Zondag 2 juli - 203,5 km: Düsseldorf - Luik
...

Zouden Christian Prudhomme en parcoursbouwer Thierry Gouvenou gevloekt hebben, toen ze in april het nieuws vernamen dat Mark Cavendish geveld was door klierkoorts en dat diens Tourdeelname op losse schroeven stond? Want na twee jaar waarin de vlakke sprintersetappes vrij beperkt waren (zeven in 2016, slechts vijf in 2015) trekt ASO nu vol de kaart van de snelle mannen. In - op papier - acht à negen etappes, waaronder deze rit, zullen zij zich kunnen uitleven. Prudhomme en Gouvenou kregen goed nieuws toen The Manx Missile vorige week zijn deelname bevestigde. En, gezien alle sprinterskansen, dus het recordaantal etappezeges van Eddy Merckx (34) kan evenaren of verbeteren. Daarvoor moet de Brit wel minstens even goed of beter doen dan vorig jaar, met vier etappeoverwinningen. En of hij daarvoor nu al de vorm te pakken heeft, is de vraag, want klierkoorts is een zeer raar (altijd weer terugkerend beestje). Geen twee maanden geleden sliep Cavendish nog achttien uur per dag, vertelde hij van de week.Net voor de Tour werd hij in de laatste rit van de Ronde van Slovenië wel al tweede, volgens hem de eerste tweede plaats in zijn carrière waar hij tevreden mee was. Op het (weliswaar heuvelachtige) Brits kampioenschap, op zijn Eiland Man, gaf de Dimension Datarenner echter op.Cav mag je nooit afschrijven, maar om de Kittels van deze wereld na zo'n gebrekkige voorbereiding met amper ruim vijf weken training te kloppen, dat wordt zeer moeilijk. Merckx' record blijft dus allicht buiten schot. Ook omdat volgens insiders Cavendish al na ruim een week de Tour zal verlaten, om zijn lichaam niet helemaal uit te putten. Tenzij hij toch een of meerdere ritten zou winnen...De negen sprintersetappes zijn wel gespreid over de hele Tour. Nooit drie achter elkaar, om de verveling tegen te gaan, zoals die bijvoorbeeld toesloeg in de editie van 1999 met zéven opeenvolgende groepssprinten (waarvan vier keer winst voor Mario Cipollini en twee voor Tom Steels).Net daarom is het opvallend dat Gouvenou ervoor koos om vandaag amper Ardennenhellingen op het parcours te leggen richting de vlakke aankomst in Luik. Zo krijg je allicht wél een saai, voorspelbaar koersverloop, in plaats van al een mogelijke eerste miniclash tussen de favorieten. Als de heuvelachtige omgeving er zich toe leent, waarom er dan niet gebruik van maken, wat in het verleden wel meermaals het geval was?Zoals tijdens het eerste bezoek van La Grande Boucle aan Luik in 1948, een legendarische rit gewonnen door geletruidrager Gino Bartali, die grote rivaal Jean Robic met hulp van de Belgen Briek Schotteen Stan Ockers klopte in de sprint. Of zoals voor de Tourrit in 1995, toen Johan Bruyneel als enige een ontketende Miguel Indurain op Les Forges kon volgen en hem op de Boulevard de la Sauvenière te snel af was.Twee ritten over Ardense côtes, maar met een vlakke aankomst. Een oefening die ASO, als organisator van Luik-Bastenaken-Luik, ook in La Doyenne zou moeten maken. Weg van de mistroostige finish in Ans die telkens een grendel op de koers legt, en weer (zoals in de jaren 80) naar het mooie centrum van de Vurige Stede.Misschien een optie voor na 2018, wanneer het contract met Ans afloopt. Intussen doet Luik, dankzij de samenwerking met ASO sinds 1992, zijn reputatie als Belgische maîtresse van de Tour weer alle eer aan. Veel Franse steden en regio's die het met veel minder visites moeten doen.De officieuze start van deze etappe vindt plaats in het centrum van Düsseldorf. Na een korte optocht van zo'n acht kilometer door de historische Altstadt zal er (allicht) direct gevlamd worden, want zes kilometer verder ligt een eerste helling, de Côte de Grafenberg. Hier als eerste bovenkomen kan de bolletjestrui opleveren, al ligt er in de finale nog een bultje van vierde categorie, de Côte d'Olne. Die eerste helling wordt mogelijk ook de springplank voor de vluchters van de dag.Die passeren na een lus van 35 kilometer weer aan de start in Düsseldorf - dat zou een primeur zijn - om zo richting Mönchengladbach te rijden. Daar ligt aan het Borussia-Park, het stadion van de Bundesligaploeg van Thorgan Hazard, de tussensprint van de dag. In totaal staan er 155 kilometers op Duits grondgebied op het menu, met ook nog passages door de historische binnensteden van Jülich en Aken.In La Calamine (Kelmis) fietst het peloton België binnen, voor de laatste 48 kilometer richting Luik. Via de Quai des Ardennes en de bruggen van Fétine en Fragnée vlammen ze daar over het Generaal Lemanplein en de Avenue Blonden naar de eindstreep op de Boulevard d'Avroy, net voorbij het Parc d'Avroy, ter hoogte van de Église Saint-Sacrement. Vlak in de buurt eindigden ook de twee prologen in Luik, in 2004 en 2012, maar deze keer komen de renners vanuit de tegenovergestelde richting.Met ook een veel hogere snelheid, want een massasprint is onvermijdelijk. En dus een strijd tussen de usual suspects: Kittel, Greipel, Sagan... Vooral Kittel is topfavoriet. Hij heeft immers een abonnement op zeges in de eerste massasprint van een grote ronde: zowel in de Giro van 2014 en 2016, als in de Tour van 2013 en 2014 flikte hij dat kunstje. Alleen in de Tour van vorig jaar lukte dat niet, maar nu lijkt de Duitser in (veel) betere doen. Bovendien beschikt hij over een sterk Quick-Steptreintje.Andere kanshebber: de in bloedvorm verkerende Arnaud Démare, vorige zondag nog Frans kampioen geworden. Dylan Groenewegen greep dan weer nipt naast de Nederlandse titel, maar ook hij gaf de voorbije weken blijk van een blakende conditie met vijf zeges. De LottoNL-Jumborenner kan voor de eerste Hollandse sprintzege zorgen sinds die van Jeroen Blijlevens in 1998. Maar wij houden het op Kittel.