Dinsdag 18 juli - 165 km
...

Romans-sur-Isère, de geboortestad van AG2R-renner Pierre Latour, ontvangt voor het eerst de Tour. Een van de vele etappeplaatsen die ervoor al getest werden in de Dauphiné of Parijs-Nice. Zo ontving de stad in de Rhônevallei in 2016 de Koers naar de Zon. Nacer Bouhanni klopte er Edward Theuns in een massasprint. ASO was zo tevreden over de organisatie, waaraan 3000 vrijwilligers hadden meegewerkt, dat het Romans-sur-Isère meteen beloonde met een aankomst in de Tour.Aangezien de ploegmaats van de sprinters daags na de tweede rustdag weer relatief frisse benen zullen hebben en de ritafstand slechts 165 kilometer bedraagt, lijkt de kans op een nieuwe massasprint vrij groot. Al zijn er ook andere scenario's mogelijk.Het begin van de etappe is immers vrij lastig, met meteen een klim van 4,5 kilometer aan 6,3 procent. Vanaf kilometer 65 gaat het vanop een plateau van goed duizend meter hoog echter in dalende lijn tot de finish (op nog 164 meter). Tijd genoeg voor sprintersploegen, met name het Quick-Stepteam van Marcel Kittel, om eventuele vluchters te vatten.Tenzij de Sunwebploeg van Michael Matthews, de nog enige overgebleven concurrent van Kittel voor het groen, van in het begin van de etappe het peloton uit elkaar knalt. En daarna een eventuele geloste Duitser op afstand houdt. Eerst met oog op de tussensprint, na 121 kilometer, en zelfs met oog op een eindsprint, zónder Kittel.In de finale bestaat er ook het gevaar op waaiers. Er wordt in de vlakke Rhônevallei een zuidwestelijke wind voorspeld van zo'n dertig kilometer per uur. Ideaal om het peloton uit elkaar te blazen. Ook de klassementsrenners zullen dus zeer op hun hoede zijn in een Tour waar elke seconde telt.Wordt het toch een massasprint, al dan niet met een uitgedunde groep, dan is het sowieso weer uitkijken naar Marcel Kittel. Hij kan een zesde ritzege behalen en daarmee het aantal van Mark Cavendish van 2009 evenaren. Op weg om misschien zelfs het alltimerecord van acht etappeoverwinningen van onder meer Eddy Merckx en Freddy Maertens te evenaren. Gezien zijn superioriteit is dat geen utopie meer, maar dan moet Quick-Step wel nog drie keer het peloton samenhouden, en dat wordt vandaag, maar ook vrijdag, in een rit door de Provence, niet vanzelfsprekend. Veel ploegen hebben immers nog niet gewonnen. Evengoed kan Kittel pas in Parijs een zesde keer richting de bloemen sprinten.Dat één alfamannetje er zo bovenuit steekt, is niet nieuw. In 2012 waren Cavendish en Greipel nog elkaars evenknie (elk drie ritzeges), maar in 2013 en 2014 schrokte Kittel telkens met vier etappes de hoofdschotel op, zoals ook Greipel (in 2015) en Cavendish (in 2016).Van Belgische topsprinters is al jaren geen sprake meer, het is al van 2008 geleden, de zege van Gert Steegmans in Parijs, dat er nog eens een landgenoot een massasprint in de Tour won. Een topdrieplaats zat er nadien zelfs niet meer in: alleen Jürgen Roelandts (4e in Parijs, 2010), Kris Boeckmans (5e in Parijs, 2012) en Edward Theuns (5e in Sainte-Marie-du-Mont en Angers, 2016) nestelden zich nog binnen de top vijf.In deze Tour sprintte Pieter Vanspeybrouck verrassend naar een achtste plaats in Bergerac en Roelandts naar een zesde stek in Vittel (na de diskwalificatie van Sagan). Het valt te vrezen dat zij in deze Tour niet beter zullen doen.