Op nieuwjaarsdag wordt in Baal de GP Sven Nys gereden. Die wedstrijd is aan zijn 20e editie toe, waarmee het eerste Belgische sportevenement van het jaar langzamerhand dezelfde traditie krijgt als het Schansspringen in Garmisch-Partenkirchen.

Hoe zou Sven Nys zich, bijna vier jaar na zijn afscheid, voelen als hij op 1 januari naar zijn eigen Grote Prijs kijkt? Komen de herinneringen aan vroeger dan nog eens boven? Bijvoorbeeld aan de twaalf overwinningen die hij in deze wedstrijd behaalde?

Weinig wielrenners waarbij de boog altijd zo strak gespannen was als Sven Nys. Ook in deze eindejaarperiode. Een pasta op oudejaarsavond, water in plaats van wijn, ten laatste om tien uur gaan slapen, Nys had er geen moeite mee.

In ieder interview dat we met hem maakten, viel het ons op dat hij verslaafd was aan topsport. Als hij naar de kinesist moest parkeerde hij zijn auto liever op vijf meter van diens deur in plaats van op vijftien meter, bij iedere beweging hield hij rekening met zijn lichaam. Thuis deed hij eigenlijk niets. Zelfs de brievenbus maakte hij niet leeg.

Sven Nys leefde en trainde volgens een bepaald vast schema en streefde naar een bepaalde vorm van regelmaat. Het was zijn houvast. Als zijn ritme overboord werd gegooid, bracht hem dat uit balans.

Maar de grootste kwaliteit van Nys zat hem in de manier waarop hij van inspanningen herstelde, zijn recuperatievermogen was fenomenaal. Alleen had hij daar verbeten aan gewerkt. Telkens weer legde hij de basis in de zomer. Hij trainde dan ongeveer 30 procent meer kilometers dan zijn concurrenten. Altijd weer fietsen en fietsen, vele duizenden kilometers, de blik op oneindig, het ware in wezen monotone dagen, maar dat ervoer Nys niet zo. Hij had zich in alle facetten van het vak verdiept. Zo sliep hij vaak in een hogedrukkamer. Na tien dagen in zo'n kamer voelde hij dat hij vocht had verloren en bleek uit een bloedanalyse dat hij meer rode bloedcellen had aangemaakt. Daar kon hij zeer gedetailleerd en met veel passie over praten.

Opmerkelijk was de gedaanteverwisseling die hij op dat vlak had ondergaan. In interviews praatte hij aanvankelijk aarzelend. Die teksten maakten plaats voor gefundeerde meningen en onderbouwde analyses. Als co-commentator bij Sporza valt Nys op de radio en televisie op door de heldere manier waarop hij over het koersgebeuren praat. Hij doet dat met een naturel alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Aan niets doet hij nog denken aan het verlegen kind dat op school voor iedere spreekbeurt met trillende knieën doodsangsten uitstond.

Op nieuwjaarsdag wordt in Baal de GP Sven Nys gereden. Die wedstrijd is aan zijn 20e editie toe, waarmee het eerste Belgische sportevenement van het jaar langzamerhand dezelfde traditie krijgt als het Schansspringen in Garmisch-Partenkirchen. Hoe zou Sven Nys zich, bijna vier jaar na zijn afscheid, voelen als hij op 1 januari naar zijn eigen Grote Prijs kijkt? Komen de herinneringen aan vroeger dan nog eens boven? Bijvoorbeeld aan de twaalf overwinningen die hij in deze wedstrijd behaalde?Weinig wielrenners waarbij de boog altijd zo strak gespannen was als Sven Nys. Ook in deze eindejaarperiode. Een pasta op oudejaarsavond, water in plaats van wijn, ten laatste om tien uur gaan slapen, Nys had er geen moeite mee. In ieder interview dat we met hem maakten, viel het ons op dat hij verslaafd was aan topsport. Als hij naar de kinesist moest parkeerde hij zijn auto liever op vijf meter van diens deur in plaats van op vijftien meter, bij iedere beweging hield hij rekening met zijn lichaam. Thuis deed hij eigenlijk niets. Zelfs de brievenbus maakte hij niet leeg.Sven Nys leefde en trainde volgens een bepaald vast schema en streefde naar een bepaalde vorm van regelmaat. Het was zijn houvast. Als zijn ritme overboord werd gegooid, bracht hem dat uit balans. Maar de grootste kwaliteit van Nys zat hem in de manier waarop hij van inspanningen herstelde, zijn recuperatievermogen was fenomenaal. Alleen had hij daar verbeten aan gewerkt. Telkens weer legde hij de basis in de zomer. Hij trainde dan ongeveer 30 procent meer kilometers dan zijn concurrenten. Altijd weer fietsen en fietsen, vele duizenden kilometers, de blik op oneindig, het ware in wezen monotone dagen, maar dat ervoer Nys niet zo. Hij had zich in alle facetten van het vak verdiept. Zo sliep hij vaak in een hogedrukkamer. Na tien dagen in zo'n kamer voelde hij dat hij vocht had verloren en bleek uit een bloedanalyse dat hij meer rode bloedcellen had aangemaakt. Daar kon hij zeer gedetailleerd en met veel passie over praten.Opmerkelijk was de gedaanteverwisseling die hij op dat vlak had ondergaan. In interviews praatte hij aanvankelijk aarzelend. Die teksten maakten plaats voor gefundeerde meningen en onderbouwde analyses. Als co-commentator bij Sporza valt Nys op de radio en televisie op door de heldere manier waarop hij over het koersgebeuren praat. Hij doet dat met een naturel alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Aan niets doet hij nog denken aan het verlegen kind dat op school voor iedere spreekbeurt met trillende knieën doodsangsten uitstond.