Ondanks het moeizame begin paste Declercq zich vlot aan het profpeloton aan, maar uiteindelijk zou het vijf seizoenen duren vooraleer hij een stap hogerop kon zetten. Bij de ploeg van Patrick Lefevere is hij intussen al ruim vijf jaar een haast onmisbare schakel in het geheel. 'Het zijn twee verschillende werelden', merkt Declercq op. 'Ik heb enorm genoten van mijn periode bij Topsport Vlaanderen, maar ik ben heel blij dat ik bij Quick-Step mijn rol gevonden heb. Achteraf gezien heb ik die vijf jaar bij Topsport zeker nodig gehad. In 2012 was ik er simpelweg niet klaar voor om in een WorldTourteam te functioneren. Ik zou op fysiek vlak verloren gelopen zijn.

'Ik ben het type renner dat heel lang progressie is blijven maken en misschien ben ik dat op vandaag nog altijd aan het doen. Veel jonge renners zijn meteen in staat om in de WorldTour te rijden, maar ik was daar duidelijk niet klaar voor. Ik kende ook wel wat pech en was een tijdje out door mycoplasma (een bacterie, red.). Maar ik ben vooral heel blij dat ik vijf jaar lang alle kansen heb gekregen om rustig te groeien en ervaring op te doen.'

Toch al mogen juichen

Opmerkelijk in het hele verhaal: er wordt vaak geschreven dat Tim Declercq nog nooit een koers bij de profs heeft gewonnen. Dat klopt niet. Zowel in 2012 als 2013 schreef hij de Internationale Wielertrofee (IWT) in Oetingen op zijn naam. 'Dat is juist', lacht hij zijn tanden bloot. 'Maar het leven in de koers wordt nu eenmaal afgetoetst aan Procyclingstats. Op die website staat er dat ik nul overwinningen heb behaald. De IWT in Oetingen is een koers van tweede categorie en men begint pas vanaf 1.1-wedstrijden te tellen. Ik kan me daar dus alleen maar bij aansluiten, maar ergens ben ik er wel trots op dat ik al twee keer mijn handen in de lucht heb kunnen steken. En het zou leuk zijn als het me ooit nog eens lukt, al heb ik voor mezelf uitgemaakt dat ik me erbij neerleg als het er niet meer van komt. Ik kom nu eenmaal niet vaak in de situatie dat ik kan winnen en als dat toch zo is, komt er druk bij kijken. Het is niet dat mijn carrière niet geslaagd is als ik geen koers meer win. Ik schik me voor de volle honderd procent in de rol die ik heb.'

Declercq is een rariteit in de wielersport. Met hem kan je over zaken praten waar het overgrote deel van het peloton geen kaas van gegeten heeft. Zijn toekomstplannen zijn dan ook zo klaar als een klontje: hij wil na zijn carrière als trainer in de wielersport actief blijven. Dat belooft voor later, want Declercq heeft de koers de voorbije tien jaar serieus zien veranderen. 'Nochtans waren de meeste dingen van nu, zoals de wattagemeter, er in 2012 ook al. Het grote verschil is dat toen nog niet geweten was hoe ermee gewerkt moest worden. Nu, na tien jaar van data verzamelen, staat dat aspect veel meer op punt. Het is volgens mij ook de voornaamste verklaring voor de verhoging van het algemene niveau in de koers. Iedereen weet intussen hoe hij moet trainen. Er worden veel minder fouten gemaakt. En het is ook daarom dat jonge renners zo vaak al zo jong top zijn.'

Lees het volledige interview op KW.be.

Ondanks het moeizame begin paste Declercq zich vlot aan het profpeloton aan, maar uiteindelijk zou het vijf seizoenen duren vooraleer hij een stap hogerop kon zetten. Bij de ploeg van Patrick Lefevere is hij intussen al ruim vijf jaar een haast onmisbare schakel in het geheel. 'Het zijn twee verschillende werelden', merkt Declercq op. 'Ik heb enorm genoten van mijn periode bij Topsport Vlaanderen, maar ik ben heel blij dat ik bij Quick-Step mijn rol gevonden heb. Achteraf gezien heb ik die vijf jaar bij Topsport zeker nodig gehad. In 2012 was ik er simpelweg niet klaar voor om in een WorldTourteam te functioneren. Ik zou op fysiek vlak verloren gelopen zijn.'Ik ben het type renner dat heel lang progressie is blijven maken en misschien ben ik dat op vandaag nog altijd aan het doen. Veel jonge renners zijn meteen in staat om in de WorldTour te rijden, maar ik was daar duidelijk niet klaar voor. Ik kende ook wel wat pech en was een tijdje out door mycoplasma (een bacterie, red.). Maar ik ben vooral heel blij dat ik vijf jaar lang alle kansen heb gekregen om rustig te groeien en ervaring op te doen.'Opmerkelijk in het hele verhaal: er wordt vaak geschreven dat Tim Declercq nog nooit een koers bij de profs heeft gewonnen. Dat klopt niet. Zowel in 2012 als 2013 schreef hij de Internationale Wielertrofee (IWT) in Oetingen op zijn naam. 'Dat is juist', lacht hij zijn tanden bloot. 'Maar het leven in de koers wordt nu eenmaal afgetoetst aan Procyclingstats. Op die website staat er dat ik nul overwinningen heb behaald. De IWT in Oetingen is een koers van tweede categorie en men begint pas vanaf 1.1-wedstrijden te tellen. Ik kan me daar dus alleen maar bij aansluiten, maar ergens ben ik er wel trots op dat ik al twee keer mijn handen in de lucht heb kunnen steken. En het zou leuk zijn als het me ooit nog eens lukt, al heb ik voor mezelf uitgemaakt dat ik me erbij neerleg als het er niet meer van komt. Ik kom nu eenmaal niet vaak in de situatie dat ik kan winnen en als dat toch zo is, komt er druk bij kijken. Het is niet dat mijn carrière niet geslaagd is als ik geen koers meer win. Ik schik me voor de volle honderd procent in de rol die ik heb.'Declercq is een rariteit in de wielersport. Met hem kan je over zaken praten waar het overgrote deel van het peloton geen kaas van gegeten heeft. Zijn toekomstplannen zijn dan ook zo klaar als een klontje: hij wil na zijn carrière als trainer in de wielersport actief blijven. Dat belooft voor later, want Declercq heeft de koers de voorbije tien jaar serieus zien veranderen. 'Nochtans waren de meeste dingen van nu, zoals de wattagemeter, er in 2012 ook al. Het grote verschil is dat toen nog niet geweten was hoe ermee gewerkt moest worden. Nu, na tien jaar van data verzamelen, staat dat aspect veel meer op punt. Het is volgens mij ook de voornaamste verklaring voor de verhoging van het algemene niveau in de koers. Iedereen weet intussen hoe hij moet trainen. Er worden veel minder fouten gemaakt. En het is ook daarom dat jonge renners zo vaak al zo jong top zijn.'Lees het volledige interview op KW.be.