Zondag 15 juli 2012

Een rit door Le Pays Cathare, met drie korte maar steile colletjes. Meer nog dan in de snelle etappe op de echte quatorze juillet, lijkt dit het terrein waarop Franse aanvallers kans hebben om hun slag te slaan. De Mur de Péguère, weer een nieuwe Tourcol, is echt wel steil, maar de top ligt toch veertig kilometer van de streep, wat dan weer de favorieten doet aarzelen om al in dit voorgeborchte van de Pyreneeën een slag te slaan.

Het is een streek waar de infame Riccardo Riccò zou gedijen. In 2008 won de Italiaanse klimmer hier in de buurt de rit van Toulouse naar Bagnères-de-Bigorre. Maar het echt grote nieuws volgde een paar dagen later, toen hij bij de start in Lavelanet werd opgepakt wegens een positieve dopingcontrole. Niet veel later vloog hij in de nor in de prefectuur van Foix. Dit jaar doet het peloton, onderweg naar Foix, ook Lavelanet aan. De kans is gering dat de Tourorganisatie veel woorden zal vuilmaken aan Riccò, hardnekkig recidivist van wat verboden was.

De kans bestaat altijd dat de Tour in opschudding komt door doping. Renners en ploegleiders hebben er een broertje dood aan, en journalisten eigenlijk ook. Er is niets interessants aan te moeten schrijven dat de renner die je enkele dagen voordien bewierookte, dat eigenlijk niet verdiende. Maar: wat moet, moet. Hoe merkwaardig ook. De arrestatie van Riccò was tegelijk spectaculair en burlesk. Spectaculair, omdat het 's morgens aan de start gebeurde, midden op de marktplaats van Lavelanet. De meeste renners waren zich voor de startlijn aan het verzamelen, bijna alle Belgische journalisten stonden die voormiddag rond de autocar van Lotto en waren samen met Marc Sergeant de kansen aan het inschatten van zijn kopman Cadel Evans, die de voorbije dagen in de Pyreneeën de gele trui gegrepen had. En ineens gaat het nieuws als een schokgolf door het stadje: Riccò wordt op dit eigenste moment opgepakt. Riccò, de nieuwe ster van de Tour, die op anderhalve week tijd al twee mooie bergritten won. Zou hij de nieuwe Marco Pantani kunnen zijn? Helaas wel.

Als op het teken van het startschot draait de verzamelde pers Sergeant de rug toe en zet het op een sprinten naar de ploegwagen van Saunier Duval. Ploegmaats weten niet waar ze het hebben, de Zwitser Rubens Bertogliati kijkt de wereld aan met een blik waarin tegelijk ongeloof, wanhoop en verwarring ligt.

En het werd burlesk omdat de gendarmerie Riccò ongezien probeert weg te leiden. Als de pers het in de smiezen krijgt, zet de verzamelde bende het op een lopen: tientallen - honderden - cameramannen, geluidstechnici, fotografen, en ook alle andere journalisten (we zouden maar eens iets kunnen 'missen'). Renners lijken zich meer aan het schouwspel dan aan het dopinggebruik te ergeren. En tegelijk is er haast hoorbaar opluchting: Riccò's ploegmaats Leonardo Piepoli en Juan José Cobo hadden de dag voordien op Hautacam alle andere klimmers als debutantjes naar huis gereden. Beter die valsspelers snel eruit halen dan de zaak opnieuw te laten aanslepen.

Dwangarbeiders

De Tour de France en doping: ze blijven onafscheidelijk verbonden. Dat komt onder meer omdat de Ronde van Frankrijk destijds werd uitgebouwd in de wetenschap dat de renners over allerlei spul beschikten om het vol te houden: het mocht onmenselijk zwaar zijn. Geen betere getuigenis daarover dan die van de broers Henri en Francis Pélissier. In 1924 stapten die op uit de Tour omdat ze het beu waren behandeld te worden als 'dwangarbeiders van de weg'. De Pélissiers zijn felle kerels en in een café doen ze hun verhaal aan journalist Albert Londres. Wie hun discours vandaag leest, kan slechts knipperen met de ogen. Ze moeten cocaïne nemen voor hun ogen, klagen ze, chloroform voor hun tandvlees, zalf voor de spieren en verder hebben ze drie doosjes pillen, "dynamiet". Let wel: de Pélissiers, twee van de beste renners van hun tijd, klagen aan dat ze verplicht zijn die rommel te slikken om mee te kunnen. En dat verwijten ze dan Tourdirecteur Henri Desgranges. Sinds de tijd van de Pélissiers werd de Tour wel minder zwaar en bond de organisatie de strijd aan tegen doping, maar de waarschuwing van de Pélissiers is nog altijd actueel: zorg er alstublieft voor dat de Tour de France niet té hard wordt, niet té spectaculair hoeft te ogen. In de eerste plaats in het belang van de renners.

Bij een aankomst als die in Foix is het goed om even stil te staan bij wat we liever vergeten.

Walter Pauli

Een rit door Le Pays Cathare, met drie korte maar steile colletjes. Meer nog dan in de snelle etappe op de echte quatorze juillet, lijkt dit het terrein waarop Franse aanvallers kans hebben om hun slag te slaan. De Mur de Péguère, weer een nieuwe Tourcol, is echt wel steil, maar de top ligt toch veertig kilometer van de streep, wat dan weer de favorieten doet aarzelen om al in dit voorgeborchte van de Pyreneeën een slag te slaan. Het is een streek waar de infame Riccardo Riccò zou gedijen. In 2008 won de Italiaanse klimmer hier in de buurt de rit van Toulouse naar Bagnères-de-Bigorre. Maar het echt grote nieuws volgde een paar dagen later, toen hij bij de start in Lavelanet werd opgepakt wegens een positieve dopingcontrole. Niet veel later vloog hij in de nor in de prefectuur van Foix. Dit jaar doet het peloton, onderweg naar Foix, ook Lavelanet aan. De kans is gering dat de Tourorganisatie veel woorden zal vuilmaken aan Riccò, hardnekkig recidivist van wat verboden was. De kans bestaat altijd dat de Tour in opschudding komt door doping. Renners en ploegleiders hebben er een broertje dood aan, en journalisten eigenlijk ook. Er is niets interessants aan te moeten schrijven dat de renner die je enkele dagen voordien bewierookte, dat eigenlijk niet verdiende. Maar: wat moet, moet. Hoe merkwaardig ook. De arrestatie van Riccò was tegelijk spectaculair en burlesk. Spectaculair, omdat het 's morgens aan de start gebeurde, midden op de marktplaats van Lavelanet. De meeste renners waren zich voor de startlijn aan het verzamelen, bijna alle Belgische journalisten stonden die voormiddag rond de autocar van Lotto en waren samen met Marc Sergeant de kansen aan het inschatten van zijn kopman Cadel Evans, die de voorbije dagen in de Pyreneeën de gele trui gegrepen had. En ineens gaat het nieuws als een schokgolf door het stadje: Riccò wordt op dit eigenste moment opgepakt. Riccò, de nieuwe ster van de Tour, die op anderhalve week tijd al twee mooie bergritten won. Zou hij de nieuwe Marco Pantani kunnen zijn? Helaas wel. Als op het teken van het startschot draait de verzamelde pers Sergeant de rug toe en zet het op een sprinten naar de ploegwagen van Saunier Duval. Ploegmaats weten niet waar ze het hebben, de Zwitser Rubens Bertogliati kijkt de wereld aan met een blik waarin tegelijk ongeloof, wanhoop en verwarring ligt. En het werd burlesk omdat de gendarmerie Riccò ongezien probeert weg te leiden. Als de pers het in de smiezen krijgt, zet de verzamelde bende het op een lopen: tientallen - honderden - cameramannen, geluidstechnici, fotografen, en ook alle andere journalisten (we zouden maar eens iets kunnen 'missen'). Renners lijken zich meer aan het schouwspel dan aan het dopinggebruik te ergeren. En tegelijk is er haast hoorbaar opluchting: Riccò's ploegmaats Leonardo Piepoli en Juan José Cobo hadden de dag voordien op Hautacam alle andere klimmers als debutantjes naar huis gereden. Beter die valsspelers snel eruit halen dan de zaak opnieuw te laten aanslepen. DwangarbeidersDe Tour de France en doping: ze blijven onafscheidelijk verbonden. Dat komt onder meer omdat de Ronde van Frankrijk destijds werd uitgebouwd in de wetenschap dat de renners over allerlei spul beschikten om het vol te houden: het mocht onmenselijk zwaar zijn. Geen betere getuigenis daarover dan die van de broers Henri en Francis Pélissier. In 1924 stapten die op uit de Tour omdat ze het beu waren behandeld te worden als 'dwangarbeiders van de weg'. De Pélissiers zijn felle kerels en in een café doen ze hun verhaal aan journalist Albert Londres. Wie hun discours vandaag leest, kan slechts knipperen met de ogen. Ze moeten cocaïne nemen voor hun ogen, klagen ze, chloroform voor hun tandvlees, zalf voor de spieren en verder hebben ze drie doosjes pillen, "dynamiet". Let wel: de Pélissiers, twee van de beste renners van hun tijd, klagen aan dat ze verplicht zijn die rommel te slikken om mee te kunnen. En dat verwijten ze dan Tourdirecteur Henri Desgranges. Sinds de tijd van de Pélissiers werd de Tour wel minder zwaar en bond de organisatie de strijd aan tegen doping, maar de waarschuwing van de Pélissiers is nog altijd actueel: zorg er alstublieft voor dat de Tour de France niet té hard wordt, niet té spectaculair hoeft te ogen. In de eerste plaats in het belang van de renners. Bij een aankomst als die in Foix is het goed om even stil te staan bij wat we liever vergeten. Walter Pauli