Aanvankelijk had Wout van Aert (26) de tijdrit op het WK wielrennen niet eens kunnen rijden. Die chronorace was volgens de oorspronkelijke planning voorzien op de laatste zondag van de Tour. En die race verlaten was geen optie: daarvoor was de geletruimissie van zijn Jumbo-Vismaploeg te belangrijk.
...

Aanvankelijk had Wout van Aert (26) de tijdrit op het WK wielrennen niet eens kunnen rijden. Die chronorace was volgens de oorspronkelijke planning voorzien op de laatste zondag van de Tour. En die race verlaten was geen optie: daarvoor was de geletruimissie van zijn Jumbo-Vismaploeg te belangrijk.Toen de Zwitserse overheden, vanwege de coronacrisis, het eerst geplande WK in Martigny in het water lieten vallen, zocht en vond de Internationale Wielerunie (UCI) een nieuwe locatie: het Italiaanse Imola. Weliswaar met een beperkt, samengebald programma in vier dagen: geen wedstrijden bij de jeugd, alleen de tijdrit en wegrit bij de dames elite (donderdag/zaterdag) en de heren elite (vrijdag/zondag). Zo krijgt Wout van Aert toch de kans om te dubbelen. En om twéé wereldtitels in één week (drie dagen zelfs) te behalen. Gezien de bloedvorm waarmee de Kempenaar in de Tour hoge ogen gooide, is die kans niet onrealistisch, maar ook niet enorm groot. Meer dan de Jumbo-Vismarenner hebben veel concurrenten specifieker kunnen toeleven naar de tijdrit (Rohan Dennis, Stefan Küng, Filippo Ganna, Victor Campenaerts...) en ook naar de wegrit (toppers als Julian Alaphilippe, Alejandro Valverde, Michal Kwiatkoski, Aleksey Lutsenko die in de Tour geen klassement voor zichzelf, of voor een kopman, moesten verdedigen. Of renners die zich via Tirreno-Adriatico of andere koersen voorbereid hebben: Jakob Fuglsang, Michael Woods, Michael Matthews, Diego Ulissi...).Bovendien is Van Aert al top sinds begin augustus en is zijn energievat niet bodemloos. Anderzijds is hij zéér gebrand op twee knalprestaties, en kan hij misschien profiteren van de 'supercompensatie'/rust na de Tour. Daar was hij op het einde ook allerminst opgebrand, want in de tijdrit van afgelopen zaterdag trapte hij, op de klim van La Planche des Belles Filles, een van zijn beste 'twintigminutenwaardes' (qua wattage) ooit. Niet toevallig reed Van Aert zo zelfs de derde beste klimtijd, goed voor een vierde plaats in de rituitslag.Als de Herentalsenaar deze week de wereld nog eens zou verbazen, met twee keer goud op het WK, dan zou dat nooit gezien zijn. Sinds de UCI het WK tijdrijden voor elite in 1994 heeft ingevoerd, is niemand er immers in geslaagd om bij de profs in hetzelfde jaar én wereldkampioen tegen de klok én wereldkampioen op de weg te worden. Meer zelfs: in slechts één jaar werd een 'mini'-dubbelslag gerealiseerd: in 1995 in het Colombiaanse Duitama, toen Miguel Indurain goud veroverde op het WK tijdrijden en zilver pakte op de daaropvolgende wegrit, na zijn landgenoot Abraham Olano. En die was in de chronorace als tweede geëindigd, na Indurain.Daarna lukte het ook niemand om een medaille (los van de kleur) in de tijdrit én de wegrit te behalen in hetzelfde jaar. Met name omdat het tijdrijden steeds meer voer werd voor pure specialisten/hardrijders die in de langere wegrit, vaak met veel hoogtemeters of eindigend op een sprint, er niet aan te pas kwamen.Zelfs Fabian Cancellara strandde twee keer net naast de (mini)dubbel. In 2009, voor eigen volk in Mendrisio: eerste op het WK tijdrijden en (tot zijn zeer grote ontgoocheling 'slechts') vijfde op het WK op weg. En respectievelijk derde en vierde op beide WK's in 2011 in Kopenhagen.Doet Van Aert, in nota bene zijn eerste WK op de weg, wat Spartacus nooit lukte? En alleen Indurain en Olano 25 jaar geleden (deels) realiseerden? En kan hij zo ook een ándere unieke dubbel neerzetten? Door als eerste (ex-)wereldkampioen veldrijden bij de elite ook op de weg/in het tijdrijden een regenboogtrui bij de profs te veroveren?Vrijdagavond, na de tijdrit, zullen we mogelijk al een deel van die vragen kunnen beantwoorden.