Dinsdag 11 juli - 178 km
...

Gevloekt werd er bij de volgers uit de Tourkaravaan, toen ze de verplaatsing op de eerste rustdag onder ogen kregen. Een oversteek van Chambéry naar de Dordogne: ruim 500 kilometer door het hart van Frankrijk - in het beste geval zes uur in de auto. De renners hadden meer geluk, want zij namen het vliegtuig (al op zondagavond) en genoten wel van een (relatieve) rustdag genieten.De renners bij wie 'rust roest' zullen ook blij zijn met deze vlakke rit, waarin hun benen kunnen roderen, in aanloop naar (allicht) een nieuwe massasprint, op een laatste rechte lijn van zo'n 500 meter, na twee haakse bochten in de slotkilometer. Goed mogelijk dat we opnieuw hetzelfde scenario zullen zien: een vluchtersgroepje dat aan kilometer nul meteen wegrijdt en dat in de diepe finale weer opgepeuzeld wordt.De vraag is wel of Quick-Step, en onder meer meesterknecht Julien Vermote, het achtervolgingswerk op zich zal (kunnen) blijven nemen. Zeker mochten de andere sprintersploegen, met name Lotto-Soudal van André Greipel, zich afzijdig houden. Of een mannetje meesturen in de ontsnapping van de dag. Bovendien is met Arnaud Démare (buiten tijd in Chambéry) een kandidaat-winnaar weggevallen, en dus ook een ploeg die kan meehelpen op kop van het peloton. Anderzijds zullen andere teams als Cofidis (Nacer Bouhanni) of Dimension-Data (Boasson-Hagen, zeer nipt geklopt door Kittel) nu misschien hun kans ruiken en meehelpen met Quick-Step.Voor Marcel Kittel zou een nieuwe etappezege de weg plaveien naar een eerste groene trui. Michael Matthews pakte richting Chambéry weliswaar 20 punten in de tussensprint, maar telt nog altijd 52 punten achterstand op de Duitser. Ook als hij in Bergerac als tweede eindigt na Kittel (die dan 50 punten zou opstrijken en Matthews 30), dan zou die achterstand weer oplopen tot 72 punten. Zelfs drie tussensprinten winnen, zonder dat de Quick-Stepsprinter een puntje sprokkelt, volstaat niet om die kloof te overbruggen.Alleen in Rodez - waar de finish op een korte helling ligt - en misschien in Romans-sur-Isère, na een zeer heuvelachtig begin, kan Matthews aan de finish nog punten verzamelen in ritten waar Kittel allicht zal tekortschieten. Maar in die étapes 'accidenté' zijn er slechts 30 punten te verdienen voor de snelste. Terwijl in de nog vier vlakke sprintersetappes voor de winnaar nog 200 punten te rapen vallen. Als Kittel de bergetappes kan overleven, is de kans groot dat hij in Parijs het groen zal aantrekken.Dat dit een 'gewone' etappe in lijn is, is wel opvallend, want de start- en aankomstplaats doen vooral tijdritfans watertanden. Périgueux en Bergerac waren immers al drie keer het begin- en eindpunt (of omgekeerd) van een chronorace. En telkens met een winnaar die zijn tegenstanders degradeerde. In 1961 fietste Jacques Anquetil de nummer twee, Charly Gaul, ondanks een lekke band op net geen drie minuten over een afstand van 74,5 kilometer, en in 2014 zette Tony Martin (de toen nog pure tijdrijder) Tom Dumoulin over 54 kilometer op 1 minuut en 39 seconden.De indrukwekkendste (al dan niet geloofwaardige) prestatie kwam van Miguel Indurain in 1994, in een tijdrit van 64 kilometer. Tony Rominger 'beperkte' als tweede de schade op de Spanjaard nog tot twee minuten. De derde en de vierde, Armand de las Cuevas en Thierry Marie, eindigden al op bijna vijf minuten en Johan Museeuw, die toen als geletruidrager startte, verloor als achttiende ruim zéven minuten. De Franse journalisten waren zo onder de indruk dat ze Indurain omdoopten tot Tyrano de Bergerac, naar Cyrano de Bergerac uit het bekende gelijknamige toneelstuk van Edmond Rostand uit 1897.Onderweg naar Bergerac fietsen de renners door het fabelachtige decor van de Dordogne. En door twee historische plaatsen, weliswaar om heel uiteenlopende redenen. Na 42 kilometer doorkruisen ze Montignac, vlakbij de beroemde grotten van Lascaux. Geen toeval, die passage, want in december werd het Centre International de l'Art Pariétal geopend, nu al 'de Sixtijnse Kapel van de muurschilderkunst' genoemd. Daarin kan het grote publiek, nadat de grotten in 1964 gesloten werden, eindelijk replica's bewonderen van alle zeshonderd, 17.000 jaar oude prehistorische tekeningen. Het departement van de Dordogne hoopt zo'n 400.000 bezoekers per jaar te ontvangen en dan is een bezoek van de Tour zeer welkom.Minder feestelijk wordt de doortocht na 154 kilometer in Port-de-Couze. Daar speelde zich in 1964, ook op 11 juli, het grootste drama uit de Tourgeschiedenis af. Een vrachtwagen die de politieauto's van brandstof moest voorzien ramde een brug, dook in het kanaal en sleurde een veertigtal personen mee in het water. De verschrikkelijke balans: negen doden, onder wie drie kinderen.