Meer dan voor gelijk welke klassieker komen voor de Primavera verschillende renners in aanmerking voor de zege. De makkelijkste om te rijden, de moeilijkste om te winnen, luidt het cliché. Wij kozen uit de lange lijst favorieten vijf renners. Niet de meest voor de hand liggende namen, maar wel met als logische nummer één:

1. Peter Sagan Plus: de ideale Milaan-Sanremorenner positioneert zich zonder moeite vooraan in een peloton, is explosief bergop, kan zich in de afdaling van de Poggio als een steen naar beneden gooien en heeft na 298 kilometer vooral een stevige eindsprint in de benen. Vier kwaliteiten die de in bloedvorm verkerende Peter Sagan als geen ander beheerst - wat hij overvloedig bewees in de Ronde van Oman en Tirreno-Adriatico.

Die combinatie van wapens maken hem dé topfavoriet. Een status die hem bovendien schijnbaar amper lijkt te deren, net als de voorspelde regen en koude - nog een (koersverzwarende) factor die in zijn voordeel speelt.

Min: heeft geen superploeg, op de talentrijke Moreno Moser na, maar kan die al die lange afstand aan? Een strijd één-tegen-allen draait vaak nadelig uit voor de topfavoriet: iedereen zal zijn wiel viseren en niemand - ook Fabian Cancellara niet - zal met de Slowaak willen doorrijden.

2. Matthew Goss Plus: na een tegenvallend 2012 heeft Matthew Goss weer de topvorm van 2011 beet. En toen won hij Milaan-Sanremo, nadat hij als enige snelle man onder meer Cancellara en Gilbert kon volgen. Heeft een uitstekende, zorgeloze winter achter de rug, is enkele kilo's lichter en toonde zijn topvorm met drie tweede plaatsen in de Tour Down Under en met een zege in de uitgeregende, 232 kilometer lange eerste rit van Tirreno-Adriatico.

Bewees al in 2011 dat hij als sprinter probleemloos de Cipressa en Poggio verteert. Kan bovendien rekenen op sterke ploegmaats als Michael Albasini (ritwinnaar in Parijs-Nice) en, niet te vergeten, Simon Gerrans, de winnaar van vorig jaar. Ook de regen en de koude kunnen de Tasmaniër niet uit zijn lood slaan - integendeel.

Min: Goss is veelzijdig, maar moet het op veel vlakken (bergop, bergaf, misschien zelfs in de sprint) nipt afleggen tegen Sagan, al geldt dat voor 95 procent van het peloton.

3. Jürgen Roelandts

Plus: zal in buitenlandse kranten geen sterretje achter zijn naam krijgen, torst dus weinig druk en kan vanuit de schaduw op de voorgrond treden - een voordeel ten opzichte van topfavoriet Sagan. Maar vooral: verkeert in de vorm van zijn leven, zegt de bakkerszoon ook zélf. Dat hij, samen met Thor Hushovd (die weliswaar pas later aansloot), als snelle man in de moordende Tirrenorit naar Porto Sant'Elpidio kon standhouden in een groep met Froome, Contador, Mollema en Sánchez, is veelzeggend.

Won eerder dit seizoen ook al een halve bergrit in de Ronde van de Middellandse Zee. En bewees op het WK 2011 in Kopenhagen (waar hij met iets meer geluk derde en niet vijfde was geworden na Cavendish en Goss), dat hij de lange afstand aankan en zelfs rapper wordt met de kilometer. Én: Roelandts is al sinds zijn jeugd een 'slechtweercoureur'.

Min: moet op de Poggio tegen Sagan en co zeker kunnen standhouden, maar is hij snel genoeg om de Slowaak en eventueel Goss te verslaan in de sprint? Hoe liggen de verhoudingen bij Lotto-Belisol, waar ook André Greipel al jaren droomt van een spurtzege in de Primavera - zoals de Duitser van de week aangaf in Sport/Voetbalmagazine? De échte killer in Roelandts moet ook nog altijd bovendrijven.

4. Sylvain Chavanel

Plus: droomt van een klassieke zege, vooral van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar kan ook zondag al scoren. Toonde in Parijs-Nice zijn vorm: ging zowat elke dag in de aanval en klopte in de rit naar Nice zelfs verrassend wereldkampioen Philippe Gilbert in de sprint - de Fransman staat nochtans niet bekend voor zijn snelle sprintersbenen.

Kan op de Poggio de besten zeker volgen, en heeft met Cavendish en Boonen als ploegmaats het perfecte excuus om daarna te speculeren en misschien te profiteren van de grote focus op topfavoriet Sagan.

Kan een paar supersnelle kilometers uit de benen schudden, en ook hij gedijt in slecht en koud weer - remember zijn zeges in onder meer Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl in 2008. Het verwachte, harde koersverloop speelt ook in zijn voordeel.

Min: is kansloos in de sprint tegen Sagan, Goss, Roelandts en andere snelle mannen. Raakte in Sanremo nog niet verder dan een 20e (2011) en 21e plaats (2010). Zal Cavendish eisen dat de Fransman zich voor hem opoffert?

5. Edvald Boasson Hagen Plus: misschien wel de grootste gok, want net als andere Skyploegmaats reed Boasson Hagen noch Parijs-Nice, noch Tirreno-Adriatico, maar bereidde hij zich voor met een twee weken lange hoogtestage op de Teide in Tenerife. Een revolutionair idee, waarvan ze zelfs bij Team Sky de afloop niet van kunnen voorspellen (zeggen ze zelf).

Met lange, intense en vooral heel gerichte trainingen op wattage heeft men de Noor, Bernhard Eisel en Geraint Thomas (zeker ook in de gaten te houden!) klaargestoomd. Bij Bradley Wiggins wierp die aanpak vorig jaar zijn vruchten af, het zou geen mirakel zijn als dat ook bij de voorjaarsrenners het geval is. Boasson Hagen heeft bovendien alle kwaliteiten om in de Primavera te schitteren: uitstekend bergop en snel in de sprint.

Min: even goed blijkt dat zelfs een doorgedreven hoogtestage de intensiteit van een Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico niet kan simuleren. De Skyrenners zijn ook pas terug van Tenerife, normaal rendeert zo'n stage pas na een week of twee (voor de Ronde van Vlaanderen). Hoewel Boasson Hagen als Noor goed bestand is tegen slecht weer (herinner u de uitgeregende Gent-Wevelgem die hij won), is het de vraag of hij en zijn ploegmaats de bruuske overgang van het warme Tenerife naar het koude Noord-Italië makkelijk zullen verteren. EBH heeft in Sanremo bovendien nog nooit een toptwintigplaats behaald.

(Jonas Creteur)

Meer dan voor gelijk welke klassieker komen voor de Primavera verschillende renners in aanmerking voor de zege. De makkelijkste om te rijden, de moeilijkste om te winnen, luidt het cliché. Wij kozen uit de lange lijst favorieten vijf renners. Niet de meest voor de hand liggende namen, maar wel met als logische nummer één: 1. Peter Sagan Plus: de ideale Milaan-Sanremorenner positioneert zich zonder moeite vooraan in een peloton, is explosief bergop, kan zich in de afdaling van de Poggio als een steen naar beneden gooien en heeft na 298 kilometer vooral een stevige eindsprint in de benen. Vier kwaliteiten die de in bloedvorm verkerende Peter Sagan als geen ander beheerst - wat hij overvloedig bewees in de Ronde van Oman en Tirreno-Adriatico. Die combinatie van wapens maken hem dé topfavoriet. Een status die hem bovendien schijnbaar amper lijkt te deren, net als de voorspelde regen en koude - nog een (koersverzwarende) factor die in zijn voordeel speelt. Min: heeft geen superploeg, op de talentrijke Moreno Moser na, maar kan die al die lange afstand aan? Een strijd één-tegen-allen draait vaak nadelig uit voor de topfavoriet: iedereen zal zijn wiel viseren en niemand - ook Fabian Cancellara niet - zal met de Slowaak willen doorrijden. 2. Matthew Goss Plus: na een tegenvallend 2012 heeft Matthew Goss weer de topvorm van 2011 beet. En toen won hij Milaan-Sanremo, nadat hij als enige snelle man onder meer Cancellara en Gilbert kon volgen. Heeft een uitstekende, zorgeloze winter achter de rug, is enkele kilo's lichter en toonde zijn topvorm met drie tweede plaatsen in de Tour Down Under en met een zege in de uitgeregende, 232 kilometer lange eerste rit van Tirreno-Adriatico. Bewees al in 2011 dat hij als sprinter probleemloos de Cipressa en Poggio verteert. Kan bovendien rekenen op sterke ploegmaats als Michael Albasini (ritwinnaar in Parijs-Nice) en, niet te vergeten, Simon Gerrans, de winnaar van vorig jaar. Ook de regen en de koude kunnen de Tasmaniër niet uit zijn lood slaan - integendeel. Min: Goss is veelzijdig, maar moet het op veel vlakken (bergop, bergaf, misschien zelfs in de sprint) nipt afleggen tegen Sagan, al geldt dat voor 95 procent van het peloton. 3. Jürgen Roelandts Plus: zal in buitenlandse kranten geen sterretje achter zijn naam krijgen, torst dus weinig druk en kan vanuit de schaduw op de voorgrond treden - een voordeel ten opzichte van topfavoriet Sagan. Maar vooral: verkeert in de vorm van zijn leven, zegt de bakkerszoon ook zélf. Dat hij, samen met Thor Hushovd (die weliswaar pas later aansloot), als snelle man in de moordende Tirrenorit naar Porto Sant'Elpidio kon standhouden in een groep met Froome, Contador, Mollema en Sánchez, is veelzeggend. Won eerder dit seizoen ook al een halve bergrit in de Ronde van de Middellandse Zee. En bewees op het WK 2011 in Kopenhagen (waar hij met iets meer geluk derde en niet vijfde was geworden na Cavendish en Goss), dat hij de lange afstand aankan en zelfs rapper wordt met de kilometer. Én: Roelandts is al sinds zijn jeugd een 'slechtweercoureur'. Min: moet op de Poggio tegen Sagan en co zeker kunnen standhouden, maar is hij snel genoeg om de Slowaak en eventueel Goss te verslaan in de sprint? Hoe liggen de verhoudingen bij Lotto-Belisol, waar ook André Greipel al jaren droomt van een spurtzege in de Primavera - zoals de Duitser van de week aangaf in Sport/Voetbalmagazine? De échte killer in Roelandts moet ook nog altijd bovendrijven. 4. Sylvain Chavanel Plus: droomt van een klassieke zege, vooral van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar kan ook zondag al scoren. Toonde in Parijs-Nice zijn vorm: ging zowat elke dag in de aanval en klopte in de rit naar Nice zelfs verrassend wereldkampioen Philippe Gilbert in de sprint - de Fransman staat nochtans niet bekend voor zijn snelle sprintersbenen. Kan op de Poggio de besten zeker volgen, en heeft met Cavendish en Boonen als ploegmaats het perfecte excuus om daarna te speculeren en misschien te profiteren van de grote focus op topfavoriet Sagan. Kan een paar supersnelle kilometers uit de benen schudden, en ook hij gedijt in slecht en koud weer - remember zijn zeges in onder meer Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl in 2008. Het verwachte, harde koersverloop speelt ook in zijn voordeel. Min: is kansloos in de sprint tegen Sagan, Goss, Roelandts en andere snelle mannen. Raakte in Sanremo nog niet verder dan een 20e (2011) en 21e plaats (2010). Zal Cavendish eisen dat de Fransman zich voor hem opoffert? 5. Edvald Boasson Hagen Plus: misschien wel de grootste gok, want net als andere Skyploegmaats reed Boasson Hagen noch Parijs-Nice, noch Tirreno-Adriatico, maar bereidde hij zich voor met een twee weken lange hoogtestage op de Teide in Tenerife. Een revolutionair idee, waarvan ze zelfs bij Team Sky de afloop niet van kunnen voorspellen (zeggen ze zelf). Met lange, intense en vooral heel gerichte trainingen op wattage heeft men de Noor, Bernhard Eisel en Geraint Thomas (zeker ook in de gaten te houden!) klaargestoomd. Bij Bradley Wiggins wierp die aanpak vorig jaar zijn vruchten af, het zou geen mirakel zijn als dat ook bij de voorjaarsrenners het geval is. Boasson Hagen heeft bovendien alle kwaliteiten om in de Primavera te schitteren: uitstekend bergop en snel in de sprint. Min: even goed blijkt dat zelfs een doorgedreven hoogtestage de intensiteit van een Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico niet kan simuleren. De Skyrenners zijn ook pas terug van Tenerife, normaal rendeert zo'n stage pas na een week of twee (voor de Ronde van Vlaanderen). Hoewel Boasson Hagen als Noor goed bestand is tegen slecht weer (herinner u de uitgeregende Gent-Wevelgem die hij won), is het de vraag of hij en zijn ploegmaats de bruuske overgang van het warme Tenerife naar het koude Noord-Italië makkelijk zullen verteren. EBH heeft in Sanremo bovendien nog nooit een toptwintigplaats behaald. (Jonas Creteur)