U bent 32. Dat is hoegenaamd niet oud, maar jouw carrière zal ook geen tien jaar meer duren. Wat móét er nog, voor je afzwaait?

Vanmarcke: Van 'moeten' spreek ik niet, maar ik wil nog altijd heel graag een grote klassieker winnen. Het wordt er niet makkelijker op - de tegenstand verjongt en versterkt - maar het kan. De laatste Parijs-Roubaix die werd gereden, in 2019, eindigde ik vierde, met een derailleur die brak in volle finale. Eén keer zal het het toch prijs moeten zijn.

In 2012 won je de Omloop, in een sprint met Tom Boonen en Juan Antonio Flecha. Uw mooiste overwinning?

Vanmarcke: De Bretagne Classic uit 2019 vond ik even straf, maar die overwinning tegen Boonen was wel mijn openbaring als renner. Tom Boonen was toen de grote ster: een ex-wereldkampioen en mijn grote voorbeeld. Laat ons 100 keer samen naar de streep gaan en ik verlies 99 keer.

In interviews lijk je die zege te beschouwen als een vergiftigd geschenk.

Vanmarcke: Journalisten leggen me dat graag in de mond, maar zo zie ik het niet. Nee, ik ben juist ongelooflijk trots op die overwinning. Al is het wel een feit dat daarna de druk verhoogde. Plots dacht men dat de nieuwe topper was opgestaan, die de ene koers na de andere zou winnen. Zelf heb ik dat nooit geloofd. Of nee, dat is ook niet waar: er zijn seizoenen geweest waarin ik me verbrandde aan te hoge verwachtingen. Maar diep vanbinnen wist ik dat geen Tom Boonen, Fabian Cancellara of Peter Sagan was. Ik kan geen koers naar mijn hand zetten. Maar wanneer de puzzelstukken juist vallen, kom ik ver. Winnen kan.

Zijn de twee veldrijders topfavoriet voor de kasseiklassiekers?

Vanmarcke: Samen met Julian Alaphilippe. Hij, Wout van Aert en Mathieu van der Poel starten als de te kloppen mannen. Die laatste twee zijn sowieso nog jaren de grote namen van het voorjaar, maar hopelijk valt Alaphilippe tegen. Nee, grapje, dat meen ik niet, maar zijn voorbeeld werkt blijkbaar wel inspirerend. Plots informeren klimmerstypes naar Vlaanderen. Het zal hier druk worden! Ze mogen allemaal afkomen: het is niet iedereen gegeven om uit te blinken op kasseien.

Ik heb geen geweldige sprint en mijn tijdrit is ook al niet om over naar huis te schrijven. Wat ik dan wel kan? Geen idee!'

Sep Vanmarcke

Zijn die twee even straf als Boonen en Cancellara, de toppers van de vorige generatie?

Vanmarcke: Je kunt ze goed vergelijken. Cancellara had de tijdrit, Boonen de sprint. Van Aert heeft een tijdrit én een sprint, idem voor Van der Poel. Wie wie zou kloppen? Degene die de beste dag heeft. Ik plaats ze alle vier op gelijke hoogte.

Durft u met hen naar de streep?

Vanmarcke: Dat wel, maar ik zal waarschijnlijk verliezen. (lacht) Het wordt hetzelfde verhaal als met Boonen: bijna altijd geklopt, maar die ene keer dat het mijn dag is, smaakt des te zoeter.

Of u moet rekenen op een lange solo-ontsnapping.

Vanmarcke: Je kaart mijn levenslange probleem aan. Ik heb geen geweldige sprint en mijn tijdrit is ook al niet om over naar huis te schrijven. Wat ik dan wel kan? Geen idee! (lacht) Ik moet van de rappe mannen afkomen, maar een solo van dertig kilometer afronden, zoals de beste tijdrijders, is evenmin mijn ding. 'Mee zijn' is de eerste opdracht. Daarvoor moet ik de koers zelf hard maken. Daarna is het hopen op geluk.

Lees het volledige interview met Vanmarcke in Knack van 24 februari of in de Plus-zone.

U bent 32. Dat is hoegenaamd niet oud, maar jouw carrière zal ook geen tien jaar meer duren. Wat móét er nog, voor je afzwaait?Vanmarcke: Van 'moeten' spreek ik niet, maar ik wil nog altijd heel graag een grote klassieker winnen. Het wordt er niet makkelijker op - de tegenstand verjongt en versterkt - maar het kan. De laatste Parijs-Roubaix die werd gereden, in 2019, eindigde ik vierde, met een derailleur die brak in volle finale. Eén keer zal het het toch prijs moeten zijn.In 2012 won je de Omloop, in een sprint met Tom Boonen en Juan Antonio Flecha. Uw mooiste overwinning?Vanmarcke: De Bretagne Classic uit 2019 vond ik even straf, maar die overwinning tegen Boonen was wel mijn openbaring als renner. Tom Boonen was toen de grote ster: een ex-wereldkampioen en mijn grote voorbeeld. Laat ons 100 keer samen naar de streep gaan en ik verlies 99 keer.In interviews lijk je die zege te beschouwen als een vergiftigd geschenk.Vanmarcke: Journalisten leggen me dat graag in de mond, maar zo zie ik het niet. Nee, ik ben juist ongelooflijk trots op die overwinning. Al is het wel een feit dat daarna de druk verhoogde. Plots dacht men dat de nieuwe topper was opgestaan, die de ene koers na de andere zou winnen. Zelf heb ik dat nooit geloofd. Of nee, dat is ook niet waar: er zijn seizoenen geweest waarin ik me verbrandde aan te hoge verwachtingen. Maar diep vanbinnen wist ik dat geen Tom Boonen, Fabian Cancellara of Peter Sagan was. Ik kan geen koers naar mijn hand zetten. Maar wanneer de puzzelstukken juist vallen, kom ik ver. Winnen kan.Zijn de twee veldrijders topfavoriet voor de kasseiklassiekers?Vanmarcke: Samen met Julian Alaphilippe. Hij, Wout van Aert en Mathieu van der Poel starten als de te kloppen mannen. Die laatste twee zijn sowieso nog jaren de grote namen van het voorjaar, maar hopelijk valt Alaphilippe tegen. Nee, grapje, dat meen ik niet, maar zijn voorbeeld werkt blijkbaar wel inspirerend. Plots informeren klimmerstypes naar Vlaanderen. Het zal hier druk worden! Ze mogen allemaal afkomen: het is niet iedereen gegeven om uit te blinken op kasseien.Zijn die twee even straf als Boonen en Cancellara, de toppers van de vorige generatie?Vanmarcke: Je kunt ze goed vergelijken. Cancellara had de tijdrit, Boonen de sprint. Van Aert heeft een tijdrit én een sprint, idem voor Van der Poel. Wie wie zou kloppen? Degene die de beste dag heeft. Ik plaats ze alle vier op gelijke hoogte.Durft u met hen naar de streep?Vanmarcke: Dat wel, maar ik zal waarschijnlijk verliezen. (lacht) Het wordt hetzelfde verhaal als met Boonen: bijna altijd geklopt, maar die ene keer dat het mijn dag is, smaakt des te zoeter.Of u moet rekenen op een lange solo-ontsnapping.Vanmarcke: Je kaart mijn levenslange probleem aan. Ik heb geen geweldige sprint en mijn tijdrit is ook al niet om over naar huis te schrijven. Wat ik dan wel kan? Geen idee! (lacht) Ik moet van de rappe mannen afkomen, maar een solo van dertig kilometer afronden, zoals de beste tijdrijders, is evenmin mijn ding. 'Mee zijn' is de eerste opdracht. Daarvoor moet ik de koers zelf hard maken. Daarna is het hopen op geluk.Lees het volledige interview met Vanmarcke in Knack van 24 februari of in de Plus-zone.