De start van Parijs-Roubaix. Het was telkens weer een feestdag voor Compiègne, het vertrekpunt van de kasseiklassieker. Soms werd die op Pasen gereden. Zoals het nu was voorzien. Nu zal het stil zijn in dit stadje, op het plein voor het indrukwekkend mooie kasteel, waar onder meer erg oude fietsen te bezichtigen zijn, eigenlijk zeer toepasselijk bij een klassieker die zijn prehistorisch karakter koestert.
...

De start van Parijs-Roubaix. Het was telkens weer een feestdag voor Compiègne, het vertrekpunt van de kasseiklassieker. Soms werd die op Pasen gereden. Zoals het nu was voorzien. Nu zal het stil zijn in dit stadje, op het plein voor het indrukwekkend mooie kasteel, waar onder meer erg oude fietsen te bezichtigen zijn, eigenlijk zeer toepasselijk bij een klassieker die zijn prehistorisch karakter koestert.Naar Parijs-Roubaix keken ze elk jaar uit in Compiègne. Niet alleen daar, ook op alle andere plaatsen waar de Helletocht passeert. Ook als volger ga je het missen. De lange aanloop naar de kasseien, doorheen de Franse vlakte, de stilte voor de storm. Vijftien, twintig keer hebben we Parijs-Roubaix vanuit de vuurlinie gevolgd. Het werd een ritueel met vaste afspraken. Zoals de eerste stop in een café uit grootmoeders tijd in Troisvilles. Als je naar het toilet moest, passeerde je een schaap. Maar de bazin, Yvonne, was blij als ze je zag. Tot ze een paar jaar geleden met de gezondheid sukkelde en het café moest sluiten.Na Troisvilles liggen de eeuwige slagvelden te wachten en kan de calvarietocht beginnen. En tussen de kasseistroken door zoeft het peloton door onooglijke Franse dorpjes waar de tijd is blijven stilstaan. Overal is het feest, hier en daar is een fanfare uitgerukt. Het lijkt erop dat mensen in dit haast verlaten gebied maar één keer per jaar iets beleven. Anders zijn het oorden van tristesse.Ja, het is iets speciaals Parijs-Roubaix. Je ziet de pijn op het gezicht van de renners, de spieren trillen als ze over de kasseien jakkeren, zeker als het beruchte bos van Wallers wordt aangedaan en renners proberen om in balans te blijven. Het volk verdringt zich langs de weg. Zo is het op elke kasseistrook, waar veel Vlaamse vlaggen wapperen. Er komt geen einde aan die kasseien. Tot uiteindelijk de grauwe woonkazernes van Roubaix opduiken. Ze vormen een laatste erehaag. Dan volgt het orgelpunt op de wielerbaan.Iedereen zal deze wedstrijd op deze gezegende dag missen. Ook de renners die door het stof vaak niet meer uit hun ogen konden kijken, die na afloop van de koers dagen en dagen nog last hebben van spierpijn. Het zijn zeker die dag martelaars. Martelaars die Parijs-Roubaix tijdens de barre tocht vervloeken en verwensen, maar de dag nadien alweer naar de volgende editie verlangen. Parijs-Roubaix is uniek. Het is, zoals de voormalige Tourbaas Jacques Goddet het ooit verwoordde, 'de laatste schakel met de traditie waaraan de wielersport haar grootheid dankt.'En nu? We kunnen op televisie alleen maar kijken naar memorabele wedstrijden uit het verleden, naar de editie van 2002 die Johan Museeuw won en waarin de jonge Tom Boonen derde werd. En in Compiègne zal het stil zijn. Heel stil.