Nadat hij 25 jaar een uithangbord van Lotto was, werd Marc Sergeant in augustus vorig jaar door Lotto ontslagen. Met een kil telefoontje. Sindsdien analyseert hij wedstijden voor Het Nieuwsblad. In een deze week in het weekblad Humo verschenen interview praat de intussen 62-jarige Sergeant over zijn huidig leven. Over zijn pijnlijk ontslag rept hij amper met een woord. Met modder gooien was nooit aan hem besteed. Sergeant is een gentleman, een eeuwige gentleman. Als sportief manager van de Lotto-ploeg was hij altijd stijlvol in de omgang. In het contact met de renners verhief hij zelden de stem. Sergeant was voor de zalvende aanpak. Verschillende interviews hebben we met hem gemaakt. Marc nam er altijd de tijd voor, praatte rustig en beheerst, articuleerde goed en vertelde nooit onzin.

Marc Sergeant kon verschrikkelijk hard fietsen, maar een winnaar was hij niet. Daarvoor miste hij de nodige explosiviteit. Dat resulteerde in een hoop ereplaatsen. In de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix eindigde hij respectievelijk zes en vijf keer in de eerste tien. Hij beleefde zijn vak op zijn manier. Tijdens buitenlandse wielerwedstrijden trok hij zich 's avonds graag op zijn hotelkamer terug en luisterde naar klassieke muziek van bij voorkeur Wolfgang Amadeus Mozart. Het was zijn remedie tegen de stress. Sergeant, die pas op zijn negentiende met koersen begon, zweette en zwoegde bij voorkeur vanuit de tweede rij. Toch werd hij in 1986 in Merchtem Belgisch kampioen. Het bleef de enige sieraad op zijn erelijst. Drie jaar eerder had Sergeant in het BK in Ronse de grootste ontgoocheling uit zijn carrière opgelopen: nadat hij in de verschroeiende hitte als een gevleugelde jonge god over de hellingen scheerde, werd Sergeant in een melodramatische spurt met een banddikte geklopt door Lucien Van Impe.

Aan zelfkennis ontbrak het Marc Sergeant niet. Hij reed altijd mee vooraan, maar geraakte niet weg. Vanuit de achtergrond kon hij snel een kloof overbruggen, maar hij ervoer dat demarreren en achtervolgen totaal niet met elkaar te vergelijken vallen. Sergeant wist dat hij niet meer zou gegrepen worden indien hij een gat van 100 meter zou slaan. Alleen: hij was niet in staat om met een snedige uitval 100 meter te pakken. Zo stapte Sergeant op een gegeven moment in zijn carrière van de Hitachi-ploeg, waar hij een van de kopstukken was, over naar het Panasonic van Peter Post om daar in een dienende rol te rijden. Het was een vrijwillige degradatie. Hij vond dat sponsors niet konden blijven investeren in een renner die het niet afmaakt. Het was een uitspraak die wees op bescheidenheid.

Nadat hij 25 jaar een uithangbord van Lotto was, werd Marc Sergeant in augustus vorig jaar door Lotto ontslagen. Met een kil telefoontje. Sindsdien analyseert hij wedstijden voor Het Nieuwsblad. In een deze week in het weekblad Humo verschenen interview praat de intussen 62-jarige Sergeant over zijn huidig leven. Over zijn pijnlijk ontslag rept hij amper met een woord. Met modder gooien was nooit aan hem besteed. Sergeant is een gentleman, een eeuwige gentleman. Als sportief manager van de Lotto-ploeg was hij altijd stijlvol in de omgang. In het contact met de renners verhief hij zelden de stem. Sergeant was voor de zalvende aanpak. Verschillende interviews hebben we met hem gemaakt. Marc nam er altijd de tijd voor, praatte rustig en beheerst, articuleerde goed en vertelde nooit onzin.Marc Sergeant kon verschrikkelijk hard fietsen, maar een winnaar was hij niet. Daarvoor miste hij de nodige explosiviteit. Dat resulteerde in een hoop ereplaatsen. In de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix eindigde hij respectievelijk zes en vijf keer in de eerste tien. Hij beleefde zijn vak op zijn manier. Tijdens buitenlandse wielerwedstrijden trok hij zich 's avonds graag op zijn hotelkamer terug en luisterde naar klassieke muziek van bij voorkeur Wolfgang Amadeus Mozart. Het was zijn remedie tegen de stress. Sergeant, die pas op zijn negentiende met koersen begon, zweette en zwoegde bij voorkeur vanuit de tweede rij. Toch werd hij in 1986 in Merchtem Belgisch kampioen. Het bleef de enige sieraad op zijn erelijst. Drie jaar eerder had Sergeant in het BK in Ronse de grootste ontgoocheling uit zijn carrière opgelopen: nadat hij in de verschroeiende hitte als een gevleugelde jonge god over de hellingen scheerde, werd Sergeant in een melodramatische spurt met een banddikte geklopt door Lucien Van Impe.Aan zelfkennis ontbrak het Marc Sergeant niet. Hij reed altijd mee vooraan, maar geraakte niet weg. Vanuit de achtergrond kon hij snel een kloof overbruggen, maar hij ervoer dat demarreren en achtervolgen totaal niet met elkaar te vergelijken vallen. Sergeant wist dat hij niet meer zou gegrepen worden indien hij een gat van 100 meter zou slaan. Alleen: hij was niet in staat om met een snedige uitval 100 meter te pakken. Zo stapte Sergeant op een gegeven moment in zijn carrière van de Hitachi-ploeg, waar hij een van de kopstukken was, over naar het Panasonic van Peter Post om daar in een dienende rol te rijden. Het was een vrijwillige degradatie. Hij vond dat sponsors niet konden blijven investeren in een renner die het niet afmaakt. Het was een uitspraak die wees op bescheidenheid.