'Ik? De favoriet? Meen je dat?' lacht Brand gespeeld verbaasd wanneer we onze pronostiek voorleggen. 'Nou, dank je! Wat een druk, zeg. Nu moet ik het waarmaken!' (lacht) 'Nee, da's een grapje. Na een seizoen als dit zou het raar zijn als ik me zou verstoppen. Natuurlijk ben ik favoriet.

'De vorm is er en als je eenmaal in de flow zit, lijken de zeges vanzelf te komen. Maar de concurrentie zit me wel op de hielen. Het is niet: "We regelen het wel even op dat WK." Het podium kun je bijna invullen, denk ik. Het gaat tussen mij, aftredend kampioene Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema.'

De Nederlandse kanshebbers zitten in hetzelfde team en dus ook in hetzelfde hotel. Is het gezellig aan het ontbijtbuffet?

Lucinda Brand: 'De sfeer is prima, hoor. We zijn profs en komen elkaar elk weekend tegen. Eigenlijk weet ik gewoon ook niet beter. Voor de Nederlandse rensters is deze situatie normaal. Gelukkig ligt er een kloof tussen Nederlanders en niet-Nederlanders. Je wilt het niet meemaken dat een buitenlander mee de finale ingaat en profiteert van rivaliteit tussen landgenoten. Dat is geen waarschijnlijk scenario, maar als het gebeurt, dan gebruiken de Oranjemeiden hun verstand. De trui moet naar Nederland.'

Een WK in Oostende betekent strand en wind. In het slechtste geval een stijve bries met opstuivende zandkorrels.

Brand: Ik lig liever op het strand dan dat ik erover rijd, zelfs in januari! (lacht) Wanneer het goed gaat, vind je zand leuk, maar als het niet loopt, is het lijden.

Waarom zijn er zo veel goeie Nederlanders rensters?

Brand: 'Aan geld ligt het niet: het Nederlandse veldrijder krijgt amper middelen. Wat enorm helpt, zijn de regionale trainingen van de wielerbond. Je traint er met de besten van je streek, allemaal mensen die jouw passie delen. Dat is zo motiverend. Je maakt elkaar spelenderwijs beter.'

Alle vrouwelijke titelfavorieten zijn Nederlanders, bij de mannen domineert Mathieu van der Poel. Als veldrijden nu niet groot wordt in Nederland, zal het nooit gebeuren.

Brand: 'Gaat niet gebeuren. Schaatsen, dat in de winterweekends in hetzelfde tijdslot zit, loopt met de aandacht weg. Veldrijden wordt, vrees ik, gezien als onvoldoende internationaal, en dus niet interessant. Wel voel je dat het Nederlandse wielrennen in opmars is. Nederlanders strijden voor het klassement in de Tour de France, Mathieu wint grote klassiekers. Het veldrijden profiteert van die gunstige wind, maar het zal in Nederland altijd een nichesport blijven.'

In Vlaanderen maalt men er niet om dat er weinig buitenlanders veldrijden. Het slaat aan omdat het zo'n mooie kijksport is.

Brand: (knikt) 'Een veldrit is absoluut boeiender dan een wedstrijd op de weg. Het is intensiever, meer gebald en van begin tot eind gebeurt er iets. Weinig sporten bieden zo'n attractief pakket, maar hoe je een sport presenteert, maakt ook verschil. Nederlanders kijken op de Belgische televisie naar veldrijden.'

Lees het volledige interview met de Nederlandse veldrijdster in Knack van 27 januari of in de Plus-zone.

'Ik? De favoriet? Meen je dat?' lacht Brand gespeeld verbaasd wanneer we onze pronostiek voorleggen. 'Nou, dank je! Wat een druk, zeg. Nu moet ik het waarmaken!' (lacht) 'Nee, da's een grapje. Na een seizoen als dit zou het raar zijn als ik me zou verstoppen. Natuurlijk ben ik favoriet. 'De vorm is er en als je eenmaal in de flow zit, lijken de zeges vanzelf te komen. Maar de concurrentie zit me wel op de hielen. Het is niet: "We regelen het wel even op dat WK." Het podium kun je bijna invullen, denk ik. Het gaat tussen mij, aftredend kampioene Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema.'De Nederlandse kanshebbers zitten in hetzelfde team en dus ook in hetzelfde hotel. Is het gezellig aan het ontbijtbuffet?Lucinda Brand: 'De sfeer is prima, hoor. We zijn profs en komen elkaar elk weekend tegen. Eigenlijk weet ik gewoon ook niet beter. Voor de Nederlandse rensters is deze situatie normaal. Gelukkig ligt er een kloof tussen Nederlanders en niet-Nederlanders. Je wilt het niet meemaken dat een buitenlander mee de finale ingaat en profiteert van rivaliteit tussen landgenoten. Dat is geen waarschijnlijk scenario, maar als het gebeurt, dan gebruiken de Oranjemeiden hun verstand. De trui moet naar Nederland.'Een WK in Oostende betekent strand en wind. In het slechtste geval een stijve bries met opstuivende zandkorrels.Brand: Ik lig liever op het strand dan dat ik erover rijd, zelfs in januari! (lacht) Wanneer het goed gaat, vind je zand leuk, maar als het niet loopt, is het lijden.Waarom zijn er zo veel goeie Nederlanders rensters?Brand: 'Aan geld ligt het niet: het Nederlandse veldrijder krijgt amper middelen. Wat enorm helpt, zijn de regionale trainingen van de wielerbond. Je traint er met de besten van je streek, allemaal mensen die jouw passie delen. Dat is zo motiverend. Je maakt elkaar spelenderwijs beter.'Alle vrouwelijke titelfavorieten zijn Nederlanders, bij de mannen domineert Mathieu van der Poel. Als veldrijden nu niet groot wordt in Nederland, zal het nooit gebeuren.Brand: 'Gaat niet gebeuren. Schaatsen, dat in de winterweekends in hetzelfde tijdslot zit, loopt met de aandacht weg. Veldrijden wordt, vrees ik, gezien als onvoldoende internationaal, en dus niet interessant. Wel voel je dat het Nederlandse wielrennen in opmars is. Nederlanders strijden voor het klassement in de Tour de France, Mathieu wint grote klassiekers. Het veldrijden profiteert van die gunstige wind, maar het zal in Nederland altijd een nichesport blijven.'In Vlaanderen maalt men er niet om dat er weinig buitenlanders veldrijden. Het slaat aan omdat het zo'n mooie kijksport is.Brand: (knikt) 'Een veldrit is absoluut boeiender dan een wedstrijd op de weg. Het is intensiever, meer gebald en van begin tot eind gebeurt er iets. Weinig sporten bieden zo'n attractief pakket, maar hoe je een sport presenteert, maakt ook verschil. Nederlanders kijken op de Belgische televisie naar veldrijden.'Lees het volledige interview met de Nederlandse veldrijdster in Knack van 27 januari of in de Plus-zone.