ASO blijft het pad van de Tweede Wereldoorlog bewandelen: zowel startplaats Saint-Lô, hoofdstad van het departement La Manche, als finishstad Cherbourg-en-Contentin waren vanwege hun ligging immers strategische punten tijdens de invasie. Om Cherbourg, gelegen op het noordwestelijke punt van het Contentinschiereiland, werd zelfs al in de Middeleeuwen hevig gevochten, tussen de Fransen en de Engelsen.

En ook de Tourgeschiedenis van de kuststad gaat ver terug, want tussen 1911 en 1929 was het een van de meest bezochte steden, met bekende rit/eindwinnaars als Gustave Garrigou, Henri Pélissier, Ottavio Bottecchia, André Leducq, en daarnaast ook Belgen Jean Rossius, Philippe Thys, Adelin Benoit en Kamiel Vandecasteele.

De laatste aankomst dateert echter al van 1986, toen Guido Bontempi vier medevluchters, onder wie Marc Sergeant, los uit het wiel sprintte op de côte d'Equeurdreville - zijn eerste van zes etappezeges in de Tour.

Toen in het geel: de Nederlander Johan van der Velde en niet, tot zijn grote frustratie, Thierry Marie. Nadat de 23-jarige Normandiër in Boulogne-Billancourt de proloog had gewonnen en met zijn Système U ploeg ook de beste was in de ploegentijdrit, leek het bijna zeker: hij zou in de gele trui door zijn woonplaats Cherbourg rijden. Tot zijn ploegmaat Dominique Gaigne twee ritten ervoor met bonusseconden in de tussensprinten het kleinood van hem afsnoepte. Binnen het team brak de Derde Wereldoorlog uit - zelfs ploegleider Cyrille Guimard sprak van verraad. De dag erna weigerden Gaignes ploegmaats het geel te verdedigen en kon Van der Velde met een etappeoverwinning in Villers-sur-Mer de leidersplaats overnemen. Weg, de gele droom van Marie.

Verspreide massasprinten

Dertig jaar na die rit koos parcoursbouwer Thierry Gouvenou opnieuw voor een heuvelachtige race, die géén voer is voor rappe mannen. In deze Tour krijgen ze afhankelijk van het koersverloop wel zo'n zevental kansen - twee meer dan vorig jaar, toen er in de laatste twee weken slechts één keer gesprint werd (André Greipel in Valence) -, maar nu zijn de sprintersritten meer verspreid. Meer dan twee massasprinten op rij, en dus relatief saaie etappes, is volgens Tourdirecteur Christian Prudhomme in deze zapcultuur immers niet mogelijk.

Voorbij is de tijd dat de Tour, zoals in 1999, begon met zéven opeenvolgende groepssprinten. De laatste vier, na zeges voor Jaan Kirsipuu en Tom Steels (tweemaal), gingen toen naar Mario Cipollini, maar zelfs de Italiaanse showman kon de Tour die eerste week niet van een bedwelmende saaiheid redden.

Saai zal het in deze rit niet worden. Met in de eerste 50 kilometer drie hellingen van vierde categorie - opnieuw strijd om de bolletjestrui, én om in een vroege ontsnapping te raken -, en de laatste 95 kilometer loopt weer langs de golvende Normandische kustlijn. Mogelijk dus opnieuw waaiervorming, véél nervositeit én valpartijen. Amaël Moinard en Anthony Delaplace, twee renners uit Normandië, beloofden al "beaucoup de spectacle".

In de finale, in en rond Cherbourg, staat immers nog een smakelijke toetje op het menu. Voor het binnenrijden van het centrum, op acht kilometer van de finish, eerst de côte d'Octeville en vervolgens, na veel draaien en keren, de slotklim: de côte de la Glacerie - genoemd naar een bekende glazenfabriek uit de zeventiende eeuw -, 1,9 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5% en een piek van 14%. Op de top volgt een lichte afdaling van 500 meter, waarna de laatste halve kilometer richting de aankomststreep aan de hippodroom van Cherbourg weer 6% omhoog knikt.

De enige rit in deze Tour die arriveert op een (korte) helling en dus allicht weer een strijd tussen specialisten Peter Sagan, Greg Van Avermaet, Edvald Boasson Hagen, Julian Alaphilippe en Michael Matthews.

De Slovaak, die in de eerste rit al derde werd na Mark Cavendish en Marcel Kittel, kan hier alweer een gouden zaak doen voor het groen én, onder meer via de bonusseconden, zijn allereerste gele trui veroveren, zoals ook Cav op Utah Beach voor het eerst de maillot jaune mocht aantrekken.

Maar dat geldt ook voor de Oost-Vlaming, die in 2014 in Sheffield al een unieke kans op het geel verkeek door Vincenzo Nibali te laten wegglippen. Dat wil Van Avermaet geen tweede keer laten gebeuren, en dus trok hij voor de Dauphiné al richting Normandië om de finale in Cherbourg te verkennen. Als hij naast het geel grijpt, zal het aan parcourskennis alleszins niet liggen.

ASO blijft het pad van de Tweede Wereldoorlog bewandelen: zowel startplaats Saint-Lô, hoofdstad van het departement La Manche, als finishstad Cherbourg-en-Contentin waren vanwege hun ligging immers strategische punten tijdens de invasie. Om Cherbourg, gelegen op het noordwestelijke punt van het Contentinschiereiland, werd zelfs al in de Middeleeuwen hevig gevochten, tussen de Fransen en de Engelsen.En ook de Tourgeschiedenis van de kuststad gaat ver terug, want tussen 1911 en 1929 was het een van de meest bezochte steden, met bekende rit/eindwinnaars als Gustave Garrigou, Henri Pélissier, Ottavio Bottecchia, André Leducq, en daarnaast ook Belgen Jean Rossius, Philippe Thys, Adelin Benoit en Kamiel Vandecasteele.De laatste aankomst dateert echter al van 1986, toen Guido Bontempi vier medevluchters, onder wie Marc Sergeant, los uit het wiel sprintte op de côte d'Equeurdreville - zijn eerste van zes etappezeges in de Tour.Toen in het geel: de Nederlander Johan van der Velde en niet, tot zijn grote frustratie, Thierry Marie. Nadat de 23-jarige Normandiër in Boulogne-Billancourt de proloog had gewonnen en met zijn Système U ploeg ook de beste was in de ploegentijdrit, leek het bijna zeker: hij zou in de gele trui door zijn woonplaats Cherbourg rijden. Tot zijn ploegmaat Dominique Gaigne twee ritten ervoor met bonusseconden in de tussensprinten het kleinood van hem afsnoepte. Binnen het team brak de Derde Wereldoorlog uit - zelfs ploegleider Cyrille Guimard sprak van verraad. De dag erna weigerden Gaignes ploegmaats het geel te verdedigen en kon Van der Velde met een etappeoverwinning in Villers-sur-Mer de leidersplaats overnemen. Weg, de gele droom van Marie.Dertig jaar na die rit koos parcoursbouwer Thierry Gouvenou opnieuw voor een heuvelachtige race, die géén voer is voor rappe mannen. In deze Tour krijgen ze afhankelijk van het koersverloop wel zo'n zevental kansen - twee meer dan vorig jaar, toen er in de laatste twee weken slechts één keer gesprint werd (André Greipel in Valence) -, maar nu zijn de sprintersritten meer verspreid. Meer dan twee massasprinten op rij, en dus relatief saaie etappes, is volgens Tourdirecteur Christian Prudhomme in deze zapcultuur immers niet mogelijk.Voorbij is de tijd dat de Tour, zoals in 1999, begon met zéven opeenvolgende groepssprinten. De laatste vier, na zeges voor Jaan Kirsipuu en Tom Steels (tweemaal), gingen toen naar Mario Cipollini, maar zelfs de Italiaanse showman kon de Tour die eerste week niet van een bedwelmende saaiheid redden.Saai zal het in deze rit niet worden. Met in de eerste 50 kilometer drie hellingen van vierde categorie - opnieuw strijd om de bolletjestrui, én om in een vroege ontsnapping te raken -, en de laatste 95 kilometer loopt weer langs de golvende Normandische kustlijn. Mogelijk dus opnieuw waaiervorming, véél nervositeit én valpartijen. Amaël Moinard en Anthony Delaplace, twee renners uit Normandië, beloofden al "beaucoup de spectacle".In de finale, in en rond Cherbourg, staat immers nog een smakelijke toetje op het menu. Voor het binnenrijden van het centrum, op acht kilometer van de finish, eerst de côte d'Octeville en vervolgens, na veel draaien en keren, de slotklim: de côte de la Glacerie - genoemd naar een bekende glazenfabriek uit de zeventiende eeuw -, 1,9 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5% en een piek van 14%. Op de top volgt een lichte afdaling van 500 meter, waarna de laatste halve kilometer richting de aankomststreep aan de hippodroom van Cherbourg weer 6% omhoog knikt.De enige rit in deze Tour die arriveert op een (korte) helling en dus allicht weer een strijd tussen specialisten Peter Sagan, Greg Van Avermaet, Edvald Boasson Hagen, Julian Alaphilippe en Michael Matthews.De Slovaak, die in de eerste rit al derde werd na Mark Cavendish en Marcel Kittel, kan hier alweer een gouden zaak doen voor het groen én, onder meer via de bonusseconden, zijn allereerste gele trui veroveren, zoals ook Cav op Utah Beach voor het eerst de maillot jaune mocht aantrekken.Maar dat geldt ook voor de Oost-Vlaming, die in 2014 in Sheffield al een unieke kans op het geel verkeek door Vincenzo Nibali te laten wegglippen. Dat wil Van Avermaet geen tweede keer laten gebeuren, en dus trok hij voor de Dauphiné al richting Normandië om de finale in Cherbourg te verkennen. Als hij naast het geel grijpt, zal het aan parcourskennis alleszins niet liggen.