Elk seizoen opnieuw krijgt de Tour een steeds groter internationaal gehalte. Nagenoeg om de twee jaar wordt de start buiten de Franse landsgrenzen georganiseerd. Dat is nu met de fietshoofdstad Kopenhagen niet anders. Het levert meer geld op en doet de indruk ontstaan dat de Ronde van Frankrijk tot een commerciële onderneming is uitgegroeid, die dreigt te stikken in haar gigantisme. Toch staat het wielrennen op de sportieve wereldkaart financieel zeker niet bovenaan. Het is zelfs een nichesport. Zo krijgt de winnaar van de Tour een premie van 500.000 euro, dat is 45.000 euro minder dan een tennisser die op Wimbledon de halve finales haalt.
...

Elk seizoen opnieuw krijgt de Tour een steeds groter internationaal gehalte. Nagenoeg om de twee jaar wordt de start buiten de Franse landsgrenzen georganiseerd. Dat is nu met de fietshoofdstad Kopenhagen niet anders. Het levert meer geld op en doet de indruk ontstaan dat de Ronde van Frankrijk tot een commerciële onderneming is uitgegroeid, die dreigt te stikken in haar gigantisme. Toch staat het wielrennen op de sportieve wereldkaart financieel zeker niet bovenaan. Het is zelfs een nichesport. Zo krijgt de winnaar van de Tour een premie van 500.000 euro, dat is 45.000 euro minder dan een tennisser die op Wimbledon de halve finales haalt. Ondanks de steeds groeiende populariteit kan de wielersport op mondiaal vlak nog een impuls gebruiken. Het streamingplatform Netflix gaat over de komende Ronde van Frankrijk een documentaire maken en dat kan de wereldwijde uitstraling alleen maar vergroten. Zoals een paar jaar geleden bleek toen Netflix hetzelfde deed met de formule 1. Het gaf toen alle geledingen van deze discipline een enorme boost. De komende Ronde van Frankrijk belooft al in de eerste week zeer verraderlijk te worden. Er is een windetappe in Denemarken en de kasseirit naar Arenberg. Niet onmogelijk dat er dan onder de klassementsrenners al slachtoffers vallen en er met minuten wordt gegoocheld. Weinig waarschijnlijk lijkt het dat superfavoriet Tadej Pogacar zich dan laat verrassen. De Sloveen kan gewoon alles en is sterker dan vorig jaar. Hij kent zijn lichaam beter, let nog meer op voeding en werd ook tactisch geslepener. En hij kan op 23-jarige leeftijd op een verbazende manier met druk om. Tadej Pogacar heeft het wielrennen naar een vroeger tijdperk teruggebracht. Hij combineert de klassiekers met het rondewerk, zoals vorig seizoen bleek met overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. En zoals ook tijdens dit voorjaar duidelijk werd met een opmerkelijke zege in de Strade Bianche en een hoofdrol in de Ronde van Vlaanderen. Het is van Eddy Merckx geleden dat een renner dat nog met deze allure deed. De vraag is wie Pogacar kan bedreigen. Zijn landgenoot Primoz Roglic lijkt de enige antagonist, maar door een knieblessure geraakte hij dit seizoen nog niet op niveau. Net zoals de Deen Jonas Vingegaard, de nummer twee van vorig jaar, van zich deed spreken. Als de ploeg van Jumbo-Visma op volle oorlogssterkte draait, vormt het een ijzersterk blok. Maar of dat voldoende is om Pogacar het vuur aan de schenen te leggen? En tot welke rolverdeling komt het binnen deze formatie? Vorig jaar was Wout van Aert de absolute meesterknecht in deze ploeg. Nu liet de Kempenaar verstaan dat hij de groene trui ambieert. Van Aert mag dan wel een ploegspeler zijn, hij is een ploegspeler met ambitie. Hoe valt die jacht op groen te rijmen met het kopmanschap van Roglic? Het is onwaarschijnlijk dat Van Aert op de Sloveen zal wachten als die, bijvoorbeeld in de kasseirit, in de problemen komt. Een kans op de groene trui is er wel degelijk voor Van Aert. Er zijn hooguit zes ritten die op een massaspurt kunnen eindigen. Dat ondermijnt de kansen van pure sprinters als Caleb Ewan en Fabio Jakobsen, terwijl Van Aert zich in iedere groepssprint zal weten te plaatsen en in de overgangsritten ongetwijfeld de nodige punten vergaart. Af te wachten dus welke taak Van Aert echt krijgt. Maar vooral ook hoe goed Roglic is. Niet vanzelfsprekend lijkt het om in dezelfde ploeg op geel en groen te mikken. Het is 25 jaar geleden dat dit nog eens lukte. Met Jan Ullrich en Erik Zabel bij Telekom.