De val van Fabio Jakobsen in de Ronde van Polen, veroorzaakt door Dylan Groenewegen, maakte nog maar eens duidelijk dat spurters kamikaze-piloten zijn, geobsedeerd door dat ene doel: winnen. Ook in het verleden is dat nooit anders geweest. Zo had je bijvoorbeeld in de jaren tachtig de Italiaan Guido Bontempi die zich zonder naar iemand te kijken door het peloton boorde. Concurrenten die met de ogen knipperden, buffelde hij letterlijk weg.

In de Ronde van Italië duwde Bontempi zich in volle sprint ooit af van de zadelpen van Jean-Paul van Poppel, terwijl er tegen zeventig kilometer per uur werd gereden. Meteen viel de Nederlander, die op weg naar de zege leek, terug naar de derde plaats. Maar als er in volle spurt een concurrent ten val kwam, ging Bontampi achteraf bezorgd vragen hoe het met hem ging.

Bontempi was de exponent van een generatie sprinters voor wie het nooit gek genoeg kon zijn. Hij zorgde er op alle manieren voor dat de ander niet sneller kon zijn en onderwees zijn team erin om tegenstanders te hinderen. Voor hem was de enige goede concurrent een ingesloten concurrent.

Maar de ergste van allemaal was Djamoldin Abdoujaparov. Er bestonden geen grenzen voor deze Oezbeekse krachtpatser, die telkens weer als een meedogenloze kamikaze naar voren schoot, trekkend, sleurend en smijtend. Abdou, zoals hij omwille van zijn lange naam werd genoemd, was een vat buskruit op twee wielen. Met zijn granieten kop en constant vuur spuwende ogen zag hij eruit als een onbehouwen krijger. Hij ging er prat op in een spurt nooit naar de rem te hebben gegrepen. Abdoujaparov bouwde een pantser rond zich, slechts weinigen konden tot hem doordringen.

De Oezbeek, die als amateur nog de Vredeskoers had gewonnen en in 1990 prof werd na de val van de Berlijnse Muur, won zowel het puntenklassement in de Tour, Giro en Vuelta. De groene trui in de Ronde van Franrijk veroverde hij zelfs drie keer: in 1991, 1993 en 1994. Roekeloos was de schots en scheef op de fiets zittende Abdou vooral in de Tour. Hij won negen ritten, maar talrijk waren ook de spurten waarin er rond hem spectaculaire valpartijen plaatsvonden. Geregeld knalde hij ook zelf tegen het asfalt. Zoals tijdens de laatste rit van de Tour 1991 toen hij, het groen stevig om de lenden, uit het peloton weg katapulteerde en langs de rand van de weg een reclamebord raakte. Hij werd groggy op de fiets gezet en over de streep geduwd. Zijn huldiging als winnaar van het puntenklassement zou pas drie maanden later plaatsvinden

De val van Fabio Jakobsen in de Ronde van Polen, veroorzaakt door Dylan Groenewegen, maakte nog maar eens duidelijk dat spurters kamikaze-piloten zijn, geobsedeerd door dat ene doel: winnen. Ook in het verleden is dat nooit anders geweest. Zo had je bijvoorbeeld in de jaren tachtig de Italiaan Guido Bontempi die zich zonder naar iemand te kijken door het peloton boorde. Concurrenten die met de ogen knipperden, buffelde hij letterlijk weg. In de Ronde van Italië duwde Bontempi zich in volle sprint ooit af van de zadelpen van Jean-Paul van Poppel, terwijl er tegen zeventig kilometer per uur werd gereden. Meteen viel de Nederlander, die op weg naar de zege leek, terug naar de derde plaats. Maar als er in volle spurt een concurrent ten val kwam, ging Bontampi achteraf bezorgd vragen hoe het met hem ging.Bontempi was de exponent van een generatie sprinters voor wie het nooit gek genoeg kon zijn. Hij zorgde er op alle manieren voor dat de ander niet sneller kon zijn en onderwees zijn team erin om tegenstanders te hinderen. Voor hem was de enige goede concurrent een ingesloten concurrent.Maar de ergste van allemaal was Djamoldin Abdoujaparov. Er bestonden geen grenzen voor deze Oezbeekse krachtpatser, die telkens weer als een meedogenloze kamikaze naar voren schoot, trekkend, sleurend en smijtend. Abdou, zoals hij omwille van zijn lange naam werd genoemd, was een vat buskruit op twee wielen. Met zijn granieten kop en constant vuur spuwende ogen zag hij eruit als een onbehouwen krijger. Hij ging er prat op in een spurt nooit naar de rem te hebben gegrepen. Abdoujaparov bouwde een pantser rond zich, slechts weinigen konden tot hem doordringen.De Oezbeek, die als amateur nog de Vredeskoers had gewonnen en in 1990 prof werd na de val van de Berlijnse Muur, won zowel het puntenklassement in de Tour, Giro en Vuelta. De groene trui in de Ronde van Franrijk veroverde hij zelfs drie keer: in 1991, 1993 en 1994. Roekeloos was de schots en scheef op de fiets zittende Abdou vooral in de Tour. Hij won negen ritten, maar talrijk waren ook de spurten waarin er rond hem spectaculaire valpartijen plaatsvonden. Geregeld knalde hij ook zelf tegen het asfalt. Zoals tijdens de laatste rit van de Tour 1991 toen hij, het groen stevig om de lenden, uit het peloton weg katapulteerde en langs de rand van de weg een reclamebord raakte. Hij werd groggy op de fiets gezet en over de streep geduwd. Zijn huldiging als winnaar van het puntenklassement zou pas drie maanden later plaatsvinden