Zaterdag 21 juli

Een veel te hete zaterdagmiddag te Saint-Amand de Montrond, aankomst van de slottrijdrit in de Tour 2008. Viel er een lichte spot te ontwaren om de mond van de bekende Belgische journalist: "Ik voorspel u: dit wordt geen wedstrijd, maar een walk-over. Cadel heeft gewonnen voor hij is gestart." Het zal toeval zijn, maar die ochtend had ik geschreven dat Cadel Evans - zo heette de genaamde Cadel voluit - en zijn Belgische staff best niet te zegezeker waren. Dat viel dus niet overal in goede aarde. Dat jaar hadden veel Belgische journalisten zich ontpopt tot supporters van Cadel, die op zijn Vlaams zelfs Cadelleke genoemd werd. Evans was kopman bij Lotto, waar cosponsor Marc Coucke de kreet 'Yell for Cadell' had gelanceerd. Eigenlijk bedoelde Coucke: 'Yell for Silence', naar zijn anti-snurkmiddel dat via Cadel Evans eerst de Australische en nadien de wereldmarkt moest openbreken. Er hing dus veel vanaf. Voor Cadel. Voor Coucke. Voor de compagnie van journalisten die rond de Lottoploeg drumden.

Het 'duel', als het dus al die naam mocht hebben, was eenvoudig van opzet. Cadel Evans moest die tijdrit 1'32" inlopen op gele trui Carlos Sastre en zo de Tour winnen. Een klusje, zo namen 'de kenners' aan, want Evans was een prima tijdrijder en Sastre een kruk tegen de klok.

Was het een te nadrukkelijke fixatie op winst? Evans' warming-up vond bijvoorbeeld plaats in een speciaal afgehuurd woonhuis: binnenin stond alles leeg, alle luiken werden neergelaten, vensters en deuren gesloten: niets mocht hem storen. Werkte dat averechts? Kon hij niet op tegen de vermoeidheid van drie harde wedstrijdweken? De spanning? Of gewoon een slechte dag? Feit is dat Evans amper 29 seconden inliep op Sastre. Dus triomfeerde de Spanjaard. Een stille, bleke Tourwinnaar. Maar toen wel dé winnaar van dé Tour. De anticlimax was dus totaal. Mijn tv-collega is nooit op zijn woorden teruggekomen. Eigenlijk was Lotto vanaf die dag zijn geloof in Evans kwijt. Overigens te vroeg, zo weten we nu.

Niets is immers zo verraderlijk (maar ook zo gewichtig) als de slottijdrit van de Tour. Vraag het aan Herman Vanspringel en Laurent Fignon, die tijdens die legendarische tijdritten uit 1968 en 1989 zo onverwacht en onfortuinlijk verloren van Jan Janssen en Greg LeMond. Vraag het aan Jef Planckaert, die in 1962 zijn gele trui verloor aan Jacques Anquetil, die van de Franse organisatoren 63 (!) kilometers kreeg om zijn achterstand van 1'08" om te buigen in een voorsprong van 4'59".

Voordeel voor rouleurs

Zo is die laatste tijdrit: altijd belangrijk, vaak beslissend. De laatste tien jaar werden niet minder dan vijf edities van de Ronde van Frankrijk 'gespeeld' tijdens de laatste tijdrit. Vorig jaar reed Cadel Evans in Grenoble Andy Schleck uit het geel. In 2010 kon Alberto Contador, in theorie de beste tijdrijder, slechts nipt uitdager Andy Schleck afhouden. Tussen Bordeaux en Paullac hield hij amper 37 seconden over. In 2006 moest de vermaledijde Floyd Landis tot de slottrijdrit in Montceau-les-Mines wachten om Oscar Pereiro definitie uit het geel te rijden. En in 2003 sloeg Lance Armstrong tussen Pornic en Nantes onder een aanhoudende plensregen de finale aanval van Jan Ullrich af. Helaas had Ullrich het niet nodig gevonden het parcours te verkennen. Hij slipte dan ook op een verraderlijke rotonde, waardoor Armstrong al een paar kilometer voor het officiële einde van de tijdrit zeker was van zijn vijfde Tourzege op rij.

Zelfs de meeste bergritten zijn niet zo determinerend voor de strijd om het geel als die ultieme chronorit. Dit jaar liggener trouwens 53,5 kilometers tussen start in Bonneval en finish in Chartres, dat is veel. Op een wat klimmende start na gaat het bovendien om erg vlakke kilometers: voor de dagzege gaat het tussen de krachtpatsers van het peloton, usual suspects als Tony Martin en Fabian Cancellara. In de strijd waar het echt om draait - die om het geel - heeft een rouleur als Cadel Evans (of Robert Gesink) een serieus voordeel tegenover klimmers als de Schlecks, of aanvallers als Thomas Voeckler.

Maar wie niet hoopt of durft, niet wint. Dus wordt het op de tanden bijten en rijden, blijven rijden: recht naar Chartres, naar zijn kathedraal, naar de ultieme verlossing van deze Tour.

Walter Pauli