De Ronde van Frankrijk mag dan wel een commerciële mastodont zijn, toch beseft Christian Prudhomme dat het echte hart van de Tour bij de miljoenen wielerliefhebbers in Frankrijk en daarbuiten klopt. Passend in het concept om het hart van alle Fransen te veroveren: startplaatsen in piepkleine dorpjes die 's wereld grootste wielercircus voor het eerst mogen ontvangen.
...

De Ronde van Frankrijk mag dan wel een commerciële mastodont zijn, toch beseft Christian Prudhomme dat het echte hart van de Tour bij de miljoenen wielerliefhebbers in Frankrijk en daarbuiten klopt. Passend in het concept om het hart van alle Fransen te veroveren: startplaatsen in piepkleine dorpjes die 's wereld grootste wielercircus voor het eerst mogen ontvangen.Zoals voor deze rit: Eymet, dat amper 2600 inwoners telt. Niet kapitaalkrachtig genoeg om de 65.000 euro (zonder taksen) voor de start van een etappe neer te tellen, maar dat bedrag werd, zoals bij veel andere kleine gastdorpjes, betaald door het departement, in dit geval de Dordogne.Die wondermooie streek verlaten de renners na zo'n zeventigtal kilometer, waarna ze door de vlaktes van de Gers en de Landes richting Pau vlammen, voor een finale van 7,5 kilometer - een primeur - in de straten van de hoofdstad van Pyrénées-Atlantiques, met een laatste rechte lijn van 600 meter. Al is er net na de rode vod wel nog een gevaarlijke chicane bij een rotonde.Het bezoek aan Pau is geen unicum, de stad is voor de 69e keer ville étape - alleen Parijs en Bordeaux mochten de Tour al vaker ontvangen. Het laatste decennium diende Pau wel vooral als startplaats (achtmaal) en als locatie voor de rustdag (vijfmaal). Een eindstreep werd er slechts twee keer getrokken. Met telkens dezelfde winnaar: Pierrick Fédrigo, de renner met de mooiste neus van het peloton, die een vroege ontsnapping tweemaal succesvol afrondde.De vraag is of zo'n vluchtersgroep vandaag kan standhouden. Heeft Quick-Step nog zin om daags voor de eerste Pyreneeënrit Marcel Kittel richting een vijfde sprintzege te loodsen? Zullen andere sprintersteams, gezien de dominantie van de Duitser, alle achtervolgingswerk aan Julien Vermote en ploegmaats overlaten? En een mannetje meesturen in de ontsnapping? Twee vluchters, zoals gisteren, is makkelijk te controleren, maar wat als er een grotere groep van tien man ontsnapt? Al is dat evengoed wishful thinking, en krijgen we alweer een slaapverwekkende etappe, met op het einde een Duitser, genaamd Kittel, die de sprint wint. Zelfs als al zijn ploegmaats zijn opgebruikt, kan hij het nog in zijn eentje redden, zo bewees hij in deze Tour al meermaals. Door een andere tactiek te gebruiken in vergelijking met de vorige jaren: door van achterenuit te komen, terwijl hij vorig jaar zelf altijd de sprintte aanzette en vaak geremonteerd werd door Mark Cavendish.Als Kittel een vijfde keer zou winnen, dan zal hij al nagenoeg zeker van de groene trui. En zal hij zijn afwerkingspercentage in massasprinten in de Tour opkrikken tot liefst 70 procent: dat bedraagt nu 68,42 procent, of 13 zeges op 19 sprinten waarin hij meedeed voor de zege. De rit naar Vittel, waar Kittel werd opgehouden door een valpartij tellen we in dit geval dus niet mee.Ter vergelijking: Cavendish won in zijn carrière 30 van de 53 massasprinten in de Tour waarin hij meesprintte, of 56,60 procent. Minder dan Kittel, maar op de leeftijd van de Duitser (29 jaar), had de nu 32-jarige Brit wel al 25 Touretappes gewonnen, net niet het dubbele.Onderweg naar aankomstplaats Pau, na 104 kilometer, is er één speciale passage: aan de kapel Notre Dame des Cyclistes in Labastide-d'Armagnac - de Franse versie van het wielerkerkje op de Madonna del Ghisallo nabij het Comomeer, waar tijdens de Ronde van Lombardije steevast de klokken luiden.Het verhaal van de Notre Dame des Cyclistes begon midden jaren vijftig, toen priester-wielrenner Joseph Massie verrast werd door een onweer en ging schuilen in een kapel uit de elfde eeuw. Massie was gecharmeerd door het oude gebouw en kwam op het idee om er een wielerkapel in te richten - als ode aan de koersstiel. In 1958 werd de kapel, met de zegen van paus Johannes XXIII, ingewijd. Heel wat wielergoden hebben er sindsdien een shirt (intussen meer dan 600) achtergelaten: Coppi, Bartali, Bobet, Anquetil, Poulidor, Merckx, Thévenet, Hinault, Van Impe, LeMond, Indurain, Ullrich, Museeuw, Armstrong...Het shirt van laatstgenoemde werd in 2012 wel verwijderd, toen de dopingzaak rond de Amerikaan explodeerde. In de Tour van 2000 en 1995 was Armstrong als renner nog aan de kapel gepasseerd, respectievelijk daags voor zijn raid naar Hautacam, en twee dagen nadat zijn ploegmaat Fabio Casartelli was verongelukt op de Portet-d'Aspet. De volgende dag zou The Boss de etappe naar Limoges winnen, als eerbetoon aan de overleden Italiaan.Opvallend: de doortocht in 1995 aan Notre Dame des Cyclistes was een hommage aan Luis Ocaña, die zich in mei 1994, in zijn landhuis in het nabijgelegen Caupenne d'Armagnac, een kogel door het hoofd had geschoten. Op pas 48-jarige leeftijd, mentaal gebroken door de kanker die in hem woedde en financiële problemen. Nadat hij eerder was getrouwd in de wielerkapel van Labastide-d'Armagnac, werd de Spanjaard er ook begraven.De Notre Dame des Cyclistes bracht echter ook geluk. Toch voor Greg LeMond, die bij er bij de start van de Tourrit in 1989, de enige départ ooit aan de kapel, een gele trui achterliet. Die raakte hij later kwijt aan Laurent Fignon, maar veroverde hij terug op de Champs-Elysées in Parijs. Met acht seconden. Het mirakel van Onze-Lieve-Vrouw-van-de-coureurs had zich voltrokken.