Lang wist Marie-Rose Gaillard niet dat meisjes aan wielerwedstrijden mochten deelnemen. Ze was al zestien toen ze haar eerste koers reed, nadat een fietsenhandelaar haar daarop had gewezen toen ze de fiets van haar broer leende.

Niettemin werd de Luikse al twee jaar later, in 1962, op haar pas achttiende wereldkampioene in het Italiaanse Salo.

Op een erg zwaar parcours triomfeerde ze solo, met een voorsprong van bijna drie minuten. Twee landgenotes, Yvonne Reynders (25) en Marie-Thérèse Naessens (23), veroverden in de sprint van de achtervolgsters het zilver en het brons. Gaillard kon deels profiteren van de aandacht van de concurrentie voor topfavoriete Reynders, die in 1959 en 1961 wereldkampioene was geworden.

Ze pakte ook uit met een revolutionaire afdalingstechniek, met één hand op haar rug, om de luchtweerstand te verkleinen.

Met Reynders (viermaal, ook nog in 1963 en 1966) en Nicole Vandenbroeck (1973) is Gaillard, als enige Waalse, nog altijd een van de drie Belgische vrouwen die ooit de regenboogtrui in de elitecategorie behaalden. Meer dan een regenboogtrui en een diploma hield ze er echter niet aan over.

Huwelijkskleed naaien

De daaropvolgende jaren kon Gaillard die regenboogstunt niet herhalen, al sprokkelde ze wel nog mooie ereplaatsen: tiende in 1963 in Ronse, waar Reynders voor eigen volk won, vierde in 1964 in Sallanches en achtste in 1968 op de Nürburgring.

In 1966 werd de Luikse in Barvaux, op een typisch Ardennenparcours, wel nog nationaal kampioene, nadat ze had moeten opboksen tegen een Vlaamse alliantie.

Tot vier uur voor de wedstrijd was Marie-Rose, naaister van beroep, bezig geweest met het maken van haar eigen huwelijkskleed. Dat zou haar weinig geluk brengen: drie jaar later verloor ze haar man en kind in een auto-ongeluk.

'Ma tante'

Gaillard verliet de wielersport om een stomerij in Outremeuse te openen. Toen ze zich in Aywaille vestigde, richtte ze mee de wielerclub VC Ourthe/Amblève op. Die was vooral actief als organisator en telde slechts twee renners, onder wie... de vijftienjarige Philippe Gilbert, die ze de eerste knepen van het vak leerde.

Gilbert zou Marie-Rose liefkozend 'ma tante' noemen, hoewel er tussen beiden geen bloedband was.

Niet toevallig bracht hij ook een hommage aan zijn 'tante' op Twitter, toen het nieuws van haar overlijden bekend werd.

Lang wist Marie-Rose Gaillard niet dat meisjes aan wielerwedstrijden mochten deelnemen. Ze was al zestien toen ze haar eerste koers reed, nadat een fietsenhandelaar haar daarop had gewezen toen ze de fiets van haar broer leende.Niettemin werd de Luikse al twee jaar later, in 1962, op haar pas achttiende wereldkampioene in het Italiaanse Salo. Op een erg zwaar parcours triomfeerde ze solo, met een voorsprong van bijna drie minuten. Twee landgenotes, Yvonne Reynders (25) en Marie-Thérèse Naessens (23), veroverden in de sprint van de achtervolgsters het zilver en het brons. Gaillard kon deels profiteren van de aandacht van de concurrentie voor topfavoriete Reynders, die in 1959 en 1961 wereldkampioene was geworden. Ze pakte ook uit met een revolutionaire afdalingstechniek, met één hand op haar rug, om de luchtweerstand te verkleinen.Met Reynders (viermaal, ook nog in 1963 en 1966) en Nicole Vandenbroeck (1973) is Gaillard, als enige Waalse, nog altijd een van de drie Belgische vrouwen die ooit de regenboogtrui in de elitecategorie behaalden. Meer dan een regenboogtrui en een diploma hield ze er echter niet aan over.De daaropvolgende jaren kon Gaillard die regenboogstunt niet herhalen, al sprokkelde ze wel nog mooie ereplaatsen: tiende in 1963 in Ronse, waar Reynders voor eigen volk won, vierde in 1964 in Sallanches en achtste in 1968 op de Nürburgring.In 1966 werd de Luikse in Barvaux, op een typisch Ardennenparcours, wel nog nationaal kampioene, nadat ze had moeten opboksen tegen een Vlaamse alliantie. Tot vier uur voor de wedstrijd was Marie-Rose, naaister van beroep, bezig geweest met het maken van haar eigen huwelijkskleed. Dat zou haar weinig geluk brengen: drie jaar later verloor ze haar man en kind in een auto-ongeluk. Gaillard verliet de wielersport om een stomerij in Outremeuse te openen. Toen ze zich in Aywaille vestigde, richtte ze mee de wielerclub VC Ourthe/Amblève op. Die was vooral actief als organisator en telde slechts twee renners, onder wie... de vijftienjarige Philippe Gilbert, die ze de eerste knepen van het vak leerde.Gilbert zou Marie-Rose liefkozend 'ma tante' noemen, hoewel er tussen beiden geen bloedband was.Niet toevallig bracht hij ook een hommage aan zijn 'tante' op Twitter, toen het nieuws van haar overlijden bekend werd.