De nieuwe discipline kon nog niet meteen rekenen op veel belangstelling in Europa; slechts acht landen vaardigden deelnemers af en door de moeilijke datum, daags voor de tijdrit bij de elite, ging het meestal ook niet om specialisten tegen de klok.

Eerst vertrokken drie mannen voor één rondje, zodra de tweede man over de finish passeerde was het de beurt aan de vrouwen. De tijd van de tweede vrouw aan de finish was de eindtijd. Slovakije trapte het EK als eerste op gang, geen toptijd, 59:17 en ze zouden als laatste finishen.

Uitkijken was het naar de prestaties van de Fransen, Duitsland, Nederland, Italië en onze landgenoten: Thomas De Gendt, Otto Vergaerde, Lawrence Naesen, Lotte Kopecky, Sofie De Vuyst en Sanne Cant. Naesen moest al snel zijn kompanen laten rijden, het duo moest lang alleen op pad en de Belgen zouden vrede moeten nemen met een vierde stek.

Italië bezette daarna even de hotseats, maar toen de Nederlandse ploeg aan de bak moest, werd die chrono van de tabellen geveegd en doken zij 1:24 onder hun tijd.

Alleen de Duitse vrouwen waren toen nog onderweg, maar zij kwamen 14 seconden tekort voor het goud. Dat dus naar Nederland ging met Koen Bouwman, Bauke Mollema, Ramon Sinkeldam, Floortje Mackaij, Riejanne Markus en Amy Pieters, goed voor de eerste Europese kampioen in deze discipline.