Grotere contrasten in de wielersport zijn er amper geweest als die tussen Jacques Anquetil en Raymond Poulidor. Je zag het niet alleen tijdens hun carrière, maar ook nadien. Zeker tijdens de Tour, de wedstrijd waarin beiden glorie verwierven.

Anquetil bewoog zich toen als een heer van rang en stand doorheen de karavaan, hij beantwoordde vragen van lezers in de organiserende sportkrant L'Equipe en hij analyseerde iedere avond de koers voor de radiozender Europe 1. Anquetil praatte scherp en duidelijk en ging geen thema uit de weg.

En Poulidor? Die zag je iedere ochtend in het Tourdorp, hij schudde handjes, hij gaf mensen schouderklopjes, at een hapje, maar op zijn mening zat eigenlijk niemand te wachten.

De antivedette

En toch, de aandacht voor de dood van Raymond Poulidor overtrof de voorbije dagen zelfs in de Franse media die van Jacques Anquetil. Want Poupou, zoals hij liefkozend werd genoemd, was hartelijk en innemend en de verpersoonlijking van de antivedette. Op zijn privéleven viel niets aan te merken.

Terwijl Anquetil zich als een aristocraat door het leven bewoog, een turbulent liefdesleven had en in Normandië in een prachtig kasteel woonde. Hij was ook een van de zeldzame renners die toegaf in zijn carrière doping te hebben genomen. Je moest, zei hij, al een imbeciel of een leugenaar zijn om de indruk te geven dat je 235 dagen per jaar kan rijden zonder het gebruik van stimulerende middelen. De prestaties van Anquetil waren altijd omgeven met een zekere mystiek.

Het publiek herkent zich doorgaans meer in de underdog en dus werd Poulidor veel meer op de handen gedragen dan de hautaine Anquetil. Dat hij in de Tour telkens weer door Maître Jacques werd geklopt, kwam zijn populariteit alleen maar ten goede. Veel zelfvertrouwen had Poulidor eigenlijk niet. Hij durfde Anquetil zelfs niet aan te vallen als die moeilijke momenten doorworstelde.

En altijd gebeurde er wel iets waarin Poulidor in de rol van eeuwige tweede werd geduwd. In Parijs-Nice van 1966 bijvoorbeeld toen hij voor de laatste rit aan de leiding stond en de Fordploeg van Anquetil een ware razzia in het peloton hield. Barry Hoban, een van de helpers van Poulidor, werd genadeloos in de gracht gekwakt en vanaf het moment dat Poupou geïsoleerd zat, plaatste Anquetil een beslissende aanval. Hij won de Rit naar de Zon voor Poulidor.

En weer kon die de mensen beroeren en ontroeren met trieste verhalen over nederlagen en tegenslagen. Het is het contradictorische in de carrière van Poulidor: hij werd populair door Anquetil.

Een laatste steekje

Na hun carrière werden beiden vrienden. Of toch min of meer. Vreemd genoeg bleef er bij Anquetil altijd iets hangen, terwijl daar eigenlijk geen aanleiding voor was. Zelfs in de laatste dagen van zijn leven kon Anquetil het niet laten zijn oude rivaal een steekje te geven. Toen Poulidor een paar dagen voor zijn dood aan zijn ziekbed stond, grijnsde Anquetil dat de arme Poupou weer tweede zou worden.

Jacques Anquetil overleed op 12 november 1987 aan maagkanker, Raymond Poulidor op 13 november 2019. Op één dag na 32 jaar later dus.

Grotere contrasten in de wielersport zijn er amper geweest als die tussen Jacques Anquetil en Raymond Poulidor. Je zag het niet alleen tijdens hun carrière, maar ook nadien. Zeker tijdens de Tour, de wedstrijd waarin beiden glorie verwierven. Anquetil bewoog zich toen als een heer van rang en stand doorheen de karavaan, hij beantwoordde vragen van lezers in de organiserende sportkrant L'Equipe en hij analyseerde iedere avond de koers voor de radiozender Europe 1. Anquetil praatte scherp en duidelijk en ging geen thema uit de weg. En Poulidor? Die zag je iedere ochtend in het Tourdorp, hij schudde handjes, hij gaf mensen schouderklopjes, at een hapje, maar op zijn mening zat eigenlijk niemand te wachten.En toch, de aandacht voor de dood van Raymond Poulidor overtrof de voorbije dagen zelfs in de Franse media die van Jacques Anquetil. Want Poupou, zoals hij liefkozend werd genoemd, was hartelijk en innemend en de verpersoonlijking van de antivedette. Op zijn privéleven viel niets aan te merken. Terwijl Anquetil zich als een aristocraat door het leven bewoog, een turbulent liefdesleven had en in Normandië in een prachtig kasteel woonde. Hij was ook een van de zeldzame renners die toegaf in zijn carrière doping te hebben genomen. Je moest, zei hij, al een imbeciel of een leugenaar zijn om de indruk te geven dat je 235 dagen per jaar kan rijden zonder het gebruik van stimulerende middelen. De prestaties van Anquetil waren altijd omgeven met een zekere mystiek.Het publiek herkent zich doorgaans meer in de underdog en dus werd Poulidor veel meer op de handen gedragen dan de hautaine Anquetil. Dat hij in de Tour telkens weer door Maître Jacques werd geklopt, kwam zijn populariteit alleen maar ten goede. Veel zelfvertrouwen had Poulidor eigenlijk niet. Hij durfde Anquetil zelfs niet aan te vallen als die moeilijke momenten doorworstelde. En altijd gebeurde er wel iets waarin Poulidor in de rol van eeuwige tweede werd geduwd. In Parijs-Nice van 1966 bijvoorbeeld toen hij voor de laatste rit aan de leiding stond en de Fordploeg van Anquetil een ware razzia in het peloton hield. Barry Hoban, een van de helpers van Poulidor, werd genadeloos in de gracht gekwakt en vanaf het moment dat Poupou geïsoleerd zat, plaatste Anquetil een beslissende aanval. Hij won de Rit naar de Zon voor Poulidor. En weer kon die de mensen beroeren en ontroeren met trieste verhalen over nederlagen en tegenslagen. Het is het contradictorische in de carrière van Poulidor: hij werd populair door Anquetil.Na hun carrière werden beiden vrienden. Of toch min of meer. Vreemd genoeg bleef er bij Anquetil altijd iets hangen, terwijl daar eigenlijk geen aanleiding voor was. Zelfs in de laatste dagen van zijn leven kon Anquetil het niet laten zijn oude rivaal een steekje te geven. Toen Poulidor een paar dagen voor zijn dood aan zijn ziekbed stond, grijnsde Anquetil dat de arme Poupou weer tweede zou worden.Jacques Anquetil overleed op 12 november 1987 aan maagkanker, Raymond Poulidor op 13 november 2019. Op één dag na 32 jaar later dus.