippe te volgen. De Fransman wimpelde dat af - 'Ik ben geen sprinter, ik kón niet wachten' -, maar was achteraf uitermate ontgoocheld. Sindsdien spookt het WK in Innsbruck door zijn hoofd. Meer op zijn maat gesneden dan het circuit in Bergen, wegens de vele hoogtemeters, de bijzonder steile Gramartbodenhelling, een dubbele Muur van Hoei op 8,8 km van de eindstreep, en daarna een razendsnelle afzink richting aankomst - gesneden brood voor de muurhagedis/slechtvalk in Alaphilippe. Wachten zal hij ook deze keer dus niet doen. Met een vogeltje dat voortdurend alle kanten opkijkt, vergeleek Quick-Stepmanager Patrick Lefevere zijn poulain al eens, wegens diens hyperactieve natuur. Soms nadelig voor een renner, maar bij Quick-Step willen ze de vleugels van de speelse Fransman niet afknippen, weliswaar door hem niet al té ver te laten rondvliegen. Fladderen doet Julian al van jongs af, zoals toen hij op zijn negende alleen richting zijn neef fietste, 50 km ver. Of zoals in de vele tochtjes door het Franse platteland, samen met zijn drie jaar jongere broer Bryan. Even levendig was Alaphilippe ook ernaast. Op school een nachtmerrie voor leerkrachten: balpennen van klasgenoten verstoppen, vliegertjes in de sanseveria's gooien, ' je t'aime' in de nek van het meisje voor hem schrijven... In navolging van vader Jacques, een orkestleider die met zijn band 'Jo Philippe' ooit het voorprogramma van Johnny Hallyday haalde, leefde Juju zich uit op de drums. En sloeg hij, puur op het gehoor, tientallen drumsticks kapot. Nog altijd is muziek een uitlaatklep voor de nooit stilzittende renner. Een deugniet die nu, op zijn 26e, nog steeds dolle fratsen uithaalt en met zijn energie geen blijf weet. In zoverre zelfs dat sommige ploegmaats hem niet als kamergenoot willen, omdat hij tot 's avonds laat blijft kwebbelen - aan vijf, zes uur slaap heeft Julian toch genoeg. En slaapt zijn ploegmaat al, dan gaat hij nog even wandelen, zoals in de voorbije Tour, toen hij net na middernacht door het centrum van Pau kuierde, om zijn gedachten na zijn ritzege wat te verzetten. En om, zoals wel vaker, eindeloze WhatsAppberichten naar vrienden te sturen. Zoals naar Sigfrid Eggers, de huisfotograaf van Quick-Step, die op zijn camera soms vreemde beelden ziet verschijnen. Gemaakt door Alaphilippe, die zijn toestel heeft gepikt... Joie de vivre vindt de speelvogel immers zeer belangrijk. 'Ik lach graag en ik heb graag dat de mensen rond mij lachen.' Dat hij daarom soms als een clown weggezet wordt zal de complexloze Julian worst wezen. Iets wat Mark Cavendish al opmerkte in 2015, als ploegmaat van de Fransman bij Omega Pharma-Quick-Step. 'Je ziet gewoon', vertelde Cav toen, 'dat Julian het ver zal brengen. Niet alleen vanwege zijn fysieke capaciteiten, maar wegens zijn don't-give-a-fuck attitude. Daar hou ik van, ik ben ook zo.' Ook Philippe Gilbert, zei die in Sport/Wielermagazine, herkent veel van zichzelf in Alaphilippe, vooral in diens manier van koersen, als een spring- in-'t-veld. 'In mijn jonge jaren was ik net dezelfde.' Zich vijf, zes uur aan een stuk concentreren, dat kan de Quick-Steprenner echter niet. 'Veel renners zijn de héle race 300 procent gefocust, maar ik moet, zeker in de eerste uren, mijn gedachten kunnen verzetten, grapjes maken, een babbeltje slaan.' Vroeger resulteerde dat in de finale ook in oeverloze, maar inefficiënte aanvalslust. 'Ik was een chien de fou, te nerveus', vertelde Alaphilippe in de Tour. 'Nu snap ik dat ik al die energie nodig heb in de finale.' Een kantelpunt op dat vlak was de Waalse Pijl, toen hij al zijn fysieke en mentale krachten kanaliseerde in een verwoestende versnelling op de Muur van Hoei. Zoals hij ook in de voorbije Tour erin slaagde om kalm te blijven op sleutelmomenten, en zich in bepaalde ritten spaarde om toe te slaan in de etappes die hij aangestipt had. Met succes. Tot tweemaal toe. Als ' un rentre-dedans' omschrijft zijn vader Jacques hem: iemand die ervoor gaat, niet twijfelt. 'Ik bijt me vast in het leven, wil altijd meer en meer en meer', bevestigt zoonlief. Bovenal beseft hij dat hij dat alleen kan realiseren door hard te werken, een mentaliteit die hem tijdens zijn opvoeding werd ingepompt: dat je niets voor niets krijgt in het leven. Soms wil hij zelfs té veel, en pusht hij zich té ver. Zoals die keer in 2016, toen hij in de drang om terug te keren na een gedwongen, maandenlange rustperiode (wegens niet toevallig klierkoorts) een training van 9 uur en 40 minuten afwerkte, goed voor liefst 315 kilometer. Trainer/neef Franck verlicht zelfs bewust Alaphilippes trainingsschema, omdat hij weet dat Julian toch meer kilometers zal malen, dikwijls ook aan een te hoge intensiteit. Van een wattagemeter moest die ook lang niet weten. Liever trainen à l'ancienne, op het gevoel. Zo'n toestel heeft Alaphilippe ook niet nodig om zichzelf pijn te doen, buiten en tijdens de koers. Naast zijn explosiviteit zijn tweede grote kwaliteit: de wil om tienmaal te sterven, en telkens weer te verrijzen. Zoals in de voorbije Tour, toen hij in de laatste bergrit, om zijn bolletjestrui definitief veilig te stellen, meeging in de vroege ontsnapping. Door als eerste de top van de Aspin te ronden, lukte dat ook, waarna hij op de daaropvolgende Tourmalet al vroeg afhaakte. Tot een stemmetje in zijn hoofd klonk: ' Non, merde! Hier stopt het niet! Schrijf een beetje meer geschiedenis! Blijven aanklampen!' Ondanks de pijn luisterden zijn benen: Alaphilippe beet zich vast en plantte boven op de Tourmalet opnieuw als eerste zijn vlag. ' Un truc die ik me nooit, in mijn hele leven, heb durven in te beelden. Magique!' Zijn vrienden hebben het al vaak gezegd: dat Julian Alaphilippe met zijn gevoel voor balans en lichaamsbeheersing evengoed een topgymnast had kunnen worden. Op zijn handen over de volle lengte van de hotelgang 'wandelen'? Een handenstand uitvoeren op het dak van een ploegauto, zoals in Parijs na de voorbije Tour? Kinderspel voor Juju. 'Ideaal om de benen te sparen', volgens hem. Even acrobatisch is de Fransman óp de fiets. Zich voortbewegen door zijdelings op zijn fietskader te zitten, zonder omver te vallen? Als superman horizontaal op zijn zadel liggen met een arm vooruit? Wheelies op een helling waarbij hij met de ene hand zwaait en met de andere hand zijn ketting verlegt? Allemaal piece of cake. Kunstjes die de Quick-Steprenner als kind al uitvoerde in de achtertuin die zijn vader tot een spring- en hindernissenparcours had omgebouwd, de voedingsbodem voor zijn crossperiode bij de jeugd. En voor Alaphilippes sublieme stuurvaardigheid en daaltechniek. In diens tijdritten neemt ploegleider Tom Steels zelfs geen vips meer mee in de ploegauto. 'Julians roekeloosheid in de bochten is zo extreem dat je er duizelig van wordt. Je weet nooit dat zo'n gast moet overgeven...' Alaphilippes laatste ritzege, in de Pyreneeën, kwam er wel met een beetje geluk. In de afdaling van de Portillon, richting de finish, reed Adam Yates immers een twintigtal seconden voorop. Tot hij het asfalt kuste en Alaphilippe hem voorbij zoefde. Die aarzelde echter en zei tegen ploegleider Brian Holm dat hij op Yates zou wachten, uit fair play. Waarop Holm riep dat hij gek was, Alaphilippe antwoordde: 'Denk je?', en zijn ploegleider bevestigde: ' Yes, I f*cking do!' Zo vlamde de Fransman uiteindelijk toch à bloc naar de zege. Een typerende anekdote over Alaphilippe, ondanks zijn kopmanstatus ook allerminst een egoïst. En dus perfect passend binnen The Wolfpack van Quick-Step, waarin hij zich ook voor zijn ploegmaats kan uitsloven. En als die een hele dag voor hem werken, zoals in de Waalse Pijl, dan komt hij 'merci's' en knuffels tekort, gevolgd door een duur cadeau. Want, zei de Fransman toen: 'Ik heb geen normale adolescentie gehad. De camaraderie die andere jongeren op school gevonden hebben vind ik nu in het wielrennen.' Op die ongedwongen manier ontpopt hij zich ook tot een natuurlijke leider, zoals op het WK 2017, toen alle Fransen in zijn dienst reden. 'Wat ik daarvoor gedaan heb? Niks. Gewoon mezelf zijn, dat ben ik altijd en overal.' Snoeverig opscheppen na een zege zal Alaphilippe ook nooit doen. Veeleer pakt hij uit met een kwinkslag, zoals na zijn zege in de jongste Clásica San Sébastian, toen hij zei dat 'zijn armen pijn deden'. Waarop de journalisten hem verwonderd aankeken - ' Comment ça?' - en Loulou vertelde dat hij dit jaar al zo vaak de armen in de lucht gestoken had dat het bloed in zijn aders niet meer kon volgen - de persmeute lag in een deuk. Dat vleugje humor draagt bij tot zijn steeds groter popidoolstatus, zeker in Frankrijk. Een rol die hem als een handschoen past: 'Ik ben een renner én een acteur die mensen gelukkig wil maken, want dat maakt mij ook gelukkig.' Een showman die, zoals tijdens de voorbije Tour of Britain, een groen Robin Hoodpetje opzette, voor de start van een rit die door Sherwood Forest passeerde. En waar hij, zoals voor elke etappe, vroeger uit de bus stapte om handtekeningen uit te delen aan de vele Engelse supporters rond de Quick-Stepbus. Juju geniet ten volle van die aandacht, zoals in de jongste Tour, toen hij in Parijs op de trapjes van de ploegbus stapte, en voor tientallen fans de IJslandse 'Viking Clap' in gang stak, als een volleerd volksmenner. Zoals ook de dag ervoor, toen hij in de laatste hectometers van de slottijdrit knipoogde en zwaaide naar het enthousiaste publiek. 'Als ik had gekund, ik was gestopt om elk van hen te kussen', lachte Julian. Vooraf was hij al oprecht ontroerd, toen een Marokkaanse fan hem vertelde dat hij speciaal naar de Pyreneeën was gereisd om zijn idool te ontmoeten. Ondanks zijn bescheidenheid blijft Alaphilippe wel een Frans haantje. Een dat veel belang hecht aan zijn musketierssikje - hij wordt niet toevallig de koersende d'Artagnan genoemd - en aan zijn haartooi - een tv-interview zonder gel? Jamais! Ook de aandacht van vrouwelijk schoon laat hij zich welgevallen. Zoals in de Vuelta van 2017 toen Loulou, zo herinnert VRT-commentator Michel Wuyts zich nog, na een rit was achtergebleven om flirtend en kwetterend rond drie podiummissen te fietsen - als ware het een paringsdans in de natuur. 'Met de Française die hij blijkbaar beter kende, zonderde hij zich daarop tien minuutjes af', vertelt Wuyts. 'Om af te sluiten met: 'We zien elkaar nog, vergeet het niet, hé.' Waarop hij naar het hotel vertrok, 40 minuten na zijn ploegmaats. José De Cauwer en ik zeiden tegen elkaar: 'Met Alaphilippe wordt het niets in deze Vuelta.' Enkele dagen later won hij een rit... Een fenomeen.' Straks ook gehuld in de regenboogtrui?