De Ronde van Vlaanderen werd tot dusver 105 keer gereden en 69 keer gewonnen door een Belg. Voor de Tweede Wereldoorlog was deze wedstrijd uitsluitend een aangelegenheid voor landgenoten. De Zwitser Henrich 'Heiri' Suter was in 1923 de enige buitenlandse winnaar.
...

De Ronde van Vlaanderen werd tot dusver 105 keer gereden en 69 keer gewonnen door een Belg. Voor de Tweede Wereldoorlog was deze wedstrijd uitsluitend een aangelegenheid voor landgenoten. De Zwitser Henrich 'Heiri' Suter was in 1923 de enige buitenlandse winnaar.Op het palmares staan renners uit tien landen, waaronder twee Denen: Kasper Asgreen vorig jaar en Rolf Sörensen in 1997. In deze wedstrijd draaide alles rond Johan Museeuw die als regerend wereldkampioen in bloedvorm stak. Maar hij kwam na een aanrijding met de Italiaan Bruno Boscardin ten val en werd teruggeslagen. Het beeld van de woedende Museeuw, met een verwrongen wiel in de hand, hoort bij de geschiedenis van deze editie.Maar het doet geen afbreuk aan de zege van Rolf Sörensen. Hij had in de finale een paar keer moeite om het tempo te volgen, maar de Deen stierf nooit. Hij toonde die dag zijn klasse en flitste in de laatste kilometer weg uit een kopgroep van drie.Jo Planckaert was met een achtste plaats de eerste Belg, Peter Van Petegem, nog een favoriet, finishte als negende. Sörensen kwam toen uit voor het Nederlandse Rabobank nadat hij tien jaar in Italiaanse loondienst reed. Hij won tal van Italiaanse semi-klassiekers en bouwde een schitterende carrière uit met onder meer ook nog een overwinning in Luik-Bastenaken-Luik.De Deen was een man voor de klassiekers, maar als behoorlijk tijdrijder en goed klimmer liet hij ook in de Ronde van Frankrijk van zich spreken. In 1991 droeg hij de gele trui tot hij door een val en een gebroken sleutelbeen alles verloor. Het belette hem om in een zware rittenkoers te zoeken naar zijn grenzen, al vond hij anderzijds dat zijn karakter niet geschikt was om drie weken gelijkmatig te presteren. Mentaal kon hij zeven uur alles geven, maar geen drie weken. Rolf Sörensen kon eigenlijk alle klassiekers aan. Hij had weinig moeite met hellingen en was sterk en snel. Maar in plaats van op zijn spurtersbenen te rekenen, bleek hij toch altijd bereid om zich als een vrijbuiter uit te sloven in de aanval. Het kostte hem veel onnodige krachten. Met een andere manier van koersen zou zijn palmares er veel rijker hebben uitgezien. In grote koersen ontgoochelde hij nooit. Op zijn erelijst staan veel ereplaatsen. Zoals bijvoorbeeld in 1991 toen hij tweede werd in Milaan-Sanremo en derde in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Dat jaar behaalde Sörensen maar één overwinning: een ritzege in de Ronde van Zwitserland. Zogenaamd kleine koersen won hij zelden.Sörensen beëindigde zijn carrière in juli 2002, op 37-jarige leeftijd. Hij reed toen voor Landbouwkrediet en had maar een contract van een half jaar gekregen. Hij is een van de Deense renners die na het einde van zijn carrière toegaf epo te hebben gebruikt.