Naar alle mogelijke middelen werd er in het prehistorisch tijdperk gezocht om de Tour hard te maken. Alsof het nog niet erg genoeg was dat de renners om twaalf uur 's nachts moesten vertrekken Zo voerde de beruchte organisator Henri Desgrange in 1927 het tijdrijden per ploeg in omdat hij vond dat er het jaar voordien teveel ritten op een massaspurt waren geëindigd.

Desgrange deed de meest waanzinnige dingen. Ooit liet hij eens midden in de wedstrijd een stelletje frisse renners los om iedereen tot een grotere ijver aan te sporen. Dat lukte want de deelnemers waren zo kwaad dat ze die allemaal naar huis reden.

In de Tour van 1927 zorgden de ploegentijdritten voor grote verschillen. De latere winnaar, de Luxemburger Nicolas Frantz, stond na zeven ritten op bijna een uur van de Belg Hector Martin. Maar in een verschrikkelijke bergrit tussen Bayonne en Luchon zette hij de situatie recht. Uiteindelijk won hij de Tour met een voorsprong van één uur en 48 minuten op zijn Belgische ploegmaat Maurice De Waele.

Nicolas Frantz was een bijzonder figuur. Het jaar daarop droeg hij de gele trui van de eerste tot de laatste dag. Hij won vijf van de 22 ritten en eindigde in de helft van alle etappes in de eerste drie. Zijn suprematie was zo groot dat sommigen het over een Tour de Frantz hadden. Spanning was er alleen toen in de negentiende etappe het frame van zijn fiets bezweek onder zijn gewicht. Hij graaide snel een fiets uit de handen van een vrouwelijke toeschouwer en overbrugde zo de laatste honderd kilometer. Frantz verloor slechts zes minuten. Hij won de Tour met 59 minuten voorsprong op de Fransman André Leducq.

Vreemd is het trouwens dat er op de erelijst drie Luxemburgers staan. Eigenlijk vier want na de diskwalificatie van Alberto Contador kwam Andy Schleck als winnaar op het palmares. En stuk voor stuk zijn deze Luxemburgers zeer goeie klimmers.

Zoals Charly Gauol bijvoorbeeld, de engel van de bergen. Of François Faber, de winnaar van 1909 die een record houdt: hij won vijf opeenvolgende etappes. Maar kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog om in een vuurgevecht. Toen hij aan het front vernam dat hij vader was geworden van een dochter maakte hij vanachter de beschutting een vreugdesprong en werd neergeschoten.

Naar alle mogelijke middelen werd er in het prehistorisch tijdperk gezocht om de Tour hard te maken. Alsof het nog niet erg genoeg was dat de renners om twaalf uur 's nachts moesten vertrekken Zo voerde de beruchte organisator Henri Desgrange in 1927 het tijdrijden per ploeg in omdat hij vond dat er het jaar voordien teveel ritten op een massaspurt waren geëindigd. Desgrange deed de meest waanzinnige dingen. Ooit liet hij eens midden in de wedstrijd een stelletje frisse renners los om iedereen tot een grotere ijver aan te sporen. Dat lukte want de deelnemers waren zo kwaad dat ze die allemaal naar huis reden. In de Tour van 1927 zorgden de ploegentijdritten voor grote verschillen. De latere winnaar, de Luxemburger Nicolas Frantz, stond na zeven ritten op bijna een uur van de Belg Hector Martin. Maar in een verschrikkelijke bergrit tussen Bayonne en Luchon zette hij de situatie recht. Uiteindelijk won hij de Tour met een voorsprong van één uur en 48 minuten op zijn Belgische ploegmaat Maurice De Waele. Nicolas Frantz was een bijzonder figuur. Het jaar daarop droeg hij de gele trui van de eerste tot de laatste dag. Hij won vijf van de 22 ritten en eindigde in de helft van alle etappes in de eerste drie. Zijn suprematie was zo groot dat sommigen het over een Tour de Frantz hadden. Spanning was er alleen toen in de negentiende etappe het frame van zijn fiets bezweek onder zijn gewicht. Hij graaide snel een fiets uit de handen van een vrouwelijke toeschouwer en overbrugde zo de laatste honderd kilometer. Frantz verloor slechts zes minuten. Hij won de Tour met 59 minuten voorsprong op de Fransman André Leducq. Vreemd is het trouwens dat er op de erelijst drie Luxemburgers staan. Eigenlijk vier want na de diskwalificatie van Alberto Contador kwam Andy Schleck als winnaar op het palmares. En stuk voor stuk zijn deze Luxemburgers zeer goeie klimmers. Zoals Charly Gauol bijvoorbeeld, de engel van de bergen. Of François Faber, de winnaar van 1909 die een record houdt: hij won vijf opeenvolgende etappes. Maar kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog om in een vuurgevecht. Toen hij aan het front vernam dat hij vader was geworden van een dochter maakte hij vanachter de beschutting een vreugdesprong en werd neergeschoten.