Toen Mathieu van der Poel op 19 januari 23 jaar werd, tweette iemand een foto van hem. Turend vanop een bergtop, met naast hem een leeuwenwelp. Het opschrift: The Cyclo King, verwijzend naar de Disneyfilm The Lion King. Een mooie illustratie van de zelden geziene heerschappij van koning Mathieu (zie kader).
...

Toen Mathieu van der Poel op 19 januari 23 jaar werd, tweette iemand een foto van hem. Turend vanop een bergtop, met naast hem een leeuwenwelp. Het opschrift: The Cyclo King, verwijzend naar de Disneyfilm The Lion King. Een mooie illustratie van de zelden geziene heerschappij van koning Mathieu (zie kader). Al de maanden ervoor was hij bedolven met superlatieven. Journalist Thijs Zonneveld: 'Geef Mathieu een cape en hij zal nog vliegen ook.' Marc Lamberts, de coach van Wout van Aert: 'Zoals we over Merckxiaans spreken, zo gaan we ook over Van der Poeliaans praten.' Manager Christoph Roodhooft: 'Mathieu heeft bij zijn geboorte de Lotto gewonnen.' Die zes winnende cijfers waren het gevolg van een toevallige ontmoeting tussen vader Adrie en CorinnePoulidor - dochter van Raymond -, in een nachtclub op Martinique in 1987. Acht jaar later uitmondend in de geboorte van hun tweede zoon Mathieu. Die erft unieke genen die hem al op zijn tien maanden doen stappen, op zijn drie jaar zonder steunwieltjes doen rijden en hem al op zijn negende de Mont Ventoux en Alpe d'Huez doen beklimmen. Al beoefent hij ook tennis, judo, ponyrijden, boogschieten, skiën én jarenlang voetbal, bij KSK Kalmthout. Als aanvallende middenvelder mag Matje - zijn liefkozende bijnaam - op zijn twaalfde zelfs testen bij Willem II. Toch kiest de hyperactieve Van der Poel voor zijn grootste liefde: het cyclocrossen, waarmee hij al op zijn vijfde - officieel een jaar te jong - is begonnen, in wedstrijdjes van de West-Brabantse veldritcompetitie. Vier jaar later zou hij er ook een eerste keer de degens met ene Wout van Aert kruisen. Mathieu beklaagt zich de keuze niet: op zijn 13e verovert hij de Nederlandse titel, al moet hij die een jaar later, in 2009, wel afstaan aan Stan Wijkel. De laatste keer dat hij géén nationaal kampioen wordt: sindsdien immers al achtmaal op rij, van bij de eerstejaarsnieuwelingen tot onlangs een vierde maal bij de profs. Al in die jeugdcategorieën toont Van der Poel kannibalistische trekjes: 29 zeges op 29 crossen als tweedejaarsnieuweling, 26 op 30 als eerstejaars - en 30 op 30 als tweedejaarsjunior, waaronder twee Europese en twee wereldtitels. In september 2013 voegt hij er, in Firenze, nog een regenboogtrui op de wég aan toe - als enige die daar ooit in slaagde. Alleen in zijn twee belofteseizoenen (2013/14, 2014/15) lijkt de Nederlander iets menselijker (10 op 28). Omdat Van Aert dan pas fysiek ontbolstert, en omdat hij zich meer focust op zijn crossen bij de profs. Al bij zijn eerste veldritten, in december 2013 - een maand voor zijn 19e verjaardag - pusht Van der Poel er ploegmaat Niels Albert tot het uiterste: in Antwerpen finisht hij op 5 seconden, in Sint-Niklaas wint Albert pas na een millimetersprint. Ook op de weg, in mei 2014, maakt de pas 19-jarige Van der Poel een knaldebuut bij de elite, in de Ronde van België. Op de voorlaatste klim rijdt hij in zijn eentje een gat dicht op een elitegroep met onder meer Tony Martin, Philippe Gilbert en Greg Van Avermaet. Als die laatste nog eens vol demarreert en even later het hoofd draait, staren twee tienerogen hem helder aan. Van der Poel wint niet - hij eindigt in de sprint als 32e -, maar na afloop heeft iedereen het over Die Ene Demarrage. Twee weken later doet de Nederlander weer monden opvallen door in de Ronde van Limburg de ervaren Duitser Paul Martens te kloppen in een massasprint. In het daaropvolgende veldritseizoen verovert Van der Poel al zijn eerste regenboogshirt bij de profs. En begint de regeerperiode van de Hollandse Cyclo King. Wout van Aert verovert daarna in Heusden-Zolder (2016) en Bièles (2017) weliswaar de wereldtitel - mede door materiaalpech van zijn grote concurrent -, maar het is Van der Poel die de rest van het seizoen domineert (zie kader).Terend op een fenomenale techniek, explosiviteit, snelheid en een groot recuperatievermogen - alleen de pure kracht ontbreekt nog. Mede omdat de in Kappellen wonende Nederlander twee zomers op rij geplaagd wordt door knieproblemen. Daardoor moet hij telkens later aan zijn veldritcampagne beginnen. En moet hij in de zware crossen als die van de Koppenberg en Francorchamps soms het hoofd voor Van Aert buigen.Wanneer Van der Poel zich na vorig crossseizoen zonder akkefietjes kan voorbereiden op de eerste WB-manche mountainbike in Nové Mesto, drijft zijn uniek talent nog eens boven. Wegens een gebrek aan UCI-punten start hij er op positie négentig. Maar meteen begint VDP aan een inhaalrace waarvan zelfs journalisten die al vele jaren het mountainbike volgen schreven: du jamais vu! Na twee ronden komt hij door als 74e, om daarna razendsnel op te schuiven: 51e, 33e, 25e. Wanneer iedereen denkt: nú zal hij kraken, zet de 22-jarige Nederlander in de voorlaatste omloop de allersnelste rondetijd neer, om uiteindelijk als achtste te finishen. Buiten adem, op 2'51'' van winnaar Nino Schurter (31), nadat hij - geblokkeerd door voorgangers op de single tracks - na twee ronden 2'47'' had verloren... Ook voor manager Christoph Roodhooft het strafste wat Van der Poel ooit heeft gepresteerd, meer dan gelijk welke veldrittriomf. Tot voor 2016 heeft die immers nog nooit aan een mountainbikewedstrijd deelgenomen. En tot voor de WB-race in Nové Mesto heeft Roodhoofts poulain, na het crossseizoen, amper twaalf keer met zijn mountainbike getraind/gereden, waaronder de Belgian Mountainbike Challenge, een driedaagse in de Ardennen die hij ook domineerde. Een week na Nové Mesto kan Van der Poel in de WB-manche van Albstadt door een betere startplek (achtste) olympisch kampioen Schurter zelfs anderhalf uur bestoken. Om, na een val, op 26 seconden als tweede te eindigen. Voor alle andere wereldtoppers. Én nadat hij drie dagen eerder, in de tweede rit van de Belgium Tour, Philippe Gilbert, Oliver Naesen, Tiesj Benoot en Wout van Aert heeft verslagen in de sprint. Amper drie maanden na een veldritseizoen waarin het multitalent 22 zeges heeft behaald. Een veelzijdigheid die manager Roodhooft in dit magazine de vergelijking doet maken met de veelzijdige Roger De Vlaeminck, die naast zijn 271 zeges op de weg immers ook 112 veldritten won. Nog een parallel? Hun vroegrijpheid: de Oost-Vlaming won op zijn 21e al de Omloop Het Volk - zijn eerste profkoers - en het BK op de weg. Mathieu werd op 1 februari 2015 de jongste profwereldkampioen veldrijden ooit, op een leeftijd van 20 jaar en 13 dagen. Vier maanden eerder schreef Matje, in Gieten, als jongste ooit een klassementscross op zijn naam. Al de dag ervóór, op 4 oktober 2014, voorspelde Sven Nys: 'Blijft hij crosser, dan zie ik Mathieu alle records van de tabellen fietsen. Ook de mijne.' Of Van der Poel daarin zal slagen, hangt meer af van zijn traject na 2020 - tot de Spelen van Tokio focust hij op het veldrijden en het mountainbike - dan van zijn talent. Zeker dit crossseizoen verplettert hij, à la Obelix, de tegenstand met welgemikte menhirs. Vorige zomer kon de Nederlander, na een succesvolle mountainbike/wegcampagne, zich immers voor het eerst perfect voorbereiden. Het leverde hem bijna twee kilo spieren extra op, en een surplus aan power. Veel details lost hij daar niet over, al vertelde Van der Poel aan Cyclingtips.com dat zijn zogenaamde Functional Threshold Power (de maximale waarde die een renner tot een goed uur lang kan duwen zonder compleet te verzuren) nu 'rond de 400 watt ligt', zo'n 5,35 watt per kilo. Het niveau van de betere WorldTourrenners, maar niet van de topklimmers, die evenveel kunnen trappen, en veel lichter zijn dan VDP, die 74 à 75 kg weegt, voor 1m83. Veel meer dan die panlatten is hij dan ook een totaalatleet, met een stevig gebouwd, flexibel, soepel (boven)lichaam. Dat heeft hij onder begeleiding van David Bombeke, bij BMC onder meer kinesist van Greg Van Avermaet, met stretching-, stabilisatie- en krachtoefeningen uitgebouwd. Vooral om de rug te versterken, want die was in het verleden vrij kwetsbaar. Minder dan vroeger zakken Van der Poels schouders nu ook in als hij vermoeid raakt. Die oefeningen volgt hij rigoureus, zowat het enige trainingsschema waar hij zich vast aan houdt. Voor zijn fietstochten gaat de Kappellenaar naar eigen zeggen veel meer af op het gevoel en de zin van de dag, zonder een beroep te doen op een professionele trainer. Dat klopt echter maar ten dele: zeker op voorbereidende stages doet hij blokkentrainingen aan vooropgestelde wattages, weliswaar zonder om de vijf seconden op zijn metertje te kijken. Schema's die Van der Poel doorneemt met Christoph Roodhooft, die ook al Niels Albert coachte. Die bespreekt op zijn beurt alles met een niet nader genoemde sportarts. Al benadrukt Mathieu dat hij intussen perfect weet wat hij, in het crossseizoen, moet doen om goed te zijn. En daarvoor geen trainer nodig heeft. Bovendien bevestigen mensen uit zijn entourage: ook op training kan Van der Poel zich het zwart voor de ogen rijden. ' Mario De Clercq kon zich ontzettend in zijn oefeningen vastbijten, maar Mathieu nóg meer', zegt Roodhooft. Ondanks zijn speelse imago leeft de Nederlander ook als een volbloedprof: hij lust op zondagavond weleens een frietje, maar verder volgt hij zijn diëtiste. Steevast eerst véél groenten, daarna pas koolhydraten en eiwitten. Alcohol? Amper. 'Ik drink veel meer bietensap dan wijn of bier', aldus Van der Poel, die amper uitgaat - liever crost hij 's morgens vroeg in de bossen - en op zijn rust let. Van vader Adrie heeft hij geleerd om een middagdutje te doen en na een cross laat hij zich met de auto, niet in de camper, zo vlug mogelijk naar huis voeren, om daar direct gemasseerd te kunnen worden en op bed te kunnen liggen.Meer dan ooit rendeert, gekoppeld aan zijn godenlijf, die aanpak. Weliswaar met een nieuw recept. Tot voor dit seizoen behaalde Van der Poel 21 van zijn 45 zeges (46%) door weg te knallen in het eerste halfuur. En 12 keer op die 45 overwinningen besliste hij het pleit in de slotronde. De specialiteit van het huis: sinds de crossen van Hamme en Overijse (november, december 2014) heeft de Nederlander in de laatste toer, zonder pech, geen wedstrijd meer verloren (13 op 13). Zoals ook dit seizoen op de Koppenberg (tegen Toon Aerts) en in Antwerpen (tegen Van Aert). Opvallend: sléchts twee races, want in 21 van zijn 26 zeges in deze campagne knalde VDP al weg in de eerste wedstrijdhelft, waarvan 13 keer in het openingskwartier. Meestal door even af te wachten. Om dan in ronde drie, vier of vijf een flitsende versnelling uit zijn kuiten te schudden die grote concurrent Van Aert de adem afsnijdt - net als de spanning. Het strafste voorbeeld: de cross in Baal, waarin Van der Poel in de vierde ronde Van Aert op liefst 19 seconden zette. In Heusden-Zolder lapte hij hem 14 tellen aan de broek (ronde 4), in Diegem 13 (ronde 3), in Bogense 11 (ronde 5) en in Nommay 10 (ronde 3). Die kloof bouwt de Nederlander in de daaropvolgende rondes nog wat uit om in het laatste deel van de race te consolideren, zonder te veel krachten te verspillen. Winnen met een minuut voorsprong deed Van der Poel tot dusver zelfs alleen op het NK. In 18 van zijn 25 andere zeges bolde hij 20 à 60 seconden eerder over de finish dan Van Aert en co. Met zo veel overschot dat de Kappellenaar al na het EK, op 5 november, ervan overtuigd was dat hij, ondanks al die lange solo's, zijn vorm een heel seizoen zou kunnen aanhouden. 'Ik heb vroeger ook nooit een terugval gehad.' Dat bleek ook de daaropvolgende weken. Als Van der Poel eens verloor (amper zes keer, zie kader), dan was dat te wijten aan een tactisch spel met Van Aert (Ronse), een val (Boom), materiaalpech (Gavere, Zeven), een verkoudheid (Namen) of een bewuste snipperdag (Bredene). Alleen een combinatie van die factoren, gecombineerd met een Van Aert in een superdag, lijkt hem zondag in Valkenburg van een tweede regenboogshirt bij de profs te kunnen houden. Of zoals iemand het op Twitter mooi omschreef: 'Zonder pech wordt Van der Poel ook met pech wereldkampioen.'