Dit artikel verscheen, zoals hieronder weergegeven, eerder op 7 mei 2014 in Sport/Voetbalmagazine
...

Butta via la bandana!' 'Gooi je bandana weg!' Op de flanken van de Italiaanse bergpassen schreeuwen tifosi, door het dolle heen, hun keel schor. Ze weten dat zodra de hoofdband door de lucht vliegt, een opwindend spektakel begint. Aan de voet van de klim naar bedevaartsoord Oropa heeft Marco Pantani als signaal van een nakende aanval zijn kale knikker al ontbloot, als plots de supporters de handen voor de mond slaan en elkaar angstig in de ogen kijken. Op het slechtst denkbare moment heeft hun held pech: de ketting ligt van zijn fiets. Vooraan barst de koers open. Pantani, gehuld in de roze trui, verliest kostbare tijd. Zijn onafscheidelijke ploegmaats wachten hem op, lanceren hem als in een pistemeeting en zetten zich ten slotte één na één aan de kant. Op dat moment neemt hun kopman zijn stuur onderaan in de beugel, gaat recht op de trappers lopen met zijn schoentippen naar de grond wijzend, en begint zijn onwaarschijnlijke achtervolgingsrace. Op 2,5 kilometer van de finish heeft Pantani al 48 renners ingehaald en krijgt hij koploper Laurent Jalabert in het vizier. Tot een duel komt het niet. Met een nieuwe versnelling laat de Italiaan meteen ook Jaja ter plekke en stormt onweerstaanbaar naar de ritzege. Nooit was Pantani zo dominant als in de Giro van 1999. Behalve in Oropa wint de Piraat ook drie van de vier andere ritten met aankomst bergop. Met nog één bergrit voor de boeg en ruim vijfenhalve minuut voorsprong in het klassement is de vraag al lang niet meer of Pantani ook die rit nog zal winnen, maar waar zijn show zal beginnen. In de Giro van 1999 is Pantani 29, titelverdediger en op het hoogtepunt van zijn kunnen. Er hangt een aura van onoverwinnelijkheid rond hem. Van hoger kan hij dus niet vallen, wanneer op de ochtend van de voorlaatste rit de UCI hem een startverbod oplegt vanwege een afwijkende bloedwaarde. In skioord Madonna di Campiglio wordt bij Pantani een hematocriet van 52 procent gemeten, twee punten boven de grens. Een indicatie van epogebruik, maar geen bewijs, aangezien op dat moment de epotest nog niet is ingevoerd. De redder van de Festina-Tour van 1998 wordt twee weken op non-actief geplaatst, officieel ter bescherming van zijn gezondheid. In de karavaan ontploft een bom. Als er iemand in het peloton met opdoffers om kon, leek het wel Pantani. Zijn ritoverwinning op de Ventoux in de Tour van 2000, na een beklijvend duel met Lance Armstrong, kon een voorlopige samenvatting van zijn carrière zijn. Lossen, terugkomen, lossen, terugkomen en ten slotte zelfs aanvallen. Als een kat met negen levens. De ellende was begonnen in 1995. Dat jaar kan Pantani eerst niet van start gaan in de Giro, op training onderuit gemaaid door een wagen. Daarna wint hij wel twee ritten in de Tour en wordt hij derde op het WK in Colombia. Maar in Milaan-Turijn slaat het noodlot opnieuw en nog veel harder toe. Tijdens een afdaling botst Pantani in volle vaart op een wagen die in tegengestelde richting het parcours is opgereden. De diagnose: een open en gecompliceerde breuk van het linkerkuit- en scheenbeen. Niemand durft te zeggen of de jonge klimbelofte ooit nog zijn oude niveau zal halen. Pas anderhalf jaar later, in de lente van 1997, zendt Pantani na een bijzonder zware revalidatie voor het eerst weer hoopgevende signalen uit met toptienplaatsen in de Ardennenklassiekers. Hij lijkt klaar voor een hoofdrol in de Giro, maar ook daar loopt het andermaal fout. Na één week komt hij door een zwarte kat ten val en zit zijn Giro erop. Pantani krabbelt recht, behaalt in de Tour dubbele ritwinst en eindigt als derde in Parijs. Het beste moet dan nog komen. In 1998 wint de Piraat in één seizoen zowel de Giro als de Tour. Alleen Fausto Coppi, Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Stephen Roche en Miguel Indurain hadden hem dit voorgedaan. Tot de dramatische bloedcontrole in 1999 was geen dal te diep voor vechtjas Pantani om er weer uit te klauteren. Alle lichamelijke ellende die hij achter de rug had, beschouwde hij als een speling van het noodlot. Zijn uitsluiting uit de Giro was van een andere orde. Hij vond het één grote onrechtvaardigheid. Een merkwaardige interpretatie, want de vele complottheorieën ten spijt, kan alleen epogebruik verklaren waarom Pantani's hematocriet te hoog was. Epo was in de jaren negentig wijdverbreid in het peloton. Pantani voelde zich geviseerd en geslachtofferd. Wanneer hem het resultaat van de hematocrietcontrole verteld wordt, barst de Piraat in schreeuwen uit en slaat hij een raam van zijn hotelkamer aan diggelen. Hij, die met zijn spectaculaire raid vanaf de Galibier in zijn eentje de vermaledijde Tour van 1998 had gered, moest nu zelf boeten. Na zijn terugkeer van Madonna di Campiglio sluit de gereserveerde bakkerszoon zich van de buitenwereld af in het donker. Zijn villa nabij Cesenatico lijkt een belegerde vesting: op straat kamperen journalisten, fotografen en cameramensen met telelenzen in de aanslag. Pas na vier dagen komt hij een eerste keer buiten. De Italiaanse tv vraagt waarom hij niet meedoet aan de Tour, waar hij van bij het begin niet van plan was zijn titel te verdedigen. Pantani was toch lang niet de eerste die 'ongezond' was verklaard? Zijn voorgangers, onder wie zijn vroegere kopman Claudio Chiappucci, bleven twee weken uit competitie, lieten zich via een nieuwe controle gezond verklaren en begonnen weer te koersen. Pantani kan in de Tour met de pedalen antwoorden. Maar hij verwerpt het idee: 'Altijd zal er iemand twijfels hebben. Dat ergert me het meest. De rondes die ik heb gewonnen, al mijn opofferingen, mijn verwondingen: door één afwijkende test trekken de mensen alles in twijfel.' Nog niet bekomen van de schok van Madonna di Campiglio, krijgt Pantani te horen dat er in Turijn een gerechtelijk onderzoek tegen hem is geopend. Bloedgegevens uit 1995 van na zijn ongeval in Milaan-Turijn - onder andere een hematocriet van 60,1 procent - hadden de aandacht getrokken. Pantani voelt zich diep gekwetst, want de gebeurtenissen van Milaan-Turijn waren kenmerkend voor zijn identiteit. Vallen en opstaan: dat was toch zijn leven? Drie dagen later, exact twee weken na zijn startverbod in de Giro, vertelt Pantani zijn Deense vriendin Christina dat hij met cocaïne is begonnen. Een van de beste klimmers aller tijden heeft de afdaling naar de donkerste spelonken van het bestaan ingezet. Het zal duren tot juni 2003, kort na de Giro, eer Pantani's cocaïneverslaving in de media komt. De Italiaanse tv brengt live verslag uit vanachter het hek van een ontwenningskliniek in Noord-Italië, waar de renner op dat moment opgenomen is. Het signaal voor de Piraat om voor het eerst open kaart te spelen met zijn nog altijd talrijke fans en een brief de wereld in te sturen: "Zelfs al zou ik op dit moment fysiek in staat zijn om te koersen, ik zit momenteel in een moeilijke periode en heb te veel problemen te verwerken, die ondanks alle mogelijke hulp van de mensen die me na staan, alleen ikzelf kan oplossen." Net op dat moment leek voor de buitenwereld de carrière van Pantani opnieuw gelanceerd. In de Giro van 2003 was hij weer op het voorplan verschenen. Na zijn vijfde plaats op de moordende Zoncolan had hij verklaard dat hij het klimgevoel van vroeger aan het terugvinden was. In de laatste bergrit had hij zijn handelsmerk bovengehaald: aanvallen en blijven aanvallen. Het adembenemende spektakel had bij de tifosi het enthousiasme van de grote dagen doen weerkeren. Dat was geleden van de Tour van 2000, waarin Pantani twee ritten won en met een onverhoeds offensief zelfs Armstrong in verlegenheid bracht. Het waren prestaties van een drugsverslaafde, die alles zeggen over diens onwaarschijnlijke talent maar ook de ernst van zijn toestand hebben verbloemd. Davide Boifava, de man die Pantani in 1992 zijn eerste profcontract gaf en hem in 2003 bij Mercatone Uno weer wielrenner moest maken: 'De dag na de Giro leek het erop dat zijn comeback een feit was. We kwamen toen samen bij Marco thuis. We legden de plannen voor 2004 op tafel en praatten over de toekomst. Maar kort daarna verdween hij in de duisternis.' De ex-Tourwinnaar is op dat punt in zijn leven multimiljonair. Hij bezit onroerend goed ter waarde van minstens 12 miljoen euro en 20 miljoen euro bij de bank. Maar wat hij niet heeft, is de stabiliteit van een warme thuis. De breuk met Christina, met wie hij door zijn cocaïneverslaving nog slechts een knipperlichtrelatie had, zal deze keer definitief zijn. In de herfst van 2003 gaat Pantani inwonen bij zijn oude vriend Michael Mengozzi, in een boerderij in de wijde omgeving van Cesenatico. Samen gaan ze vaak jagen op eenden, tot in Servië en Cuba toe. In Cuba slaagt Pantani erin om contact te leggen met zijn idool Diego Maradona, dan aan het afkicken in een kliniek in Havana. Gescheiden door een hek wisselen beide sportmannen enkele woorden. Ruim twee maanden, zo zal Mengozzi beweren, was Pantani van de coke afgebleven. Maar het hoofd gek gemaakt in Cuba, neemt Pantani in zijn eentje het vliegtuig terug naar Havana. Olguita, de nieuwe liefde in zijn bestaan, staat hem op te wachten op de luchthaven. Hun avontuur zal maar enkele dagen duren en de oud-wielerkampioen zoekt opnieuw troost in de cocaïne. Mengozzi reist hem achterna. Hij vindt zijn vriend als een wrak, ziek door de drugs en beroofd. Nieuwe, herhaalde pogingen om Pantani in therapie te laten gaan, mislukken keer op keer. Boifava: 'Marco antwoordde dat hij niet wilde eindigen zoals José María Jiménez.' De Spaanse rasklimmer was een generatiegenoot en diegene die Pantani het langst weerstand had geboden bij zijn allerlaatste UCI-zege, de rit naar Courchevel in de Tour van 2000. Jiménez overleed aan een hartstilstand op 6 december 2003 in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij voor cocaïneverslaving in behandeling was. In plaats van zich te laten opnemen, keert Pantani terug naar de boerderij van Mengozzi. Daar zijn zakjes cocaïne niet toegelaten om de realiteit te ontvluchten. Stripteasedanseressen wel - Mengozzi was nachtclubuitbater. Via een Russische, die voor 2000 euro per nacht onder de schuilnaam Barbara haar diensten aanbiedt, komt Pantani in contact met een zekere Fabio Miradossa, een Napolitaan die in Rimini woont. Bij hem zal de Piraat zijn laatste cocaïne bestellen. De dertig gram overdosis die hem op Valentijnsdag 2004 fataal zal worden. Alleen al in de laatste maand van zijn leven geeft Pantani 20.000 euro uit aan zijn witte goud, alles voor eigen gebruik. De laatste twee weken brengt hij helemaal alleen in hotelkamers door. Op 14 februari 2004 wordt hij levenloos aangetroffen naast zijn bed in hotel Le Rose in Rimini - hij was zijn dealer tegemoet gereisd. De toestand van zijn kamer weerspiegelde de chaos in zijn hoofd. Door de talloze dopingonderzoeken die tegen hem liepen en waaruit bleek dat heel zijn carrière op epogebruik gestoeld was, voelde de Piraat zich opgejaagd wild. In een totale staat van paranoia had hij de gordijnen van zijn hotelkamer dichtgelaten en meubels tegen de deur gestapeld. Hij werd 34 jaar. Als impulsieve artiest op een fiets had Pantani de heerschappijen van Indurain en Armstrong aan het wankelen gebracht. Tussendoor was de beste klimmer van zijn generatie anderhalf jaar lang, van 1998 tot juni 1999, ook de beste ronderenner ter wereld. Maar vanuit zijn ervaringen in de overgemedicaliseerde wielersport koos hij er na het drama van Madonna di Campiglio voor om blijvend de realiteit te ontvluchten. Van de ene schijnwereld kwam hij in de andere terecht. Zo onsterfelijk en buitenaards hij op de hoogste bergtoppen leek, zo diepmenselijk en kwetsbaar was Pantani naast zijn theaterpodium. Hij was, zoals Indurain hem ooit typeerde, een tragisch genie?