Hij was altijd rustig en bezadigd, Tom Steels. Zo zou hij ook vandaag geweest zijn, tijdens het Belgisch Kampioenschap in Anzegem. Als een van de ploegleiders van Deceuninck-Quick.Step. Maar de titelstrijd is op de hertekende wielerkalender verschoven naar 22 september.

Als renner hield Tom Steels van het eigen karakter van deze wedstrijd met alleen Belgen aan de start. Hij pakte vier keer de driekleur. Een record. Maar hij liep daarmee niet te koop. Dat lag niet in zijn aard.

Enthousiast was Steels wel als hij over zijn passie sprak: de massasprint. Het was voor hem het mooiste wat er bestond. Het zoemen van de tubes, het gekreun en gekerm van de anderen, het gezoef van het asfalt, het gaf hem telkens weer een kick. Als Tom over zijn specialiteit praatte, flikkerde het vuur en de passie in zijn ogen en week de ingetogenheid die hem anders in alle omstandigheden kenmerkte.

Het trekken en duwen, kwakken en smakken, rekenen en berekenen, steeds opnieuw joeg het zijn adrenaline de hoogte in. Ooit berekende een computer dat Steels in een massaspurt 76 kilometer per uur had gehaald.

Tom Steels had niet het excentrieke dat zoveel spurters kenmerkt. Alleen in de Tour van 1997 gooide hij eens in volle pelotonsprint een drinkbus naar het hoofd van de Fransman Frédéric Moncassin. Hij verloor de controle over zichzelf nadat die een paar levensgevaarlijke bewegingen had gemaakt. Steels werd meteen naar huis gestuurd. Een zeldzame uitschuiver van een renner die ooit vertelde dat de spurten in de Ronde van Frankrijk zo veel van zijn concentratie vroegen dat hij na een week blij was in de bergen te kunnen fietsen. Omdat je daar weer wat kon ademen.

Maar een pure sprinter was en bleef Tom Steels. Hij won in zijn lange carrière slechts drie wedstrijden met voorsprong. Hij genoot daar niet één keer van. Omdat hij telkens weer iets had gemist: spanning en sensatie.

Hij was altijd rustig en bezadigd, Tom Steels. Zo zou hij ook vandaag geweest zijn, tijdens het Belgisch Kampioenschap in Anzegem. Als een van de ploegleiders van Deceuninck-Quick.Step. Maar de titelstrijd is op de hertekende wielerkalender verschoven naar 22 september.Als renner hield Tom Steels van het eigen karakter van deze wedstrijd met alleen Belgen aan de start. Hij pakte vier keer de driekleur. Een record. Maar hij liep daarmee niet te koop. Dat lag niet in zijn aard.Enthousiast was Steels wel als hij over zijn passie sprak: de massasprint. Het was voor hem het mooiste wat er bestond. Het zoemen van de tubes, het gekreun en gekerm van de anderen, het gezoef van het asfalt, het gaf hem telkens weer een kick. Als Tom over zijn specialiteit praatte, flikkerde het vuur en de passie in zijn ogen en week de ingetogenheid die hem anders in alle omstandigheden kenmerkte. Het trekken en duwen, kwakken en smakken, rekenen en berekenen, steeds opnieuw joeg het zijn adrenaline de hoogte in. Ooit berekende een computer dat Steels in een massaspurt 76 kilometer per uur had gehaald.Tom Steels had niet het excentrieke dat zoveel spurters kenmerkt. Alleen in de Tour van 1997 gooide hij eens in volle pelotonsprint een drinkbus naar het hoofd van de Fransman Frédéric Moncassin. Hij verloor de controle over zichzelf nadat die een paar levensgevaarlijke bewegingen had gemaakt. Steels werd meteen naar huis gestuurd. Een zeldzame uitschuiver van een renner die ooit vertelde dat de spurten in de Ronde van Frankrijk zo veel van zijn concentratie vroegen dat hij na een week blij was in de bergen te kunnen fietsen. Omdat je daar weer wat kon ademen.Maar een pure sprinter was en bleef Tom Steels. Hij won in zijn lange carrière slechts drie wedstrijden met voorsprong. Hij genoot daar niet één keer van. Omdat hij telkens weer iets had gemist: spanning en sensatie.