De bekendmaking dat Wout van Aert (26) de beste eendagsrenner van het afgelopen wielerjaar was, was al veelzeggend. In die ranking van de Internationale Wielerunie UCI klopte hij zijn eeuwige rivaal Mathieu van der Poel. Twee natuurtalenten, die aantoonden dat de overgang van het veld naar de weg geen groot obstakel hoeft te zijn als je het qua trainingsmethodiek, piekmomenten en de juiste professionele omkadering uitstekend aanpakt.

De manier waarop Van Aert terugkeerde na zijn val in de Ronde van Frankrijk op 19 juli 2019, waarbij hij een diepe snijwonde opliep in zijn rechterbovenbeen, verdient respect, een staande ovatie zelfs.

Van Aert leek de afgelopen maanden wel een metamorfose te hebben ondergaan. Kijk maar naar de manier waarop hij het peloton mende in de bergetappes van de meest recente Tour, zich volledig wegcijferend voor kopman Primoz Roglic. Van Aert toonde ook zijn nuchtere en bescheiden kant, een echte Flandrien die totaal geen vedetteallures tentoonspreidde maar die door hard labeur zijn eigen grenzen stelselmatig verlegde.

Dat hij zich de eerste Belg (na Andrej Tsjmil) sinds 1999 mag noemen die Milaan-Sanremo op zijn naam schreef, oogstte volledig terecht veel lof. Op de streep had hij een wiel voorsprong op Julian Alaphilippe, de winnaar van 2019. En dat in moordende omstandigheden bij een temperatuur van 32 graden.

Van Aert bewees dat hij een absolute wereldtopper is, een echte kampioen die we net als dat ander toptalent Remco Evenepoel moeten koesteren. Een diepe buiging is hierbij zeker op zijn plaats.

De bekendmaking dat Wout van Aert (26) de beste eendagsrenner van het afgelopen wielerjaar was, was al veelzeggend. In die ranking van de Internationale Wielerunie UCI klopte hij zijn eeuwige rivaal Mathieu van der Poel. Twee natuurtalenten, die aantoonden dat de overgang van het veld naar de weg geen groot obstakel hoeft te zijn als je het qua trainingsmethodiek, piekmomenten en de juiste professionele omkadering uitstekend aanpakt. De manier waarop Van Aert terugkeerde na zijn val in de Ronde van Frankrijk op 19 juli 2019, waarbij hij een diepe snijwonde opliep in zijn rechterbovenbeen, verdient respect, een staande ovatie zelfs.Van Aert leek de afgelopen maanden wel een metamorfose te hebben ondergaan. Kijk maar naar de manier waarop hij het peloton mende in de bergetappes van de meest recente Tour, zich volledig wegcijferend voor kopman Primoz Roglic. Van Aert toonde ook zijn nuchtere en bescheiden kant, een echte Flandrien die totaal geen vedetteallures tentoonspreidde maar die door hard labeur zijn eigen grenzen stelselmatig verlegde.Dat hij zich de eerste Belg (na Andrej Tsjmil) sinds 1999 mag noemen die Milaan-Sanremo op zijn naam schreef, oogstte volledig terecht veel lof. Op de streep had hij een wiel voorsprong op Julian Alaphilippe, de winnaar van 2019. En dat in moordende omstandigheden bij een temperatuur van 32 graden. Van Aert bewees dat hij een absolute wereldtopper is, een echte kampioen die we net als dat ander toptalent Remco Evenepoel moeten koesteren. Een diepe buiging is hierbij zeker op zijn plaats.