Dit artikel verscheen eerder in onze special over de Ronde van Vlaanderen en Parijs Roubaix.

STIJN DEVOLDER: 'Alleen aankomen in Meerbeke, met de nationale driekleur aan, dat was het mooiste moment uit mijn leven. Een kick die zelfs wanneer ik 80 jaar ben, nog door mijn lijf zal stromen. Toen ik de laatste rechte lijn op draaide, die laatste honderden meters op de Hallebaan, leek het alsof de poorten van de hemel opengingen. Ik heb de Ronde niet gewonnen in een sprint, maar ik kan me niet voorstellen dat de beleving dan zó intens is. De ontlading na al die honderden uren training, de verlossing van de pijn na kilometerslang alleen tegen het peloton te vechten, de toejuichingen van de toeschouwers die je als een koning onthalen... Om dan na de finish langzaam te ontwaken, uit een fantastische droom.

Immens veel pijn deed het. Ik heb toen plaatsen in mijn hoofd bezocht waar ik nog nooit geweest was.

Stijn Devolder

'Want dat was het: een droom om in Meerbeke te winnen. Dat betekende álles voor mij. Een grijze steenweg nochtans, de Hallebaan, maar de schoonheid in het leven zit niet altijd in iets blinkends. Iets simpels kan óók schoon, inspirerend zijn. Al van toen ik in 1988 als achtjarig jongetje gekluisterd voor de tv Eddy Planckaert zag winnen, raakte ik gefascineerd door de magie van die aankomst, de Ronde in zijn geheel. Ook toen mijn tieneridool Johan Museeuw in de jaren 90 driemaal won in Meerbeke.

'Die beelden... die zijn de reden waarom ik renner werd. Waarom ik zelfs als junior al geobsedeerd toeleefde naar mijn dag van het jaar, naar Vlaanderens Mooiste. Met succes, want ik won in 1996 én 1997, weliswaar niet in Meerbeke, maar in Herzele. De eerste keer in een sprint met zijn tweeën voor Kristof Van Gestel, de tweede maal solo, ín de Belgische kampioenentrui - een voorteken voor elf jaar later.

'Bij de beloften lukte het niet - wel tweede in 1999, uit het wiel gereden door Kevin Hulsmans - maar de fascinatie bleef toen ik in 2002 naar de profs overstapte en bij Topsport Vlaanderen meteen mocht starten in de Ronde. Helaas een grote ontgoocheling: gevallen op de kasseien van Wannegem-Lede. Daarna minúten gewacht op depannage, om na de Paddestraat, na een lange, vergeefse achtervolging, moederziel alleen af te stappen. Een van de grootste ontgoochelingen uit mijn carrière. Zoals ook mijn andere opgaves: vorig jaar en in 2012 na een zware val, en in 2006 na een minutenlang oponthoud op de Koppenberg. Gedemoraliseerd stapte ik daarna, op de Steenberg, in de auto van mijn vader. Ik weet die data en details nog heel precies, want opgeven in mijn koers was telkens een trauma.'

Stijn Devolder: 'Ik ben blij dat de Muur sinds 2017 weer in het parcours opgenomen is.', GETTY IMAGES - TIM DE WAELE
Stijn Devolder: 'Ik ben blij dat de Muur sinds 2017 weer in het parcours opgenomen is.' © GETTY IMAGES - TIM DE WAELE

Armstrong als knecht

'Pech hoort echter ook bij de Ronde. Als jonge renner heb ik vele keren de video over de geschiedenis van de koers afgespeeld. Daarin sprak de commentaarstem van Rik De Saedeleer over hoe Vlaanderens Mooiste een mix van ( citeert) 'spektakel, drama, vreugde, ontgoocheling en alle mogelijke tegenslagen is. En boven alles een lange erelijst van beroemde namen.'

'Om de mijne daarbij te zetten moest ik geduld oefenen. In 2005 was ik, na mijn zege in de Driedaagse De Panne-Koksijde, wel voor het eerst kopman, bij Discovery Channel. Met een superknecht die mij uit de wind wilde zetten: Lance Armstrong. Het maakte me nerveuzer dan de wedstrijd op zich. ( lacht) We reden onder meer samen de Koppenberg naar boven, maar toen voelde ik al dat de spanning mijn benen afgesneden had. Lance is zelfs nog voor mij geëindigd...

'Pas na mijn Belgische titel in 2007 in Ronse, voor toppers als Tom Boonen en Philippe Gilbert, besefte ik: nu ben ik sterk genoeg om ook de Ronde te winnen. De hele winter trainde ik als een bezetene, met dat ene doel voor ogen. Tochten van acht uur? In aanloop naar de Ronde kon ik me daar moeiteloos voor opladen. Zoals in 2008, toen ik na winst in de Ronde van de Algarve samen met mijn Quick-Stepploegleider Dirk Demol in het weekend van Milaan-Sanremo het Rondeparcours ging verkennen. Wegens het barslechte weer maakten we voor de Muur rechtsomkeer. Dirk zei dat ik in de auto moest stappen, maar ik wilde niet plooien en ben, geteisterd door hagelbuien, achter de wagen naar huis, in Sint-Lodewijk-Deerlijk, gevlamd. De dag erna reed ik wél tot in Meerbeke, in mijn eentje, en dan terug naar huis. Na twee dagen stond er ruim 400 kilometer op de teller.

'De week erna, in de E3-Prijs, voelde ik al dat het goed zat. Een ontsnapping bleef voorop, maar samen met Tom Boonen ( zijn toenmalige Quick-Stepkopman, nvdr) was ik de beste van het peloton - we eindigden als negende en tiende. In de eerste rit van de Driedaagse De Panne-Koksijde liet ik me wel verrassen door een waaier: ruim tien minuten verloren. Van de daaropvolgende ophef in de pers trok ik me echter geen bal aan. Zo kon ik drie dagen zonder stress koersen en me perfect voorbereiden. Onder meer met een extra training, na de 228 kilometer lange woensdagrit tussen Zottegem en Koksijde. Met ploegmaat Wouter Weylandt ging ik De Moeren in. Voortgestuwd door de rugwind iets te ver zelfs, want we krópen terug naar De Panne, met de wind op kop. Zwart van de honger ook, aangezien we na de aankomst direct doorgereden waren, zonder bidons, eten of geld. In de veronderstelling dat ploegleider Wilfried Peeters achter ons zou komen, maar die had zich vastgereden in het verkeer. Ik zie Wouters gezicht nog voor mij, watertandend naar elke bakkerij. Een mooie herinnering aan hem... Het jaar erna hebben we trouwens hetzelfde gedaan, maar met Wilfried in de wagen achter ons. Lesje geleerd.' ( lacht)

Stijn Devolder: 'Ik hield bewust een procentje of vijf over, voor de laatste tien kilometer richting Meerbeke.', BELGAIMAGE
Stijn Devolder: 'Ik hield bewust een procentje of vijf over, voor de laatste tien kilometer richting Meerbeke.' © BELGAIMAGE

Bijgeloof

'In het tweesterrenrestaurant van hotel Le Fox vertelde de kok die woensdagavond in 2008 dat ik zou winnen als ik kabeljauw zou eten. Zoals onze buschauffeur me net voor de start op zondag ook in een maansteen liet knijpen. 'Dan kun je niet verliezen!' Zo gezegd, zo gedaan. ( lacht) Niet dat ik zó bijgelovig ben hoor - zulke zaken onthoud je alleen na een zege. Toch heb ik voor de Ronde altijd rituelen gehad: telkens een volledig nieuwe outfit bijvoorbeeld, tot en met de kousen. De Ronde is een feestdag, dus moet je je op je paasbest kleden, vind ik. Ook steevast rond mijn pols als ik mij een groot doel stelde: het gele Livestrongbandje. Nu doe ik het niet meer aan, maar het zit nog altijd in mijn reistrolley, als herinnering.

'Allemaal details die mijn concentratie aanscherpten. Voor zover nodig, want in aanloop naar de Ronde raakte ik telkens in een soort trance, alsof ik bijna high werd. Alleen mijn vrouw Tamara liet ik dan nog toe in mijn cocon. In 2008 pepte zij me op zaterdagavond een laatste keer op: 'Geloof in jezelf, Stijn!' Weg, de laatste twijfels, want die waren na mijn derde plaats in de tijdrit van de Driedaagse op donderdag toch weer opgestoken.

'Op zondagmorgen, na een verbazend goeie nachtrust, voelde ik het meteen toen ik mijn ogen opendeed: focus! Alleen nog met mezelf bezig, ook in de bus in de uren voor de start. Dan moesten ze mij met rust laten. Daarom reed ik ook zo laat mogelijk naar het startpodium. Geen handtekeningen meer, alleen nog een krabbel op het startblad, een interview, en dan naar de startzone. Meestal slechts enkele minuten voor het ' Heeren vertrekt'-startschot. Niettemin genoot ik telkens van de sfeer bij de start. In Antwerpen nu ook, maar Brugge was specialer: het arenagevoel op de Grote Markt, het middeleeuws decor, al die duizenden toeschouwers... Bij de start van elke Tourrit staan die er ook, maar dat is een opfokte commerce, 21 dagen lang. Niet dezelfde kick als de magie van die ene heilige dag.'

Geen moment koud

'In 2008 oogde Brugge die morgen wel wat mistroostiger, in de regen. Maar dat kon me niet schelen. Ik dacht zelfs: hoe slechter het weer, hoe beter - het zou de koers harder maken. En dat bleek ook, want de eerste uren sneeuwde het, veel renners moesten half onderkoeld opgeven. Ikzelf heb echter die dag geen moment kou gehad, daarvoor brandde het Rondevuur in mij te fel. Al op de Koppenberg, 80 kilometer voor de aankomst, voelde ik me super. Ik draaide als eerste op en trok samen met Boonen door tot de top. Nadien schoot er nog een groep over van een man of dertig. Tom gaf de opdracht om op iedereen te reageren, zodat we altijd de bovenhand zouden hebben. Toen op de Valkenberg een groep met onder meer Hincapie, Kroon, Langeveld en Ballan wegreed, glipte ik dus mee, zonder veel kopwerk te doen. Ik gooide mijn pet en windvestje weg, at wat en maakte me klaar voor de finale. Wegens de teruglopende voorsprong hoorde ik Wilfried Peeters, op fel aandringen van Dirk Demol naast hem, plots in mijn oortje roepen: 'Stijn, ga maar alleen!'

In die laatste honderden meters op de Hallebaan leek het alsof de poorten van de hemel opengingen.

Stijn Devolder

'Op een voor mij herkenbare plaats: de Hoogstraat in Sint-Martens-Lierde, aan de voet van de Eikenmolen, 25 kilometer voor de finish. Tijdens mijn parcoursverkenning, de dag van Milaan-Sanremo, had ik immers al gemerkt dat dat een ideale plek was om te demarreren: macadam, licht oplopend... Ook omdat de wind, zoals die dag, tot aan de Muur en de Bosberg vol in de rug zou blazen, en ik tijdens de verkenning moeiteloos 40 kilometer per uur haalde. 'Dan moet ik in de Ronde 50 per uur kunnen rijden en moet het lukken om voorop te blijven tot in Meerbeke', had ik in mijn hoofd gestoken. Toeval, of het lot dat het koersverloop exact zo uitdraaide? Ik weet het niet. Wel dat ik na mijn demarrage alleen nog dacht: ze gaan mij niet meer pakken. En dat ik het jaar erna, op precies dezelfde plaats wéér weg knalde, richting koplopers Chavanel, Quinziato en VanHecke.

Stijn Devolder won ook in 2009., Belga Image
Stijn Devolder won ook in 2009. © Belga Image

'In 2008 werd er achteraf, nog altijd zelfs, veel gespeculeerd over waarom ik na mijn aanval mijn oortje uitgetrokken heb. Simpel nochtans: het viel constant uit mijn oor omdat het plakkertje losgekomen was. Dat werd zo vervelend, zeker in volle inspanning, dat ik het onder mijn truitje gestoken heb. Dus niet omdat ik geen instructies meer wilde opvolgen, om te wachten op kopman Boonen. Het was zelfs een gemis, want ik moest zo voortdurend aan de motards naar mijn voorsprong vragen. Maar voor alle duidelijkheid: zelfs als ik dat oortje niet uitgetrokken had en Wilfried Peeters me had opgedragen om de benen stil te houden, dan had ik dat nóóit gedaan. Ik had mezelf achteraf door de kop geschoten. Zo'n groot kalf ben ik niet.' ( lacht)

Discotheek

'Een cruciaal punt na mijn aanval op de Eikenmolen: de Muur. Als ik daar zou standhouden, dan stegen mijn kansen. En dat bleek ook zo, voortgedreven door de aanmoedigingen van de toeschouwers, die door elke vezel van mijn lichaam drongen. Ondanks de pijn zelden zo'n kick gehad. Het vreemdste gevoel had ik in de afdaling van de Kapelmuur, waar meestal geen kat staat en je letterlijk in de stilte duikt. Alsof je uit een discotheek stapt en een geluidsdichte deur achter je toeslaat.

'Nadien was het zo hard mogelijk trappen, maar niet als een kip zonder kop. Ik hield bewust een procentje of vijf over, voor de laatste 10 kilometer richting Meerbeke. Ik wist immers dat er vanuit de achtergrond nog renners zouden terugkeren, of toch zouden proberen. Dan was het zaak om hun versnelling te beantwoorden door zelf nog een tandje bij te zetten en hen zo knock-out te slaan. De Ronde van Vlaanderen is immers als een boksmatch: wie het langst blijft rechtstaan wint. En ik voelde dat er niemand mij in een man-tegen-mangevecht zou kloppen. Dat bleek ook, toen Flecha, Nuyens en Langeveld elk om de beurt bijna aan mijn hielen likten. Tot ik versnelde en ze terugvielen tot in het achtervolgend pelotonnetje.

'Immens veel pijn deed het wel, strijdend tegen een overmacht, hangend op een vijftiental seconden. Ik heb toen plaatsen in mijn hoofd bezocht waar ik nog nooit geweest was. Een soort trance, concentratie waardoor ik dieper kon gaan dan ooit, op weg om mijn ultieme droom te realiseren. Al wist ik door die focus pas in de laatste rechte lijn: ik win. Verlost van het pijnlijke vagevuur, opgenomen in de hemel, de Hallebaan in Meerbeke.'

Eerbetoon

'Een jaar later, in 2009, na een nieuwe solo, heb ik er zelfs naar de hemel gewezen, denkend aan mijn vriend Frederiek Nolf ( de renner die in februari 2009 overleed in zijn slaap, nvdr). Toen ik vlak na zijn dood naar Frederieks ouders ging, vroeg zijn vader me, met de tranen in de ogen: 'Ge gaat hem toch nooit vergeten?' Ik heb toen beloofd dat ik bij mijn eerstvolgende zege een eerbetoon aan Frederiek zou houden. Gedragen door hem werd dat, allicht niet toevallig, de Ronde. Al was dat vingergebaar op de Hallebaan niet ingestudeerd. Het kwam spontaan, van diep binnen in mij. Daarom vind ik het zo mooi, maar tegelijkertijd ook triest...

'Hevige emoties die ik ook vorig jaar gevoeld heb. Na mijn val en opgave kreeg ik in Oudenaarde, net op het moment dat we naar huis vertrokken, telefoon: mijn grootmoeder was overleden... Een van de mooiste dagen van het jaar werd zo een van de triestigste dagen uit mijn leven.

'Een week later kreeg ik opnieuw een mokerslag, met het overlijden van mijn ploegmaat Michael Goolaerts in Parijs-Roubaix. Na Frederiek Nolf en Wouter Weylandt weer een vriend die ik, als een oorlogsveteraan, op het front moest achterlaten. Een strijdmakker die de week ervoor nog in de Ronde deel had uitgemaakt van de vroege ontsnapping en achteraf zo enthousiast vertelde over zijn fantastische ervaring, rijdend tussen die duizenden toeschouwers. Een kleine troost dat Michael dat nog heeft kunnen meemaken.

'Zo zullen die drie overleden vrienden altijd gelinkt zijn aan de Ronde: Wouter, met wie ik verging van de honger tijdens ons extra trainingsritje door De Moeren, Frederiek met het eerbetoon bij mijn tweede zege, en Michael. Als je dat naast het gelukzalige gevoel van mijn twee overwinningen zet... Precies zoals Rik De Saedeleer het verwoordde: de Ronde is een mix van vreugde en verdriet, van hoge toppen en diepe dalen. Een weerspiegeling van het leven. Zeker voor mij.'

De herinnering aan Meerbeke

Met pijn in het hart zag Stijn Devolder in 2012 de aankomst van de Ronde van Vlaanderen richting Oudenaarde verhuizen, al troost hij zich met de gedachte dat hij zelf twee keer won in Meerbeke. 'Oudenaarde is ook mooi, maar dat triomfantelijke gevoel zou niet zo speciaal geweest zijn als op de Hallebaan', zegt de Deerlijkenaar.

'Ik maak nochtans nooit een ommetje op training om er nog eens over de wegkwijnende finishstreep te fietsen. De aankomst vorig jaar in de Omloop Het Nieuwsblad, op die Hallebaan, was zelfs mijn eerste passage sinds 2011, de laatste Ronde met aankomst in Meerbeke.'

Ook verdwenen intussen: het naamplaatje met 'Stijn Devolderstraat' in Sint-Martens-Lierde aan de voet van de Eikenmolen, de helling die de West-Vlaming als springplank naar zijn twee Rondezeges gebruikte. 'De burgemeester van Sint-Martens-Lierde was zo blij dat ik zijn gemeente op de kaart gezet had dat hij de Hoogstraat omdoopte tot de Stijn Devolderstraat. Officieus weliswaar. Dan kun je niet anders dan van de Ronde dromen, hé.'

De Ronde blijft de Ronde

Tegen het nieuwe parcours van de Ronde van Vlaanderen, geïntroduceerd in 2012, heeft StijnDevolder geen bezwaren meer. 'De eerste 100 kilometer richting de heuvelzone is minder hectisch dan vroeger, toen we door de West-Vlaamse dorpskernen vlamden. Nu rijden we door het Waasland, over bredere wegen, met minder valpartijen als gevolg.

'De Ronde is een opeenvolging van hellingen en kasseistroken, over ruim 260 kilometer. Alleen in een andere volgorde, zonder dat het de manier van koersen en de lastigheidsgraad beïnvloedt. De ultieme finale is zelfs vergelijkbaar met vroeger: in plaats van de Muur/Bosberg, nu het duo Oude Kwaremont/Paterberg, en daarna een vlak stuk van 13 kilometer tot de finish. Wie op die laatste twee hellingen als eerste bovenkomt, wordt niet meer teruggepakt. Alleen de besten schieten dan nog over. Zoals ik in 2008 en 2009.

'Ik ben wel blij dat de Muur sinds 2017 weer in het parcours opgenomen is, ook al ligt hij nu op 100 kilometer van de aankomst. Zo'n iconische helling mag je niet weglaten. Hetzelfde geldt voor de Koppenberg. Ook als het regent, ja. Je moet er maar voor zorgen dat je er vooraan zit. Koersvervalsing? Onzin. Dan moeten ze alle bergjes laten vallen en via de E17 van Antwerpen naar Oudenaarde rijden. De Muur en de Koppenberg horen bij de Ronde zoals het Bos van Wallers bij Parijs-Roubaix. Die bekende namen maken die klassiekers net zo mythisch.'

Op weg naar record?

Met twee zeges in de Ronde van Vlaanderen komt Stijn Devolder één overwinning tekort om het record van onder meer Johan Museeuw te evenaren. Voor die ene extra triomf zou Devolder véél willen opgeven. 'Al mijn andere overwinningen? Drie Belgische titels, de Ronde van België, de Ronde van Algarve... Ja! Ik zou zelfs liever een derde maal de Ronde van Vlaanderen winnen dan een eerste keer Parijs-Roubaix. Anderzijds ben ik wel al zéér tevreden dat ik mijn grote droom gerealiseerd heb. Zo niet, dan was mijn carrière mislukt geweest. En met twéé Rondes op je palmares kun je niet meer over toeval spreken, hé.'

Devolder speelde in 2013 ook een grote rol in de triomf van zijn toenmalige kopman Fabian Cancellara, door in de prefinale lang op kop te sleuren van het peloton. Dat zet hij echter veel minder hoog op zijn waarderanking. 'Ik was tevreden over mijn werk, maar met zélf winnen is dat absoluut niet te vergelijken. Wie het anders beweert, is een leugenaar.'

Een ander record, dat van het aantal deelnames (20) op naam van Briek Schotte, wordt allicht ook moeilijk haalbaar. Devolder stond weliswaar al 17 keer aan de start van de Ronde - geen actieve renner doet beter - maar om Schotte te evenaren moet de 39-jarige Deerlijknaar doorgaan tot zijn 41e. Is Schottes record een motivatie om te blijven koersen? 'Dat record is niet meteen een motivatie om te blijven koersen, ik bekijk het jaar per jaar. Dit seizoen concentreer ik me op mijn job als gids voor kopman Mathieu van der Poel. Daarna zien we wel. Het BK in Ingooigem, in 2020, vlak bij mijn huis, lijkt me mooi. En dan is de Ronde van 2021 dichtbij... Anderzijds wil ik me niet belachelijk maken, ik moet toch mijn nut kunnen bewijzen. Ik ga mijn afscheid niet op voorhand plannen en zal het aan de buitenwereld pas op de dag zelf laten weten. Veel poespas hoef ik niet. Sowieso zal ik heel voldaan stoppen, dankzij mijn zeges in de Ronde.'

STIJN DEVOLDER: 'Alleen aankomen in Meerbeke, met de nationale driekleur aan, dat was het mooiste moment uit mijn leven. Een kick die zelfs wanneer ik 80 jaar ben, nog door mijn lijf zal stromen. Toen ik de laatste rechte lijn op draaide, die laatste honderden meters op de Hallebaan, leek het alsof de poorten van de hemel opengingen. Ik heb de Ronde niet gewonnen in een sprint, maar ik kan me niet voorstellen dat de beleving dan zó intens is. De ontlading na al die honderden uren training, de verlossing van de pijn na kilometerslang alleen tegen het peloton te vechten, de toejuichingen van de toeschouwers die je als een koning onthalen... Om dan na de finish langzaam te ontwaken, uit een fantastische droom. 'Want dat was het: een droom om in Meerbeke te winnen. Dat betekende álles voor mij. Een grijze steenweg nochtans, de Hallebaan, maar de schoonheid in het leven zit niet altijd in iets blinkends. Iets simpels kan óók schoon, inspirerend zijn. Al van toen ik in 1988 als achtjarig jongetje gekluisterd voor de tv Eddy Planckaert zag winnen, raakte ik gefascineerd door de magie van die aankomst, de Ronde in zijn geheel. Ook toen mijn tieneridool Johan Museeuw in de jaren 90 driemaal won in Meerbeke. 'Die beelden... die zijn de reden waarom ik renner werd. Waarom ik zelfs als junior al geobsedeerd toeleefde naar mijn dag van het jaar, naar Vlaanderens Mooiste. Met succes, want ik won in 1996 én 1997, weliswaar niet in Meerbeke, maar in Herzele. De eerste keer in een sprint met zijn tweeën voor Kristof Van Gestel, de tweede maal solo, ín de Belgische kampioenentrui - een voorteken voor elf jaar later. 'Bij de beloften lukte het niet - wel tweede in 1999, uit het wiel gereden door Kevin Hulsmans - maar de fascinatie bleef toen ik in 2002 naar de profs overstapte en bij Topsport Vlaanderen meteen mocht starten in de Ronde. Helaas een grote ontgoocheling: gevallen op de kasseien van Wannegem-Lede. Daarna minúten gewacht op depannage, om na de Paddestraat, na een lange, vergeefse achtervolging, moederziel alleen af te stappen. Een van de grootste ontgoochelingen uit mijn carrière. Zoals ook mijn andere opgaves: vorig jaar en in 2012 na een zware val, en in 2006 na een minutenlang oponthoud op de Koppenberg. Gedemoraliseerd stapte ik daarna, op de Steenberg, in de auto van mijn vader. Ik weet die data en details nog heel precies, want opgeven in mijn koers was telkens een trauma.' 'Pech hoort echter ook bij de Ronde. Als jonge renner heb ik vele keren de video over de geschiedenis van de koers afgespeeld. Daarin sprak de commentaarstem van Rik De Saedeleer over hoe Vlaanderens Mooiste een mix van ( citeert) 'spektakel, drama, vreugde, ontgoocheling en alle mogelijke tegenslagen is. En boven alles een lange erelijst van beroemde namen.' 'Om de mijne daarbij te zetten moest ik geduld oefenen. In 2005 was ik, na mijn zege in de Driedaagse De Panne-Koksijde, wel voor het eerst kopman, bij Discovery Channel. Met een superknecht die mij uit de wind wilde zetten: Lance Armstrong. Het maakte me nerveuzer dan de wedstrijd op zich. ( lacht) We reden onder meer samen de Koppenberg naar boven, maar toen voelde ik al dat de spanning mijn benen afgesneden had. Lance is zelfs nog voor mij geëindigd... 'Pas na mijn Belgische titel in 2007 in Ronse, voor toppers als Tom Boonen en Philippe Gilbert, besefte ik: nu ben ik sterk genoeg om ook de Ronde te winnen. De hele winter trainde ik als een bezetene, met dat ene doel voor ogen. Tochten van acht uur? In aanloop naar de Ronde kon ik me daar moeiteloos voor opladen. Zoals in 2008, toen ik na winst in de Ronde van de Algarve samen met mijn Quick-Stepploegleider Dirk Demol in het weekend van Milaan-Sanremo het Rondeparcours ging verkennen. Wegens het barslechte weer maakten we voor de Muur rechtsomkeer. Dirk zei dat ik in de auto moest stappen, maar ik wilde niet plooien en ben, geteisterd door hagelbuien, achter de wagen naar huis, in Sint-Lodewijk-Deerlijk, gevlamd. De dag erna reed ik wél tot in Meerbeke, in mijn eentje, en dan terug naar huis. Na twee dagen stond er ruim 400 kilometer op de teller. 'De week erna, in de E3-Prijs, voelde ik al dat het goed zat. Een ontsnapping bleef voorop, maar samen met Tom Boonen ( zijn toenmalige Quick-Stepkopman, nvdr) was ik de beste van het peloton - we eindigden als negende en tiende. In de eerste rit van de Driedaagse De Panne-Koksijde liet ik me wel verrassen door een waaier: ruim tien minuten verloren. Van de daaropvolgende ophef in de pers trok ik me echter geen bal aan. Zo kon ik drie dagen zonder stress koersen en me perfect voorbereiden. Onder meer met een extra training, na de 228 kilometer lange woensdagrit tussen Zottegem en Koksijde. Met ploegmaat Wouter Weylandt ging ik De Moeren in. Voortgestuwd door de rugwind iets te ver zelfs, want we krópen terug naar De Panne, met de wind op kop. Zwart van de honger ook, aangezien we na de aankomst direct doorgereden waren, zonder bidons, eten of geld. In de veronderstelling dat ploegleider Wilfried Peeters achter ons zou komen, maar die had zich vastgereden in het verkeer. Ik zie Wouters gezicht nog voor mij, watertandend naar elke bakkerij. Een mooie herinnering aan hem... Het jaar erna hebben we trouwens hetzelfde gedaan, maar met Wilfried in de wagen achter ons. Lesje geleerd.' ( lacht) 'In het tweesterrenrestaurant van hotel Le Fox vertelde de kok die woensdagavond in 2008 dat ik zou winnen als ik kabeljauw zou eten. Zoals onze buschauffeur me net voor de start op zondag ook in een maansteen liet knijpen. 'Dan kun je niet verliezen!' Zo gezegd, zo gedaan. ( lacht) Niet dat ik zó bijgelovig ben hoor - zulke zaken onthoud je alleen na een zege. Toch heb ik voor de Ronde altijd rituelen gehad: telkens een volledig nieuwe outfit bijvoorbeeld, tot en met de kousen. De Ronde is een feestdag, dus moet je je op je paasbest kleden, vind ik. Ook steevast rond mijn pols als ik mij een groot doel stelde: het gele Livestrongbandje. Nu doe ik het niet meer aan, maar het zit nog altijd in mijn reistrolley, als herinnering. 'Allemaal details die mijn concentratie aanscherpten. Voor zover nodig, want in aanloop naar de Ronde raakte ik telkens in een soort trance, alsof ik bijna high werd. Alleen mijn vrouw Tamara liet ik dan nog toe in mijn cocon. In 2008 pepte zij me op zaterdagavond een laatste keer op: 'Geloof in jezelf, Stijn!' Weg, de laatste twijfels, want die waren na mijn derde plaats in de tijdrit van de Driedaagse op donderdag toch weer opgestoken. 'Op zondagmorgen, na een verbazend goeie nachtrust, voelde ik het meteen toen ik mijn ogen opendeed: focus! Alleen nog met mezelf bezig, ook in de bus in de uren voor de start. Dan moesten ze mij met rust laten. Daarom reed ik ook zo laat mogelijk naar het startpodium. Geen handtekeningen meer, alleen nog een krabbel op het startblad, een interview, en dan naar de startzone. Meestal slechts enkele minuten voor het ' Heeren vertrekt'-startschot. Niettemin genoot ik telkens van de sfeer bij de start. In Antwerpen nu ook, maar Brugge was specialer: het arenagevoel op de Grote Markt, het middeleeuws decor, al die duizenden toeschouwers... Bij de start van elke Tourrit staan die er ook, maar dat is een opfokte commerce, 21 dagen lang. Niet dezelfde kick als de magie van die ene heilige dag.' 'In 2008 oogde Brugge die morgen wel wat mistroostiger, in de regen. Maar dat kon me niet schelen. Ik dacht zelfs: hoe slechter het weer, hoe beter - het zou de koers harder maken. En dat bleek ook, want de eerste uren sneeuwde het, veel renners moesten half onderkoeld opgeven. Ikzelf heb echter die dag geen moment kou gehad, daarvoor brandde het Rondevuur in mij te fel. Al op de Koppenberg, 80 kilometer voor de aankomst, voelde ik me super. Ik draaide als eerste op en trok samen met Boonen door tot de top. Nadien schoot er nog een groep over van een man of dertig. Tom gaf de opdracht om op iedereen te reageren, zodat we altijd de bovenhand zouden hebben. Toen op de Valkenberg een groep met onder meer Hincapie, Kroon, Langeveld en Ballan wegreed, glipte ik dus mee, zonder veel kopwerk te doen. Ik gooide mijn pet en windvestje weg, at wat en maakte me klaar voor de finale. Wegens de teruglopende voorsprong hoorde ik Wilfried Peeters, op fel aandringen van Dirk Demol naast hem, plots in mijn oortje roepen: 'Stijn, ga maar alleen!' 'Op een voor mij herkenbare plaats: de Hoogstraat in Sint-Martens-Lierde, aan de voet van de Eikenmolen, 25 kilometer voor de finish. Tijdens mijn parcoursverkenning, de dag van Milaan-Sanremo, had ik immers al gemerkt dat dat een ideale plek was om te demarreren: macadam, licht oplopend... Ook omdat de wind, zoals die dag, tot aan de Muur en de Bosberg vol in de rug zou blazen, en ik tijdens de verkenning moeiteloos 40 kilometer per uur haalde. 'Dan moet ik in de Ronde 50 per uur kunnen rijden en moet het lukken om voorop te blijven tot in Meerbeke', had ik in mijn hoofd gestoken. Toeval, of het lot dat het koersverloop exact zo uitdraaide? Ik weet het niet. Wel dat ik na mijn demarrage alleen nog dacht: ze gaan mij niet meer pakken. En dat ik het jaar erna, op precies dezelfde plaats wéér weg knalde, richting koplopers Chavanel, Quinziato en VanHecke. 'In 2008 werd er achteraf, nog altijd zelfs, veel gespeculeerd over waarom ik na mijn aanval mijn oortje uitgetrokken heb. Simpel nochtans: het viel constant uit mijn oor omdat het plakkertje losgekomen was. Dat werd zo vervelend, zeker in volle inspanning, dat ik het onder mijn truitje gestoken heb. Dus niet omdat ik geen instructies meer wilde opvolgen, om te wachten op kopman Boonen. Het was zelfs een gemis, want ik moest zo voortdurend aan de motards naar mijn voorsprong vragen. Maar voor alle duidelijkheid: zelfs als ik dat oortje niet uitgetrokken had en Wilfried Peeters me had opgedragen om de benen stil te houden, dan had ik dat nóóit gedaan. Ik had mezelf achteraf door de kop geschoten. Zo'n groot kalf ben ik niet.' ( lacht) 'Een cruciaal punt na mijn aanval op de Eikenmolen: de Muur. Als ik daar zou standhouden, dan stegen mijn kansen. En dat bleek ook zo, voortgedreven door de aanmoedigingen van de toeschouwers, die door elke vezel van mijn lichaam drongen. Ondanks de pijn zelden zo'n kick gehad. Het vreemdste gevoel had ik in de afdaling van de Kapelmuur, waar meestal geen kat staat en je letterlijk in de stilte duikt. Alsof je uit een discotheek stapt en een geluidsdichte deur achter je toeslaat. 'Nadien was het zo hard mogelijk trappen, maar niet als een kip zonder kop. Ik hield bewust een procentje of vijf over, voor de laatste 10 kilometer richting Meerbeke. Ik wist immers dat er vanuit de achtergrond nog renners zouden terugkeren, of toch zouden proberen. Dan was het zaak om hun versnelling te beantwoorden door zelf nog een tandje bij te zetten en hen zo knock-out te slaan. De Ronde van Vlaanderen is immers als een boksmatch: wie het langst blijft rechtstaan wint. En ik voelde dat er niemand mij in een man-tegen-mangevecht zou kloppen. Dat bleek ook, toen Flecha, Nuyens en Langeveld elk om de beurt bijna aan mijn hielen likten. Tot ik versnelde en ze terugvielen tot in het achtervolgend pelotonnetje. 'Immens veel pijn deed het wel, strijdend tegen een overmacht, hangend op een vijftiental seconden. Ik heb toen plaatsen in mijn hoofd bezocht waar ik nog nooit geweest was. Een soort trance, concentratie waardoor ik dieper kon gaan dan ooit, op weg om mijn ultieme droom te realiseren. Al wist ik door die focus pas in de laatste rechte lijn: ik win. Verlost van het pijnlijke vagevuur, opgenomen in de hemel, de Hallebaan in Meerbeke.' 'Een jaar later, in 2009, na een nieuwe solo, heb ik er zelfs naar de hemel gewezen, denkend aan mijn vriend Frederiek Nolf ( de renner die in februari 2009 overleed in zijn slaap, nvdr). Toen ik vlak na zijn dood naar Frederieks ouders ging, vroeg zijn vader me, met de tranen in de ogen: 'Ge gaat hem toch nooit vergeten?' Ik heb toen beloofd dat ik bij mijn eerstvolgende zege een eerbetoon aan Frederiek zou houden. Gedragen door hem werd dat, allicht niet toevallig, de Ronde. Al was dat vingergebaar op de Hallebaan niet ingestudeerd. Het kwam spontaan, van diep binnen in mij. Daarom vind ik het zo mooi, maar tegelijkertijd ook triest... 'Hevige emoties die ik ook vorig jaar gevoeld heb. Na mijn val en opgave kreeg ik in Oudenaarde, net op het moment dat we naar huis vertrokken, telefoon: mijn grootmoeder was overleden... Een van de mooiste dagen van het jaar werd zo een van de triestigste dagen uit mijn leven. 'Een week later kreeg ik opnieuw een mokerslag, met het overlijden van mijn ploegmaat Michael Goolaerts in Parijs-Roubaix. Na Frederiek Nolf en Wouter Weylandt weer een vriend die ik, als een oorlogsveteraan, op het front moest achterlaten. Een strijdmakker die de week ervoor nog in de Ronde deel had uitgemaakt van de vroege ontsnapping en achteraf zo enthousiast vertelde over zijn fantastische ervaring, rijdend tussen die duizenden toeschouwers. Een kleine troost dat Michael dat nog heeft kunnen meemaken. 'Zo zullen die drie overleden vrienden altijd gelinkt zijn aan de Ronde: Wouter, met wie ik verging van de honger tijdens ons extra trainingsritje door De Moeren, Frederiek met het eerbetoon bij mijn tweede zege, en Michael. Als je dat naast het gelukzalige gevoel van mijn twee overwinningen zet... Precies zoals Rik De Saedeleer het verwoordde: de Ronde is een mix van vreugde en verdriet, van hoge toppen en diepe dalen. Een weerspiegeling van het leven. Zeker voor mij.'