Hoewel er al een tijdje over een troonsafstand wordt gesproken, blijft Sven Nys met verbazend gemak een hoofdrol spelen in het veldrijden. Zondag wil hij in Antwerpen voor de achtste keer nationaal kampioen worden. Knack sprak met hem. Knack: Er wordt al een tijdje gesproken van een troonsafstand, maar de verhoudingen veranderen niet. Nys: Ik had me daar vorig seizoen eigenlijk wel een beetje op voorbereid: dat anderen me gingen overstijgen. Als je je daar mentaal op instelt, ga je er beter mee om. Toen het niet gebeurde, besefte ik dat mijn niveau nog altijd heel hoog ligt.

Dat blijkt ook nu weer, hoewel het telkens iemand anders was die met mij in de clinch ging, Stybar, dan Albert, dan Vantornout, dan Pauwels en dan Meeusen. De enige rode draad doorheen het seizoen was ik.

Ik heb veel grote koersen in de juiste plooi gelegd. En dat is eigenlijk al jaren zo. Ik kan niet altijd winnen, maar ik doe altijd mee voor de overwinning. Ze spreken al jaren van een aflossing van de wacht, maar die komt er voorlopig niet.

Alleen in het begin van het seizoen was er even twijfel. Toen las ik dat de explosiviteit weg was. Tot ik op de Koppenberg won en een minuut van de anderen wegreed. Ook van Stybar.

Ik zit nu in de situatie dat ze verwachten dat ik win. Dat zorgt voor extra druk. Ik merk dat er heel veel naar mij gekeken wordt, dat ik de koers moet dragen. En als ik dan eens wordt geklopt, vragen ze meteen wat er scheelt.

Zondag staat het BK in Antwerpen op het programma. Spreekt het parcours je aan? Ik heb er onlangs de Scheldecross gereden en om eerlijk te zijn: ik vind het geen mooie cross. Het is niet echt lastig, al zijn er zware zandstroken. Veel zal afhangen van het weer.

Maar ik heb het Belgisch kampioenschap al op alle omlopen gewonnen, het is een speciale koers die me goed ligt. Ook omdat ik in de periode net na Nieuwjaar altijd heel goed ben, ik verteer alle zware crossen die rond de eindejaarsperiode op het programma staan vrij gemakkelijk.

Je rijdt dan beter dan eind januari, wanneer het wereldkampioenschap wordt gereden.
Ik heb de indruk dat dit voor mij inderdaad een moeilijker periode is. Dat zit in de genen, denk ik, je kunt het moeilijk uitleggen. Ik heb dat in de zomer ook. In mei en juni rijd ik goed, in juli minder.

Is het daarom dat je maar één keer wereldkampioen werd bij de profs? Misschien. Al stond ik toch al vijf keer op het podium, slecht kun je dan niet zijn. Dit jaar wordt het iets speciaals omdat het WK plaatsvindt in het Duitse Sankt Wendel, waar ik zes jaar geleden won. Het parcours is heuvelachtig en dat ligt me.

Maar het is natuurlijk geen garantie op succes. Al wil ik toch nog één keer wereldkampioen worden.

(Jacques Sys)

Hoewel er al een tijdje over een troonsafstand wordt gesproken, blijft Sven Nys met verbazend gemak een hoofdrol spelen in het veldrijden. Zondag wil hij in Antwerpen voor de achtste keer nationaal kampioen worden. Knack sprak met hem. Knack: Er wordt al een tijdje gesproken van een troonsafstand, maar de verhoudingen veranderen niet. Nys: Ik had me daar vorig seizoen eigenlijk wel een beetje op voorbereid: dat anderen me gingen overstijgen. Als je je daar mentaal op instelt, ga je er beter mee om. Toen het niet gebeurde, besefte ik dat mijn niveau nog altijd heel hoog ligt. Dat blijkt ook nu weer, hoewel het telkens iemand anders was die met mij in de clinch ging, Stybar, dan Albert, dan Vantornout, dan Pauwels en dan Meeusen. De enige rode draad doorheen het seizoen was ik. Ik heb veel grote koersen in de juiste plooi gelegd. En dat is eigenlijk al jaren zo. Ik kan niet altijd winnen, maar ik doe altijd mee voor de overwinning. Ze spreken al jaren van een aflossing van de wacht, maar die komt er voorlopig niet. Alleen in het begin van het seizoen was er even twijfel. Toen las ik dat de explosiviteit weg was. Tot ik op de Koppenberg won en een minuut van de anderen wegreed. Ook van Stybar. Ik zit nu in de situatie dat ze verwachten dat ik win. Dat zorgt voor extra druk. Ik merk dat er heel veel naar mij gekeken wordt, dat ik de koers moet dragen. En als ik dan eens wordt geklopt, vragen ze meteen wat er scheelt. Zondag staat het BK in Antwerpen op het programma. Spreekt het parcours je aan? Ik heb er onlangs de Scheldecross gereden en om eerlijk te zijn: ik vind het geen mooie cross. Het is niet echt lastig, al zijn er zware zandstroken. Veel zal afhangen van het weer. Maar ik heb het Belgisch kampioenschap al op alle omlopen gewonnen, het is een speciale koers die me goed ligt. Ook omdat ik in de periode net na Nieuwjaar altijd heel goed ben, ik verteer alle zware crossen die rond de eindejaarsperiode op het programma staan vrij gemakkelijk. Je rijdt dan beter dan eind januari, wanneer het wereldkampioenschap wordt gereden. Ik heb de indruk dat dit voor mij inderdaad een moeilijker periode is. Dat zit in de genen, denk ik, je kunt het moeilijk uitleggen. Ik heb dat in de zomer ook. In mei en juni rijd ik goed, in juli minder. Is het daarom dat je maar één keer wereldkampioen werd bij de profs? Misschien. Al stond ik toch al vijf keer op het podium, slecht kun je dan niet zijn. Dit jaar wordt het iets speciaals omdat het WK plaatsvindt in het Duitse Sankt Wendel, waar ik zes jaar geleden won. Het parcours is heuvelachtig en dat ligt me. Maar het is natuurlijk geen garantie op succes. Al wil ik toch nog één keer wereldkampioen worden. (Jacques Sys)