Geen enkele keer in de geschiedenis kon een regerend Belgisch wegkampioen bij de elite immers ook de daaropvolgende nationale driekleur bij de profs in het veldrijden veroveren.

Zoals ook de regerende Belgische cyclocrosskampioen ook nooit de snelste was op het daaropvolgende BK op de weg.

Bij de prófs weliswaar, want Roger De Vlaeminck behaalde op 8 december 1968 de tricolore trui op het BK veldrijden voor amateurs, en werd het jaar erop, op 22 juni 1969, nationaal kampioen op de weg bij de eliterenners.

Tot het volgende BK cyclocross voor amateurs, op 14 december 1969, was hij dus tegelijkertijd de bezitter van een Belgische titel in het veld én op de weg.

Een dubbel in hetzélfde jaar die alleen hij heeft gerealiseerd.

De Vlaeminck werd wel, maar dan in verschillende jaren, zowel Belgisch veldritkampioen bij de profs (1974, 1975 en 1978) als nationaal kampioen op de weg bij de elite (1969 en 1981).

In 1921 schreef René Vermandel ook het BK cyclocross bij de elite op zijn naam, om in 1922 en 1924 de nationale proftitel op de weg te veroveren.

En Wout van Aert werd in 2019, na drie Belgische proftitels in het cyclocross (2016, 2017, 2018), nationaal kampioen in het tijdrijden op de weg bij de elite.

Merlier met derde titel?

Vier renners konden daarnaast nog Belgisch kampioen worden in het veld en in de wegrit, maar niet telkens bij de profs.

Eric Vanderaerden behaalde in 1979, 1980 en 1981 tricolore truien bij de nieuwelingen een twee keer bij de junioren in het veld, en werd in 1984 nationaal kampioen op de weg bij de elite.

Davy Commeyne veroverde in 1997 de Belgische cyclocrosstitel bij de junioren en was in 2008 de beste op het BK voor elite zonder contract op de weg.

Florian Vermeersch trok in 2015 de driekleur aan als tweedejaarsnieuweling in het veld, en in 2019 als belofte op de weg.

En Tim Merlier, jawel, werd ook al eens Belgisch veldritkampioen: bij de junioren in 2010, voor hij vorig jaar de titel op de weg bij de profs pakte.

Ronsse nog straffer

De strafste combinatie veld/weg staat echter op naam van Georges Ronsse. Hij werd in augustus 1928 wereldkampioen op de weg bij de profs, en voegde daar in maart 1929 een Belgische proftitel in het veld aan toe.

Om vervolgens in augustus 1929 weer de regenboogtrui op de weg te veroveren, en in maart 1930 nog eens nationaal kampioen in het veld te worden.

Geen enkele keer in de geschiedenis kon een regerend Belgisch wegkampioen bij de elite immers ook de daaropvolgende nationale driekleur bij de profs in het veldrijden veroveren. Zoals ook de regerende Belgische cyclocrosskampioen ook nooit de snelste was op het daaropvolgende BK op de weg.Bij de prófs weliswaar, want Roger De Vlaeminck behaalde op 8 december 1968 de tricolore trui op het BK veldrijden voor amateurs, en werd het jaar erop, op 22 juni 1969, nationaal kampioen op de weg bij de eliterenners. Tot het volgende BK cyclocross voor amateurs, op 14 december 1969, was hij dus tegelijkertijd de bezitter van een Belgische titel in het veld én op de weg. Een dubbel in hetzélfde jaar die alleen hij heeft gerealiseerd.De Vlaeminck werd wel, maar dan in verschillende jaren, zowel Belgisch veldritkampioen bij de profs (1974, 1975 en 1978) als nationaal kampioen op de weg bij de elite (1969 en 1981). In 1921 schreef René Vermandel ook het BK cyclocross bij de elite op zijn naam, om in 1922 en 1924 de nationale proftitel op de weg te veroveren.En Wout van Aert werd in 2019, na drie Belgische proftitels in het cyclocross (2016, 2017, 2018), nationaal kampioen in het tijdrijden op de weg bij de elite.Vier renners konden daarnaast nog Belgisch kampioen worden in het veld en in de wegrit, maar niet telkens bij de profs.Eric Vanderaerden behaalde in 1979, 1980 en 1981 tricolore truien bij de nieuwelingen een twee keer bij de junioren in het veld, en werd in 1984 nationaal kampioen op de weg bij de elite.Davy Commeyne veroverde in 1997 de Belgische cyclocrosstitel bij de junioren en was in 2008 de beste op het BK voor elite zonder contract op de weg. Florian Vermeersch trok in 2015 de driekleur aan als tweedejaarsnieuweling in het veld, en in 2019 als belofte op de weg.En Tim Merlier, jawel, werd ook al eens Belgisch veldritkampioen: bij de junioren in 2010, voor hij vorig jaar de titel op de weg bij de profs pakte.De strafste combinatie veld/weg staat echter op naam van Georges Ronsse. Hij werd in augustus 1928 wereldkampioen op de weg bij de profs, en voegde daar in maart 1929 een Belgische proftitel in het veld aan toe. Om vervolgens in augustus 1929 weer de regenboogtrui op de weg te veroveren, en in maart 1930 nog eens nationaal kampioen in het veld te worden.