Elk op hun manier kroonden Tom Boonen en Fabian Cancellara zich tot de twee beste klassieke renners van hun generatie. Dat resulteerde in twee rijk gevulde erelijsten met opvallend meer verschillen dan gelijkenissen. Een overzicht aan de hand van zeven kerncijfers.Het aantal profkoersen dat Tom Boonen meer won dan Fabian Cancellara (112 vs. 80), hoewel de Belg 1 profjaar minder achter de rug heeft dan de Zwitser (12 vs. 13). Een duidelijk verschil, onder meer te verklaren door de vroegrijpheid van de nu 33-jarige Kempenaar. In zijn eerste 2 seizoenen won hij weliswaar slechts 2 maal, maar vanaf 2004 explodeerde Boonen met gemiddeld 16,4 successen per jaar tot en met 2008. Daardoor had hij eind dat seizoen al 82 zeges, terwijl Cancellara, nu 33 jaar, er toen 'slechts' 47 telde.

Opvallend: sindsdien maakte Spartacus een deel van zijn achterstand goed, met 33 overwinningen in de laatste 5 jaar, terwijl de Balen Express tot begin dit seizoen op 26 bleef steken, vooral te wijten aan blessures (slechts 4 zeges in 2010, 2 in 2011, 1 in 2013).

De vroege ontbolstering van Boonen blijkt ook uit de leeftijd waarop hij zijn 1e podiumplaats in een klassieker behaalde (21 jaar, 5 maanden en 30 dagen, Parijs-Roubaix 2002), zijn 1e 'monument' won (24 jaar, 5 maanden en 19 dagen, Ronde van Vlaanderen 2005) en zijn 50e zege veroverde (25 jaar, 7 maanden en 11 dagen, rit Ronde van België 2006).

Ook Cancellara kwam al jong aan de oppervlakte - op zijn 23e won hij de proloog van de Tour 2004 - maar hij moest wel langer wachten op zijn 1e grote klassieke overwinning (25 jaar, 22 dagen, Parijs-Roubaix 2006) en zijn 50e zege (28 jaar, 3 maanden, 3 dagen, rit Ronde van Zwitserland 2009).

51Het aantal tijdritten (waaronder 1 olympische, 8 Zwitserse en 4 wereldtitels) dat Cancellara al meer won dan Boonen, op wiens palmares voorlopig slechts 1 triomf tegen de klok staat: proloog Ster Elektrotoer 2004.

Even opmerkelijk is het verschillend aantal solozeges: de Zwitser bolde al 14 keer alleen over de streep, de Belg slechts 3 maal (Ronde van Vlaanderen 2005, Parijs-Roubaix 2009 en 2012). In die laatste race schudde Boonen wel een solo van 53 km uit de benen, terwijl Cancellara's langste raids in zijn eentje 'slechts' 45 km (niet toevallig ook in Parijs-Roubaix, de editie van 2010) en 37 km (E3 Prijs 2013) lang waren. De 12 andere solovluchten van de Beer van Bern beperkten zich tot 20 km en minder. Daarvan sloeg hij 5 keer toe op ongeveer 1 kilometer van de finish, onder meer in Milaan-Sanremo 2008.

Een totaal ander beeld in het aantal sprintoverwinningen: Cancellara was welgeteld 1 keer de snelste van een groep van meer dan 5 renners (1e rit Catalaanse week 2004, sprint met 44) en 6 maal de rapste in een spurt met 2 of 3. Boonen won daarentegen al 84 groeps/massasprinten en 17 spurten in een groepje van minder dan 10 renners.

Dat verschil in capaciteiten - de sprinter versus de tijdrijder - blijkt ook uit de gemiddelde voorsprong waarmee beiden hun zeges in koersen in lijn behaalden: 1,77 seconden voor Boonen vs. 28,24 seconden voor Cancellara, die zijn grootste voorsprong bijeensprokkelde in Parijs-Roubaix 2010: exact 2 minuten. Ook de Omega Pharma-Quick-Steprenner arriveerde in zijn tweede solo in de Hel met zijn grootste bonus: 1 minuut en 39 seconden.

14Het aantal eendagswedstrijden (geen tijdritten) dat Cancellara minder won dan Boonen (14 vs. 28). De Kempenaar behaalde 1 wegwereldtitel en won 7 monumenten (3 maal de Ronde, 4 keer Parijs-Roubaix), terwijl de Trekrenner het voorlopig zonder regenboogtrui op de weg moet stellen en 6 grote klassieke overwinningen op zak heeft (Milaan-Sanremo, 2 maal de Ronde, 3 keer Parijs-Roubaix).

Het verschil in het aantal gewonnen eendagskoersen ligt vooral in de semiklassiekers. Cancellara triomfeerde, in tegenstelling tot Boonen, nooit in Kuurne-Brussel-Kuurne, Dwars door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, de Scheldeprijs of Parijs-Brussel. Alleen de Strade Bianche won hij al 2 keer waar Tornado Tom nog niet kon scoren. Samen zegevierden ze wel liefst 8 maal in de E3 Prijs: Boonen 5, Cancellara 3.

77Het aantal ritoverwinningen van Boonen, dankzij zijn snelle benen, in grote en kleine rondes, met onder meer 6 etappes in de Tour (en in 2007 ook de groene trui). Cancellara was in rittenwedstrijden 'slechts' 46 keer de beste, waarvan liefst 39 tijdritsuccessen, onder meer 7 in de Tour.

Door de veelal kortere etappes in rondes is ook de gemiddelde afstand van de koersen waarin Boonen triomfeerde ook opmerkelijk kleiner dan van de wedstrijden in lijn die Cancellara won: 178,086 km vs. 205,543 km.

Zijn er ook gelijkenissen? Jawel, beiden werden 2 maal kampioen van hun land op de weg en schreven elk 7 rittenwedstrijden op hun naam. Al beperkt zich dat bij Boonen tot de kleinere rondes van Qatar, Picardië en België en de World Ports Classic, terwijl Cancellara de hoger aangeschreven Tirreno-Adriatico (2008) en Ronde van Zwitserland (2009) won, weliswaar op een minder lastig klimparcours en met een lange tijdrit. Op het palmares van beide vedettes ontbreekt ook een etappe in de Giro.

7Zoveel keer deelden Boonen en Cancellara al samen het podium. Tornado Tom won de E3 Prijs 2007 en Parijs-Roubaix 2008, telkens in de sprint voor Spartacus, die ook 3e werd in de 4e rit van de Ronde van Qatar 2012, na Boonen en Tom Veelers. Cancellara ging 4 maal zijn Belgische concurrent vooraf: Parijs-Roubaix 2006, proloog Vuelta 2009, E3 Prijs en Ronde van Vlaanderen 2010.

Tony Martin is als tijdrijder niet toevallig de renner die al het meest op de 2e stek na de Zwitser strandde (5 keer). Na Boonen (4) volgen Andreas Klöden, Bradley Wiggins en Erik Zabel (3).

Boonens vaste podiumgezellen zijn hoofdzakelijk sprinters. Met op kop de al in 2008 gestopte Zabel, die liefst 16 keer met de ex-wereldkampioen in de top 3 finishte, waarvan 11 maal als 2e of 3e. Volgen: Danilo Napolitano, Daniele Bennati en Robbie McEwen (12 keer). Opvallend: Cancellara is met 7 gedeelde podiumplaatsen de 1e niet-sprinter in dat rijtje.

54,46Het percentage van zijn totaal aantal overwinningen dat Boonen in het voorseizoen (januari-april) boekte, ofwel 61 stuks op 112. In geen enkele maand scoorde hij beter dan in februari: 23 keer, hoofdzakelijk veroverd in Qatar. Logischerwijs zakt dat zegepercentage in de rest van het jaar fel: 28,57% tussen mei en juli (32 overwinningen), nog 16,96% tussen augustus en oktober (19 zeges).

Ook Cancellara triomfeerde relatief weinig in de nazomer/herfst (15%, 12 overwinningen), en won in, tegenstelling tot de Belg, vooral in het middenrif van het seizoen: 46,25% of 37 van zijn 80 zeges. Niet toevallig vinden dan de Ronde van Zwitserland (11 ritsuccessen), het Zwitsers kampioenschap tijdrijden (8 titels) en de Tour plaats (8 etappeoverwinningen).

Hij zegevierde dan ook, verhoudingsgewijs, minder in het voorjaar dan de Antwerpenaar: 38,75%, waarbij vooral het verschil tussen januari en februari opvalt: 31 successen voor Boonen, 8 voor Cancellara, terwijl de Zwitser in maart en april slechts 4 keer minder won dan de Belg: 23 vs. 27.

18Het aantal landen waar Cancellara met een bloementuil zwaaide, 5 meer dan Boonen (13), opmerkelijk gezien diens groter aantal overwinningen. De Kempenaar behaalde dan ook 78,90% van zijn zeges in 3 landen: België (36,61%, 41 stuks), Qatar (24,11%, 27) en Frankrijk (18,75%, 21).

Cancellara spreidde zijn overwinningen meer, al was ook hij vooral sant in eigen land: (28,75%, 23 stuks). Daarna volgen Frankrijk (9), Italië (8) en België (7). Vooral het verschil in triomfen in de Laars is opvallend, want daar kon Boonen slechts 1 keer de handen in de lucht steken: 2e rit Tirreno-Adriatico 2010. Boonens zeges in Qatar (25) steken dan weer fel af met die van Cancellara in de golfstaat (1).

Verder bleef de Belg bleef scoreloos in Australië, China, Denemarken, Griekenland, Luxemburg en Tsjechië, waar Cancellara wel al een of meerdere successen boekte. Die won alleen niet in Argentinië, waar Boonen 1 keer triomfeerde.

In bovenstaande cijfers werd alleen rekening gehouden met officiële individuele UCI-koersen en nationale/wereldkampioenschappen. Niet met ploegentijdritten, kermiskoersen of criteriums.

Elk op hun manier kroonden Tom Boonen en Fabian Cancellara zich tot de twee beste klassieke renners van hun generatie. Dat resulteerde in twee rijk gevulde erelijsten met opvallend meer verschillen dan gelijkenissen. Een overzicht aan de hand van zeven kerncijfers.Het aantal profkoersen dat Tom Boonen meer won dan Fabian Cancellara (112 vs. 80), hoewel de Belg 1 profjaar minder achter de rug heeft dan de Zwitser (12 vs. 13). Een duidelijk verschil, onder meer te verklaren door de vroegrijpheid van de nu 33-jarige Kempenaar. In zijn eerste 2 seizoenen won hij weliswaar slechts 2 maal, maar vanaf 2004 explodeerde Boonen met gemiddeld 16,4 successen per jaar tot en met 2008. Daardoor had hij eind dat seizoen al 82 zeges, terwijl Cancellara, nu 33 jaar, er toen 'slechts' 47 telde. Opvallend: sindsdien maakte Spartacus een deel van zijn achterstand goed, met 33 overwinningen in de laatste 5 jaar, terwijl de Balen Express tot begin dit seizoen op 26 bleef steken, vooral te wijten aan blessures (slechts 4 zeges in 2010, 2 in 2011, 1 in 2013). De vroege ontbolstering van Boonen blijkt ook uit de leeftijd waarop hij zijn 1e podiumplaats in een klassieker behaalde (21 jaar, 5 maanden en 30 dagen, Parijs-Roubaix 2002), zijn 1e 'monument' won (24 jaar, 5 maanden en 19 dagen, Ronde van Vlaanderen 2005) en zijn 50e zege veroverde (25 jaar, 7 maanden en 11 dagen, rit Ronde van België 2006). Ook Cancellara kwam al jong aan de oppervlakte - op zijn 23e won hij de proloog van de Tour 2004 - maar hij moest wel langer wachten op zijn 1e grote klassieke overwinning (25 jaar, 22 dagen, Parijs-Roubaix 2006) en zijn 50e zege (28 jaar, 3 maanden, 3 dagen, rit Ronde van Zwitserland 2009).51Het aantal tijdritten (waaronder 1 olympische, 8 Zwitserse en 4 wereldtitels) dat Cancellara al meer won dan Boonen, op wiens palmares voorlopig slechts 1 triomf tegen de klok staat: proloog Ster Elektrotoer 2004. Even opmerkelijk is het verschillend aantal solozeges: de Zwitser bolde al 14 keer alleen over de streep, de Belg slechts 3 maal (Ronde van Vlaanderen 2005, Parijs-Roubaix 2009 en 2012). In die laatste race schudde Boonen wel een solo van 53 km uit de benen, terwijl Cancellara's langste raids in zijn eentje 'slechts' 45 km (niet toevallig ook in Parijs-Roubaix, de editie van 2010) en 37 km (E3 Prijs 2013) lang waren. De 12 andere solovluchten van de Beer van Bern beperkten zich tot 20 km en minder. Daarvan sloeg hij 5 keer toe op ongeveer 1 kilometer van de finish, onder meer in Milaan-Sanremo 2008. Een totaal ander beeld in het aantal sprintoverwinningen: Cancellara was welgeteld 1 keer de snelste van een groep van meer dan 5 renners (1e rit Catalaanse week 2004, sprint met 44) en 6 maal de rapste in een spurt met 2 of 3. Boonen won daarentegen al 84 groeps/massasprinten en 17 spurten in een groepje van minder dan 10 renners. Dat verschil in capaciteiten - de sprinter versus de tijdrijder - blijkt ook uit de gemiddelde voorsprong waarmee beiden hun zeges in koersen in lijn behaalden: 1,77 seconden voor Boonen vs. 28,24 seconden voor Cancellara, die zijn grootste voorsprong bijeensprokkelde in Parijs-Roubaix 2010: exact 2 minuten. Ook de Omega Pharma-Quick-Steprenner arriveerde in zijn tweede solo in de Hel met zijn grootste bonus: 1 minuut en 39 seconden.14Het aantal eendagswedstrijden (geen tijdritten) dat Cancellara minder won dan Boonen (14 vs. 28). De Kempenaar behaalde 1 wegwereldtitel en won 7 monumenten (3 maal de Ronde, 4 keer Parijs-Roubaix), terwijl de Trekrenner het voorlopig zonder regenboogtrui op de weg moet stellen en 6 grote klassieke overwinningen op zak heeft (Milaan-Sanremo, 2 maal de Ronde, 3 keer Parijs-Roubaix). Het verschil in het aantal gewonnen eendagskoersen ligt vooral in de semiklassiekers. Cancellara triomfeerde, in tegenstelling tot Boonen, nooit in Kuurne-Brussel-Kuurne, Dwars door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, de Scheldeprijs of Parijs-Brussel. Alleen de Strade Bianche won hij al 2 keer waar Tornado Tom nog niet kon scoren. Samen zegevierden ze wel liefst 8 maal in de E3 Prijs: Boonen 5, Cancellara 3.77Het aantal ritoverwinningen van Boonen, dankzij zijn snelle benen, in grote en kleine rondes, met onder meer 6 etappes in de Tour (en in 2007 ook de groene trui). Cancellara was in rittenwedstrijden 'slechts' 46 keer de beste, waarvan liefst 39 tijdritsuccessen, onder meer 7 in de Tour. Door de veelal kortere etappes in rondes is ook de gemiddelde afstand van de koersen waarin Boonen triomfeerde ook opmerkelijk kleiner dan van de wedstrijden in lijn die Cancellara won: 178,086 km vs. 205,543 km. Zijn er ook gelijkenissen? Jawel, beiden werden 2 maal kampioen van hun land op de weg en schreven elk 7 rittenwedstrijden op hun naam. Al beperkt zich dat bij Boonen tot de kleinere rondes van Qatar, Picardië en België en de World Ports Classic, terwijl Cancellara de hoger aangeschreven Tirreno-Adriatico (2008) en Ronde van Zwitserland (2009) won, weliswaar op een minder lastig klimparcours en met een lange tijdrit. Op het palmares van beide vedettes ontbreekt ook een etappe in de Giro.7Zoveel keer deelden Boonen en Cancellara al samen het podium. Tornado Tom won de E3 Prijs 2007 en Parijs-Roubaix 2008, telkens in de sprint voor Spartacus, die ook 3e werd in de 4e rit van de Ronde van Qatar 2012, na Boonen en Tom Veelers. Cancellara ging 4 maal zijn Belgische concurrent vooraf: Parijs-Roubaix 2006, proloog Vuelta 2009, E3 Prijs en Ronde van Vlaanderen 2010. Tony Martin is als tijdrijder niet toevallig de renner die al het meest op de 2e stek na de Zwitser strandde (5 keer). Na Boonen (4) volgen Andreas Klöden, Bradley Wiggins en Erik Zabel (3). Boonens vaste podiumgezellen zijn hoofdzakelijk sprinters. Met op kop de al in 2008 gestopte Zabel, die liefst 16 keer met de ex-wereldkampioen in de top 3 finishte, waarvan 11 maal als 2e of 3e. Volgen: Danilo Napolitano, Daniele Bennati en Robbie McEwen (12 keer). Opvallend: Cancellara is met 7 gedeelde podiumplaatsen de 1e niet-sprinter in dat rijtje.54,46Het percentage van zijn totaal aantal overwinningen dat Boonen in het voorseizoen (januari-april) boekte, ofwel 61 stuks op 112. In geen enkele maand scoorde hij beter dan in februari: 23 keer, hoofdzakelijk veroverd in Qatar. Logischerwijs zakt dat zegepercentage in de rest van het jaar fel: 28,57% tussen mei en juli (32 overwinningen), nog 16,96% tussen augustus en oktober (19 zeges). Ook Cancellara triomfeerde relatief weinig in de nazomer/herfst (15%, 12 overwinningen), en won in, tegenstelling tot de Belg, vooral in het middenrif van het seizoen: 46,25% of 37 van zijn 80 zeges. Niet toevallig vinden dan de Ronde van Zwitserland (11 ritsuccessen), het Zwitsers kampioenschap tijdrijden (8 titels) en de Tour plaats (8 etappeoverwinningen). Hij zegevierde dan ook, verhoudingsgewijs, minder in het voorjaar dan de Antwerpenaar: 38,75%, waarbij vooral het verschil tussen januari en februari opvalt: 31 successen voor Boonen, 8 voor Cancellara, terwijl de Zwitser in maart en april slechts 4 keer minder won dan de Belg: 23 vs. 27.18Het aantal landen waar Cancellara met een bloementuil zwaaide, 5 meer dan Boonen (13), opmerkelijk gezien diens groter aantal overwinningen. De Kempenaar behaalde dan ook 78,90% van zijn zeges in 3 landen: België (36,61%, 41 stuks), Qatar (24,11%, 27) en Frankrijk (18,75%, 21). Cancellara spreidde zijn overwinningen meer, al was ook hij vooral sant in eigen land: (28,75%, 23 stuks). Daarna volgen Frankrijk (9), Italië (8) en België (7). Vooral het verschil in triomfen in de Laars is opvallend, want daar kon Boonen slechts 1 keer de handen in de lucht steken: 2e rit Tirreno-Adriatico 2010. Boonens zeges in Qatar (25) steken dan weer fel af met die van Cancellara in de golfstaat (1). Verder bleef de Belg bleef scoreloos in Australië, China, Denemarken, Griekenland, Luxemburg en Tsjechië, waar Cancellara wel al een of meerdere successen boekte. Die won alleen niet in Argentinië, waar Boonen 1 keer triomfeerde.In bovenstaande cijfers werd alleen rekening gehouden met officiële individuele UCI-koersen en nationale/wereldkampioenschappen. Niet met ploegentijdritten, kermiskoersen of criteriums.