Is het toeval? Allicht, maar merkwaardig is het wel. Vorige woensdag, op 6 november 2019, lag het allerlaatste nummer van de Franse krant L'Echo in de rekken. Opgedoekt wegens financiële problemen, 76 jaar na de eerste oplage.

Precies in die krant, uitgegeven in Centraal-Oost Frankrijk, verscheen in juli 1962 een artikel van de hand van sportjournalist Emile Besson.

Boven zijn artikel plaatste hij de titel: 'Vas-y Poupou!' Als aanmoediging voor Raymond Poulidor, de streekrenner uit de Limousin die tijdens de Tour in een duel met eeuwige rivaal Jacques Anquetil verwikkeld was. En uiteindelijk - voor de eerste keer - als derde zou eindigen in Parijs, na Anquetil en de Belg Jef Planckaert.

Late rechtzetting

Geen gele trui voor Poupou, maar een mythische bijnaam was geboren.

Van een renner wiens 'Poupou-larité' - zoals het in Frankrijk ook omschreven werd - zijn palmares ruim oversteeg. In een land waarin velen de verliezende, maar moedig strijdende underdog altijd meer tegen de borst drukken dan de koele winnaar.

Zelfs nog ver na zijn loopbaan, toen Poulidor tijdens elke Tour gasten rondleidde in het Village Départ. Als ambassadeur van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui. Le maillot jaune die hij tijdens zijn rennerscarrière nooit had gedragen, maar in het vertrekdorp met graagte over de schouders trok - als een soort late rechtzetting van de geschiedenis.

Poulidor stond de laatste jaren vaak in het geel te schitteren, maar droeg dé gele trui nooit als renner., Belga Image
Poulidor stond de laatste jaren vaak in het geel te schitteren, maar droeg dé gele trui nooit als renner. © Belga Image

Voor elke Tourrit ging Poulidor er dan ook met tientallen fans op de foto. Elke keer even vriendelijk, even breed glimlachend, met zijn handen als kolenschoppen zwaaiend naar zijn aanbidders.

Want dát was, meer dan om zijn erelijst, waar het hem om ging.

Zoals de Fransman het ook vertelde toen hij in april 2016 gevierd werd voor zijn 80e verjaardag en een tv-journalist opmerkte hoe populair hij was. 'Oui, je crois que c'est essentiel', bevestigde Poupou.

Hetzelfde herhaalde hij dat jaar in een interview met Sport/Voetbalmagazine, hoezeer hij genoot van zijn populariteit. 'De dag dat ik niet meer herkend word, zal ik ongelukkig zijn.' Wat hij ook dit voorjaar in het wielertijdschrift Bahamontes nog eens benadrukte: 'Ik sterf liever dan dat ik niet meer onder de mensen kan komen.'

Dat deed Poulidor dan ook opnieuw, in de jongste Tour, bij de Grand Départ in Brussel en de drie weken erna. Ook al ging dat ten koste van zijn gezondheid. Poupou belandde erna in het ziekenhuis en raakte er niet meer uit.

Soortnaam

De knoestige, ogenschijnlijk onbreekbare Franse eik zou uiteindelijk vier maanden later geveld worden.

Bijna dag op dag 32 jaar nadat hij in november 1987 aan het sterfbed had gestaan van zijn gewezen boeman, maar eveneens goeie vriend Jacques Anquetil.

De coureur die altijd de betere was geweest en dat tegen Poulidor, tijdens zijn laatste dagen, nog eens grappend vertelde, hoe hij als eerste richting de eeuwige velodroom zou vertrekken. "Ook ditmaal ben je weer nummer twee, Raymond."

Zo luidt althans de legende, want in werkelijkheid was Poulidor op dat moment niet eens in Frankrijk. De anekdote moest echter zijn legende als 'eeuwige tweede' nog wat opsmukken.

Of hoe een renner een soortnaam werd die in het Van Dalewordenboek zou kunnen staan: poulidor, met kleine p.

Jachtpartij

Nochtans is die perceptie niet helemaal juist. Iets wat zelfs Poulidor bij elk interview benadrukte, dat hij wel degelijk veel koersen gewonnen had: liefst 189.

In bovendien een zeer lange profcarrière van achttien jaar, waarin hij elk seizoen minstens een keer de handen in de lucht stak - alleen Rik Van Steenbergen zette ooit een langere reeks neer.

Zeges in bovendien niet de minste koersen: de Vuelta (1964), Parijs-Nice (1972, 1973), Dauphiné Libéré (1966, 1969), Milaan-Sanremo (1961), de Waalse Pijl (1963), het Frans kampioenschap (1961), zeven ritten in de Tour...

In die Ronde van Frankrijk eindigde Poulidor een recordaantal keer op het podium - en werd hij zelfs meer derde (5x) dan tweede (3x) - maar won hij dus nooit de gele trui.

Omdat het hem, in tegenstelling tot de onpopulaire meesterrekenaar Jacques Anquetil, als vaak te enthousiaste aanvaller ontbrak aan koerszinzicht, stoutmoedigheid en killersinstinct.

Ook letterlijk, want het verhaal wil dat als zijn manager Roger Piel hem meenam op een jachtpartij, Poupou met volle teugen van de natuur genoot, maar 's avonds geen enkel schot gelost had.

Spijt had hij echter niet, vertelde Poulidor, toen hij voor de Franse tv na zijn carrière een dubbelinterview gaf met Jacques Anquetil en die hem een gele trui schonk. Waarop Poupou le maillot jaune aantrok, toch even kippenvel kreeg, en beklemtoonde dat de fiets hem alles had gegeven.

Vreugd, plezier en vooral eeuwige roem en populariteit.

Poulidor met zijn kleinzoon Mathieu van der Poel, op wie hij apetrots was., Belga Image
Poulidor met zijn kleinzoon Mathieu van der Poel, op wie hij apetrots was. © Belga Image

En later, via het huwelijk van zijn dochter Corinne met Adrie van der Poel, ook een kleinzoon: Mathieu. Een atletisch wonderkind en wél een geboren winnaar (op zijn 24e telt MVDP al 164 officiële profzeges) op wie Raymond apetrots was.

Tranen rolden dan ook over zijn wangen, toen hij in 2018, op tv zijn kleinzoon de Franse rittenkoers Boucles de Mayenne zag winnen, en Mathieu spontaan "Papy, je t'aiiiime" antwoordde op de vraag van een journalist of hij een boodschap voor zijn grootvader had.

Of zoals in 2016, toen Raymond op het podium Mathieu liefkozend in de armen sloot na de wereldbekermanche veldrijden in Lignières en Berry.

Samen op het podium zullen ze nu nooit meer staan. Ook niet in de Tour, de koers die Mathieu - zo voorspelde Papy Poulidor meerdere keren - ooit zou winnen.

Dat zal hem, net als zijn grootvader, hoogstwaarschijnlijk nooit lukken, al zal Van der Poel allicht mettertijd diens palmares (ruim) overtreffen.

Maar zo populair als zijn grootvader, dat zal hij - en wellicht geen enkele renner - nooit worden.

Of zoals president Emmanuel Macron tweette: "Zijn prestaties, zijn panache, zijn moed zijn gegraveerd in ons geheugen. Poupou, voor altijd de gele trui in het hart van de Fransen."

Poulidor met de Franse president Emmanuel Macron (r)., AFP
Poulidor met de Franse president Emmanuel Macron (r). © AFP
Is het toeval? Allicht, maar merkwaardig is het wel. Vorige woensdag, op 6 november 2019, lag het allerlaatste nummer van de Franse krant L'Echo in de rekken. Opgedoekt wegens financiële problemen, 76 jaar na de eerste oplage.Precies in die krant, uitgegeven in Centraal-Oost Frankrijk, verscheen in juli 1962 een artikel van de hand van sportjournalist Emile Besson.Boven zijn artikel plaatste hij de titel: 'Vas-y Poupou!' Als aanmoediging voor Raymond Poulidor, de streekrenner uit de Limousin die tijdens de Tour in een duel met eeuwige rivaal Jacques Anquetil verwikkeld was. En uiteindelijk - voor de eerste keer - als derde zou eindigen in Parijs, na Anquetil en de Belg Jef Planckaert.Late rechtzettingGeen gele trui voor Poupou, maar een mythische bijnaam was geboren.Van een renner wiens 'Poupou-larité' - zoals het in Frankrijk ook omschreven werd - zijn palmares ruim oversteeg. In een land waarin velen de verliezende, maar moedig strijdende underdog altijd meer tegen de borst drukken dan de koele winnaar.Zelfs nog ver na zijn loopbaan, toen Poulidor tijdens elke Tour gasten rondleidde in het Village Départ. Als ambassadeur van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui. Le maillot jaune die hij tijdens zijn rennerscarrière nooit had gedragen, maar in het vertrekdorp met graagte over de schouders trok - als een soort late rechtzetting van de geschiedenis.Voor elke Tourrit ging Poulidor er dan ook met tientallen fans op de foto. Elke keer even vriendelijk, even breed glimlachend, met zijn handen als kolenschoppen zwaaiend naar zijn aanbidders.Want dát was, meer dan om zijn erelijst, waar het hem om ging.Zoals de Fransman het ook vertelde toen hij in april 2016 gevierd werd voor zijn 80e verjaardag en een tv-journalist opmerkte hoe populair hij was. 'Oui, je crois que c'est essentiel', bevestigde Poupou.Hetzelfde herhaalde hij dat jaar in een interview met Sport/Voetbalmagazine, hoezeer hij genoot van zijn populariteit. 'De dag dat ik niet meer herkend word, zal ik ongelukkig zijn.' Wat hij ook dit voorjaar in het wielertijdschrift Bahamontes nog eens benadrukte: 'Ik sterf liever dan dat ik niet meer onder de mensen kan komen.'Dat deed Poulidor dan ook opnieuw, in de jongste Tour, bij de Grand Départ in Brussel en de drie weken erna. Ook al ging dat ten koste van zijn gezondheid. Poupou belandde erna in het ziekenhuis en raakte er niet meer uit.SoortnaamDe knoestige, ogenschijnlijk onbreekbare Franse eik zou uiteindelijk vier maanden later geveld worden.Bijna dag op dag 32 jaar nadat hij in november 1987 aan het sterfbed had gestaan van zijn gewezen boeman, maar eveneens goeie vriend Jacques Anquetil.De coureur die altijd de betere was geweest en dat tegen Poulidor, tijdens zijn laatste dagen, nog eens grappend vertelde, hoe hij als eerste richting de eeuwige velodroom zou vertrekken. "Ook ditmaal ben je weer nummer twee, Raymond."Zo luidt althans de legende, want in werkelijkheid was Poulidor op dat moment niet eens in Frankrijk. De anekdote moest echter zijn legende als 'eeuwige tweede' nog wat opsmukken.Of hoe een renner een soortnaam werd die in het Van Dalewordenboek zou kunnen staan: poulidor, met kleine p.JachtpartijNochtans is die perceptie niet helemaal juist. Iets wat zelfs Poulidor bij elk interview benadrukte, dat hij wel degelijk veel koersen gewonnen had: liefst 189.In bovendien een zeer lange profcarrière van achttien jaar, waarin hij elk seizoen minstens een keer de handen in de lucht stak - alleen Rik Van Steenbergen zette ooit een langere reeks neer.Zeges in bovendien niet de minste koersen: de Vuelta (1964), Parijs-Nice (1972, 1973), Dauphiné Libéré (1966, 1969), Milaan-Sanremo (1961), de Waalse Pijl (1963), het Frans kampioenschap (1961), zeven ritten in de Tour...In die Ronde van Frankrijk eindigde Poulidor een recordaantal keer op het podium - en werd hij zelfs meer derde (5x) dan tweede (3x) - maar won hij dus nooit de gele trui.Omdat het hem, in tegenstelling tot de onpopulaire meesterrekenaar Jacques Anquetil, als vaak te enthousiaste aanvaller ontbrak aan koerszinzicht, stoutmoedigheid en killersinstinct.Ook letterlijk, want het verhaal wil dat als zijn manager Roger Piel hem meenam op een jachtpartij, Poupou met volle teugen van de natuur genoot, maar 's avonds geen enkel schot gelost had.Spijt had hij echter niet, vertelde Poulidor, toen hij voor de Franse tv na zijn carrière een dubbelinterview gaf met Jacques Anquetil en die hem een gele trui schonk. Waarop Poupou le maillot jaune aantrok, toch even kippenvel kreeg, en beklemtoonde dat de fiets hem alles had gegeven.Vreugd, plezier en vooral eeuwige roem en populariteit.En later, via het huwelijk van zijn dochter Corinne met Adrie van der Poel, ook een kleinzoon: Mathieu. Een atletisch wonderkind en wél een geboren winnaar (op zijn 24e telt MVDP al 164 officiële profzeges) op wie Raymond apetrots was.Tranen rolden dan ook over zijn wangen, toen hij in 2018, op tv zijn kleinzoon de Franse rittenkoers Boucles de Mayenne zag winnen, en Mathieu spontaan "Papy, je t'aiiiime" antwoordde op de vraag van een journalist of hij een boodschap voor zijn grootvader had. Of zoals in 2016, toen Raymond op het podium Mathieu liefkozend in de armen sloot na de wereldbekermanche veldrijden in Lignières en Berry.Samen op het podium zullen ze nu nooit meer staan. Ook niet in de Tour, de koers die Mathieu - zo voorspelde Papy Poulidor meerdere keren - ooit zou winnen.Dat zal hem, net als zijn grootvader, hoogstwaarschijnlijk nooit lukken, al zal Van der Poel allicht mettertijd diens palmares (ruim) overtreffen.Maar zo populair als zijn grootvader, dat zal hij - en wellicht geen enkele renner - nooit worden.Of zoals president Emmanuel Macron tweette: "Zijn prestaties, zijn panache, zijn moed zijn gegraveerd in ons geheugen. Poupou, voor altijd de gele trui in het hart van de Fransen."