Een stralend zonnetje en een staalblauwe hemel, zo is het vaak maar niet altijd in Monaco. Op deze schrale februarimaandag hangt er een grijze lucht boven het mondaine prinsdom en blijft de temperatuur steken op amper tien graden. Philippe Gilbert (34) ontvangt ons desondanks met het mooi gebruinde gezicht van iemand die geen winter heeft meegemaakt.
...

Een stralend zonnetje en een staalblauwe hemel, zo is het vaak maar niet altijd in Monaco. Op deze schrale februarimaandag hangt er een grijze lucht boven het mondaine prinsdom en blijft de temperatuur steken op amper tien graden. Philippe Gilbert (34) ontvangt ons desondanks met het mooi gebruinde gezicht van iemand die geen winter heeft meegemaakt. Het contrast is groot met de zichtbaar uitgeputte renner die we op 1 oktober zagen na afloop van de Ronde van Lombardije. Gilbert kwam in Bergamo haast anoniem over de streep als 35e en op meer dan tien minuten van winnaar Esteban Chaves. Toch verscheen er een glimlach op zijn gelaat. Gilbert was opgelucht dat hij een punt kon zetten achter vijf woelige jaren bij BMC en zich in een nieuw avontuur kon storten bij de ploeg van Patrick Lefevere. Een nieuwe uitdaging wachtte hem, een onverwachte uitdaging voor hen die de Belgische kampioen zijn carrière bij een kleinere ploeg zagen afsluiten. PHILIPPE GILBERT: 'Bij Quick-Step Floors is er zo veel kwaliteit dat zelfs Peter Sagan bij deze ploeg zou moeten leren om te wijken voor anderen. Ik denk echter dat de concurrentie die ik hier zal tegenkomen mij alleen maar beter kan maken. Ik heb trouwens voor dit team gekozen omdat ik zin heb om mijn grenzen te verleggen. Bij Quick-Step Floors verwacht ik het hele jaar door een gezonde concurrentie. Vorige week kreeg ik daar het beste voorbeeld van. Patrick belde me op en zei: 'Luister, Philippe, we hebben een probleem voor Parijs-Nice. We zitten met een ploeg met te veel sterke renners, er blijft niemand over om op kop te rijden.' Ik heb hem geantwoord: 'Maak je niet druk, we zullen wel iemand vinden.' Je hebt altijd renners die minder goed zijn dan gehoopt, er kan iemand ziek zijn of wat dan ook. In het slechtste geval moeten we helemaal niet op kop rijden.' (lacht) GILBERT: 'Die collectieve kracht is net onze belangrijkste troef. Op de Muur van Hoei, bijvoorbeeld, is Alaphilippe in staat om iedereen het nakijken te geven. Ik ben er zeker van dat ik, als ik erbij ben, het tempo kan maken op het goede moment waardoor hij wint en ik nog altijd een resultaat kan neerzetten. Ik zou ook als eerste kunnen aanzetten en als er dan niemand reageert, maak ik zelf een goede kans op de overwinning. Halen ze me in, dan kan Alaphilippe of Martin het afmaken. We kunnen ook à la Tim Wellens anticiperen en demarreren op twintig kilometer van de aankomst. Kortom, we kunnen op verschillende manieren winnen. Dat is de sterkte van een ploeg als de onze.' GILBERT: 'Omdat ik nauwelijks lees wat de media schrijven, weet ik ook niet goed wat de mensen denken. Dat kan soms een nadeel zijn, maar ook een voordeel. Ik verspil er alvast geen energie mee. Maar ik heb natuurlijk wel vastgesteld dat ik een beetje op het tweede plan ben geraakt. Dat komt door mijn resultaten, door de rivaliteit tussen kranten onderling, omdat ik voor een buitenlandse ploeg rijd, omdat ik niet in België woon, ... Het heeft meerdere oorzaken dus, maar de belangrijkste is dat de verwachtingen voor mij zowel als voor de ploeg hooggespannen waren en dat de resultaten nooit navenant waren.' GILBERT: 'Een mislukking vind ik wel heel zwaar uitgedrukt. De wereldtitel in 2012 pakte ik toch in die periode. Het is wel zo dat ik na vijf jaar vond dat het tijd was om andere oorden op te zoeken. De voorbije jaren heb ik een aantal blessures gekend die me parten gespeeld hebben. Ik denk aan die zware val op mijn knie in de Waalse Pijl van 2015. Pas nu voel ik opnieuw een 50-50-evenwicht in de kracht van mijn twee benen. Ik heb er nooit veel over gesproken, maar het is een serieuze handicap geweest. Vorig jaar brak ik dan mijn vinger. Kortom, verscheidene kleine en minder kleine blessures hebben mij de afgelopen seizoenen verhinderd om het allerbeste uit mezelf te halen.' GILBERT: 'We mogen niet klagen van het leven dat we hebben als wielrenner, maar we moeten ons ook veel opofferingen getroosten. Fysiek zou ik het nog aankunnen, maar je moet bepaalde keuzes maken. Ten opzichte van mijn familie ben ik als profsporter behoorlijk egoïstisch. Op een bepaald moment moet je aan anderen denken. Maar ik maak nog plannen voor 2019 en 2020. Stoppen met koersen is zeker nog niet voor onmiddellijk. Ik ben in Monaco gaan wonen om hard te werken. Hier vind ik de ideale weersomstandigheden en een mooi trainingsparcours. Ik zou wel gek zijn om dat nu al op te geven en mijn loopbaan te beëindigen. Hier beleeft een wielrenner zijn droom.' GILBERT: 'Zoals ik al zei, zou het fysiek nog lukken. Je moet dan wel een aantal zaken herbekijken. Neem George Hincapie. Zonder zijn specifieke problemen (de dopingzaak bij US Postal, nvdr) was hij allicht nog altijd profwielrenner. Hij zou een ploeg gevonden hebben die hem voldoende zou betalen om maar drie maanden per jaar te fietsen. Seizoenen van drie maanden en goed betaald worden, zoals een veldrijder: dat zou ik ook nog wel willen.' (lacht) GILBERT: 'Het voelt vreemd dat van alle jongens met wie ik als nieuweling en nadien junior reed, er niet veel meer overblijven. Vooral in de kasseiklassiekers zal het speciaal zijn: Tom Boonen zonder Fabian Cancellara, dat is niet hetzelfde. Ze waren gezworen vijanden. Ze hebben elkaar nooit gemogen, er heerste altijd spanning tussen die twee. Het mooie gevecht tussen die twee rivalen die er altijd voor streden, gaan we missen.' GILBERT: 'Valverde is de strafste op dat vlak. Hij streed met de vorige generatie - daar moet ik geen tekeningetje bij maken, hij is geschorst voor wat hij deed. Dan denk je dat hij nadien minder voor de dag zal komen, maar het tegendeel is waar: hij keert nóg sterker terug. Hij staat er altijd en op alle omlopen. Hij is een machine, un fou! Sagan is een beetje anders. Hij staat ook overal zijn mannetje, maar hij blijft in de eerste plaats een sprinter. Vorige winter won hij wel vijf kilo aan spieren, hij is een soort bulldog. Hij en Valverde, dat zijn uitzonderingen.' GILBERT: 'Eerlijk gezegd denk ik dat je dat niet kan voorbereiden. Sagan is heel moeilijk te verslaan en hij weet dat zelf ook. Hij doet alsof hij het allemaal niet goed volgt en van niets weet, maar hij speelt een rolletje. Ik ben ervan overtuigd dat hij gepassioneerd is door het wielrennen. In de wedstrijd zelf lijkt hij ook onverschillig, maar op momenten dat je vooraan moet zitten, is hij daar. Het komt erop aan om hem te isoleren, maar zelfs dan kan hij nog winnen, want hij vindt altijd wel bondgenoten die onbewust de fout maken om met hem naar de streep te rijden.' GILBERT: '2018 is nog veraf. Ik weet zelfs nog niet voor welke ploeg ik dan zal uitkomen. Je mag bovendien niet vergeten dat de Fransen het parcours maken voor hun eigen renners. Bryan Coquard rijdt voor Direct Energie, dat zijn thuishaven heeft in de Vendée. Het dreigt er volgend seizoen met andere woorden op een sprint uit te draaien. Trouwens, dachten ze in 2011 ook niet eerder aan ThomasVoeckler dan aan mij?' GILBERT: 'Ik zal nog koersen in 2019, maar de Tour? Dat weet ik nog niet. Ik heb altijd gezegd dat ik nog eens graag de Ronde van Frankrijk zou rijden voor ik mijn fiets aan de haak hang, dus waarom niet in 2019? Maar eerlijk gezegd droom ik niet meer van die wedstrijd. Het is te veel een aaneenschakeling van stereotypes geworden. Altijd dezelfde renners hebben er kansen om te winnen. Ik heb de indruk dat het nooit zo uitgesproken was als de jongste jaren. De schuld daarvoor ligt niet bij ASO, het is Team Sky dat de koers kapotmaakt. US Postal is ermee begonnen, maar met Sky is het nog erger.' GILBERT: 'Dat klopt, en ik stel alleen maar vast dat ook in die wedstrijden niemand hen durft aan te vallen. Ik heb hun manier van koersen geanalyseerd. Ze rijden telkens op hun limiet. Wanneer je hen nog een beetje extra pusht en hen nog twee, drie procent harder laat gaan, dan rijden ze zichzelf in de vernieling. Alle andere ploegen wachten tot er iemand anders het initiatief neemt, maar uiteindelijk beweegt er niemand omdat ze bang zijn om een mannetje overboord te gooien. Dan komt het aan op de laatste col en daar is er altijd eentje van Sky die wint. Ze moeten hen meer durven bestoken, zoals dat gebeurde in de Vuelta vorig jaar.' GILBERT: 'Vorig jaar heb ik het geprobeerd tijdens de Arctic Race of Norway. Sky nam zoals gewoonlijk het voortouw in het peloton. Ze reden niet à bloc, maar wel behoorlijk snel, net snel genoeg om met alle acht renners aan boord te blijven. Zo wilden ze naar de voet van de laatste helling rijden. Eerst kwam echter nog een beklimming van een tiental kilometer en daar planden we onze aanval. De enige manier om hen aan het wankelen te brengen is door ze te verplichten om te versnellen. Het was niet hun allerbeste team, het was dus speelbaar. Aan het begin van de beklimming pasten ze hun gebruikelijke tactiek toe. Ze trapten 380, 390 watt, wat veel is maar niet op hun maximum. Normaal moest er iemand van onze ploeg demarreren, maar het bleef stil. Daarop ben ik maar zelf aangegaan, niet op volle kracht maar aan 70 procent. Gewoon om de boel te ontregelen en de anderen aan te sporen om ook actie te ondernemen. Het spel zat op de wagen, er werd gekoerst als gekken. Langs alle kanten regende het demarrages. De mannen van Sky wisten niet meer waar ze het hadden. Nu, uiteindelijk moest er nog 80 kilometer gereden worden en kwam alles toch nog bij elkaar, maar het had zeker kunnen werken.' GILBERT: 'Indertijd ging het er inderdaad zo aan toe. Dat was in de Arctic Race niet het geval. Doe je zoiets in de Tour, dan zal Chris Froome ook wel proberen om je te intimideren. Hij is de boss en van die status moet hij gebruikmaken. Als hij dat niet uit zichzelf doet, dan zal zijn sportdirecteur hem er wel op wijzen. Hij is verplicht om die rol te spelen. Het kan werken of het kan niet werken. Bij mij zou het niet werken, maar 80 procent van de renners zou zich wel bedreigd voelen en verlamd raken.' GILBERT: 'Enkele jaren geleden was ik bijna de enige puncher van het peloton. Dat is veranderd, maar uiteindelijk zijn er nog altijd veel minder dan sprinters. Normaal, want coureurs zijn ook niet dom. Van de 1000 koersen zijn er 800 het best geschikt voor sprinters. Wat er veranderde, is dat jonge renners stilaan beseffen dat je ook een mooie carrière kan uitbouwen als je geen echte sprinter of geen echte klimmer bent. Misschien is het wel een beetje mijn verdienste, misschien was ik wel een inspiratiebron voor die jonge kerels.' Martin Grimberghs in Monaco