De winnaars van de Ronde van Frankrijk van eind jaren 80 tot 2008 zouden hun zege wel eens allemaal aan epo te danken kunnen hebben. Dat stelt Maarten van Bottenburg, hoogleraar Sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht. 'Tot 2008 lijkt het me geen vreemde conclusie dat je zonder epo de Tour niet kon winnen', zegt Van Bottenburg, die als lid van de commissie-Sorgdrager onderzoek deed naar de dopingcultuur in het Nederlandse wielrennen. 'Bij het kortere rondewerk is het effect niet erg groot, maar zeker bij een langdurige inspanning van enkele weken werkt het onderscheidend. Vóór de intreding van epo gebruikten renners vaak dubieuze middelen als amfetaminen, maar daarvan is de werking nooit echt bewezen.'

Dankzij repressieve maatregelen is epo sinds 2008 makkelijker opspoorbaar, maar dat betekent niet dat het middel uit het peloton verdwenen is. Zo werden de Italiaanse renners Danilo di Luca en Mauro Santambrogio tijdens de laatste editie van de Ronde van Italië nog betrapt.

Verdacht

Ook onder anderen veel renners van de ploeg van Lance Armstrong gebruikten epo in de zeven jaren dat hij de Tour de France won.

Van Bottenburg beaamt dat ploegen die zo domineren in een wedstrijd, iets verdachts hebben. Maar bij de Britse ploeg Sky, waarvoor Tourfavoriet Chris Froome rijdt, heeft hij dat gevoel juist weer niet. 'Ze leggen daar heel erg het accent op innovatie, trainingsmethodes en inzichten uit andere sporten. Zij gaan daar heel ver in', stelt de hoogleraar. Hij vindt dat de andere ploegen op dat vlak gewoon achterliggen. 'Aan de opbouw van trainingen wordt weinig veranderd. Het wereldje herhaalt zichzelf al jaren. Kijk bijvoorbeeld hoe zwemmers naar hun wedstrijd toewerken. Gooi het voor de wielersport allemaal open. Sky heeft daar wat mij betreft al een enorme stap voorwaarts in gezet.' (ANP/KVDA)

De winnaars van de Ronde van Frankrijk van eind jaren 80 tot 2008 zouden hun zege wel eens allemaal aan epo te danken kunnen hebben. Dat stelt Maarten van Bottenburg, hoogleraar Sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht. 'Tot 2008 lijkt het me geen vreemde conclusie dat je zonder epo de Tour niet kon winnen', zegt Van Bottenburg, die als lid van de commissie-Sorgdrager onderzoek deed naar de dopingcultuur in het Nederlandse wielrennen. 'Bij het kortere rondewerk is het effect niet erg groot, maar zeker bij een langdurige inspanning van enkele weken werkt het onderscheidend. Vóór de intreding van epo gebruikten renners vaak dubieuze middelen als amfetaminen, maar daarvan is de werking nooit echt bewezen.' Dankzij repressieve maatregelen is epo sinds 2008 makkelijker opspoorbaar, maar dat betekent niet dat het middel uit het peloton verdwenen is. Zo werden de Italiaanse renners Danilo di Luca en Mauro Santambrogio tijdens de laatste editie van de Ronde van Italië nog betrapt. Verdacht Ook onder anderen veel renners van de ploeg van Lance Armstrong gebruikten epo in de zeven jaren dat hij de Tour de France won. Van Bottenburg beaamt dat ploegen die zo domineren in een wedstrijd, iets verdachts hebben. Maar bij de Britse ploeg Sky, waarvoor Tourfavoriet Chris Froome rijdt, heeft hij dat gevoel juist weer niet. 'Ze leggen daar heel erg het accent op innovatie, trainingsmethodes en inzichten uit andere sporten. Zij gaan daar heel ver in', stelt de hoogleraar. Hij vindt dat de andere ploegen op dat vlak gewoon achterliggen. 'Aan de opbouw van trainingen wordt weinig veranderd. Het wereldje herhaalt zichzelf al jaren. Kijk bijvoorbeeld hoe zwemmers naar hun wedstrijd toewerken. Gooi het voor de wielersport allemaal open. Sky heeft daar wat mij betreft al een enorme stap voorwaarts in gezet.' (ANP/KVDA)