Zes stuks: goud voor Lotte Kopecky in de puntenkoers (als allereerste Belgische wereldkampioene op dat nummer), plus zilver in de afvalling en in het omnium.
...

Zes stuks: goud voor Lotte Kopecky in de puntenkoers (als allereerste Belgische wereldkampioene op dat nummer), plus zilver in de afvalling en in het omnium.Zilver voor Tuur Dens in de scratch.Zilver voor Kenny De Ketele in de puntenkoers, en brons met Robbe Ghys in de ploegkoers.Het contrast met het olympische toernooi in Tokio, waar de Belgen geen enkele medaille behaalden, was groot op het WK in Roubaix. Met die nuance dat de afvalling, de puntenkoers en de scratch niet als afzonderlijke disciplines op het olympische programma prijkten. Dat bestond immers uit twaalf events, het voorbije WK in Roubaix uit 22. Een recordaantal ook voor een WK, want voor het eerst konden op de afvalling (waar Kopecky zilver behaalde) pistiers een regenboogtrui veroveren.Meer events biedt dus meer kansen op een medaille. Een van de redenen waarom België met zes plakken zijn grootste aantal op een piste-WK behaalde sinds... 1964 (toen ook zes) en 1963 (toen zeven). Eén meer ook dan het record in 'moderne' wielertijden (vijf in 2017, Hongkong).Weliswaar dus in nominale cijfers. Afgewogen tegen het aantal events veroverden Kopecky en co deze keer 9,09 procent van de medailles. Iets beter dan in 2017 (8,33 procent) en het meeste sinds 1974 (toen ook 9,09 procent, met drie plakken op elf nummers).In de jaren zestig behaalden de Belgische pistiers zelfs elk jaar meer dan tien procent van de medailles. Mede door het minder aantal events in die periode: acht à elf, meer dan de helft minder dus dan in Roubaix afgelopen week (met zelfs races voor profs én amateurs).Toen Patrick Sercu en co in 1963 een Belgisch record van zeven plakken op zak staken, waren ze zelfs goed voor ruim een kwart van het totale medailleaantal (26 procent). Anderzijds ook strijdend tegen een minder internationale bezetting: tien (louter Europese) landen prijkten toen op de medal ranking. In Roubaix afgelopen week waren dat er veertien (met onder meer Canada, de VS, Nieuw-Zeeland en Japan).Zoals alle records en statistieken moet je ook deze Belgische WK-oogst, in moderne wielertijden althans, dus in zijn context zetten. Met ook de bemerking dat niet alle toppers nog even gemotiveerd zijn na olympisch succes in Tokio.Anderzijds pleit het voor de mentale sterkte van Ghys, De Ketele en Kopecky dat zij wél de focus en goesting vonden om er nog eens alles uit te persen. Zeker nadat ze op de Spelen (met vierde plaatsen) net naast een medaille grepen en zeer ontgoocheld waren. Al gaf hen dat ook de brandstof om van het WK een nieuw doel te maken.Toekomstgericht is ook het zilver van de pas 21-jarige Tuur Dens op de scratch hoopgevend, net als de vijfde plaats van de 22-jarige Jules Hesters op de afvalling en de achtste stek van de 21-jarige Fabio Van den Bossche in het omnium. Ook Robbe Ghys (brons in de ploegkoers) is nog altijd maar 24. En bij de vrouwen staan de 21-jarige Shari Bossuyt en 19-jarige Katrijn De Clercq klaar om zich de komende jaren bij Lotte Kopecky te voegen. Bovendien moeten de beste jaren van de 25-jarige Kopecky nog volgen.Conclusie: de zes medailles en de ereplaatsen bieden perspectieven na dertig magere jaren met veel karigere oogsten (in 25 WK's sinds 1991 behaalde België maximaal slechts één medaille, dertien keer zelfs geen enkele). Anderzijds is er, zeker wat betreft de sprint en achtervolgingdisciplines, nog veel werk voor de boeg: ons land eindigde met die zes medailles 'pas' als zesde op de medaillespiegel van het WK in Roubaix.Bondscoach Peter Pieters, wiens contract na elf jaar niet verlengd wordt, laat dus geen kale akker na. Aan de nieuwe nationale trainer (de veelgenoemde en geprezen Kenny De Ketele na zijn afscheid als renner in december?) om die verder vakkundig te bemesten en te beplanten - hopelijk met nog meer middelen (op alle vlakken). Zodat België op halflange termijn, vooral op de Spelen in Parijs 2024, zich wel bij de toplanden kan plaatsen.