Het beperken van het aantal individuele tijdritten leek te botsen met de identiteit van deze wedstrijd, zes aankomsten bergop waren in het voordeel van de klimmers. En door het aantal punten in de tussensprinten te verhogen moest in de strijd om de groene trui de hegemonie van Peter Sagan worden doorbroken.

Maar het zijn niet de inrichters, maar de renners die de wedstrijd maken. Peter Sagan pakte met groot overwicht zijn vierde groene trui en was door zijn aanvalsdrift de met afstand meest attractieve renner in deze Ronde van Frankrijk. En Christopher Froome, zestien dagen in de gele trui, was ook zonder het echte chronowerk drie weken lang de sterkste renner. Attent en zelfverzekerd in de waaieretappe naar Zeeland, geconcentreerd op de kasseien, autoritair in de Pyreneeën, controlerend in de Alpen, op de twee laatste dagen na toen er barsten in het pantser kwamen. Maar het was te laat om de in een vijandig klimaat rijdende Brit van zijn voetstuk te duwen.

Deze Tour gooide alle voorspellingen overhoop. Geen Nairo Quintana die op de cols met moordende tempoversnellingen zijn opponenten tot figuranten zou degraderen, geen Vincenzo Nibali die op de kasseien de tegenstand zou terugslaan, geen Alberto Contador die vond dat het parcours ook voor hem op maat was geknipt. En geen Thibaut Pinot die, een sterk nummer op Alpe d'Huez buiten beschouwing gelaten, zijn derde plaats van vorig jaar zou bevestigen. Hebben zij fouten gemaakt in de voorbereiding? En welke conclusies trekken ze daaruit met het oog op volgend jaar?

Opmerkelijk in deze Tour: de derde plaats van Alejandro Valverde, de vier ritoverwinningen van machtsmens André Greipel, de met een ritzege bekroonde regelmaat van Greg Van Avermaet, de zes Duitse etappeoverwinningen, de dertiende plaats van een zeer verdienstelijke Serge Pauwels, het knappe werk van Kenneth Van Bilsen. Maar ook: 38 opgevers, het gegeven dat slechts zestien renners binnen het uur eindigden, de ereplaatsen voor de heersers van het voorseizoen, John Degenkolf en Alexander Kristoff, de beklemmende anonimiteit waarin Stijn Devolder door deze Tour gleed, de ontnuchterende prestatie van Tim Wellens die op zoek ging naar zijn limieten, van een ritzege droomde en net niet op vier uur eindigde.

Ook nu maakte de Ronde van Frankrijk weer veel enthousiasme los. Vooral de start in Utrecht en de doortocht door Nederland waren overweldigend. Dat een deel van het publiek zich later door de eindeloze reeks verdachtmakingen tegen Chris Froome keerde, wierp anderzijds wel een smet op dit wielermonument. Ook sommige media lagen mee aan de basis van deze hetze. Het is de taak van de pers om vraagtekens te plaatsen en prestaties te kaderen, maar op basis van vermoedens kan je geen renner aan de schandpaal blijven nagelen. Zolang er tegen Froome niets wordt gevonden verdient hij respect.

Het beperken van het aantal individuele tijdritten leek te botsen met de identiteit van deze wedstrijd, zes aankomsten bergop waren in het voordeel van de klimmers. En door het aantal punten in de tussensprinten te verhogen moest in de strijd om de groene trui de hegemonie van Peter Sagan worden doorbroken.Maar het zijn niet de inrichters, maar de renners die de wedstrijd maken. Peter Sagan pakte met groot overwicht zijn vierde groene trui en was door zijn aanvalsdrift de met afstand meest attractieve renner in deze Ronde van Frankrijk. En Christopher Froome, zestien dagen in de gele trui, was ook zonder het echte chronowerk drie weken lang de sterkste renner. Attent en zelfverzekerd in de waaieretappe naar Zeeland, geconcentreerd op de kasseien, autoritair in de Pyreneeën, controlerend in de Alpen, op de twee laatste dagen na toen er barsten in het pantser kwamen. Maar het was te laat om de in een vijandig klimaat rijdende Brit van zijn voetstuk te duwen. Deze Tour gooide alle voorspellingen overhoop. Geen Nairo Quintana die op de cols met moordende tempoversnellingen zijn opponenten tot figuranten zou degraderen, geen Vincenzo Nibali die op de kasseien de tegenstand zou terugslaan, geen Alberto Contador die vond dat het parcours ook voor hem op maat was geknipt. En geen Thibaut Pinot die, een sterk nummer op Alpe d'Huez buiten beschouwing gelaten, zijn derde plaats van vorig jaar zou bevestigen. Hebben zij fouten gemaakt in de voorbereiding? En welke conclusies trekken ze daaruit met het oog op volgend jaar? Opmerkelijk in deze Tour: de derde plaats van Alejandro Valverde, de vier ritoverwinningen van machtsmens André Greipel, de met een ritzege bekroonde regelmaat van Greg Van Avermaet, de zes Duitse etappeoverwinningen, de dertiende plaats van een zeer verdienstelijke Serge Pauwels, het knappe werk van Kenneth Van Bilsen. Maar ook: 38 opgevers, het gegeven dat slechts zestien renners binnen het uur eindigden, de ereplaatsen voor de heersers van het voorseizoen, John Degenkolf en Alexander Kristoff, de beklemmende anonimiteit waarin Stijn Devolder door deze Tour gleed, de ontnuchterende prestatie van Tim Wellens die op zoek ging naar zijn limieten, van een ritzege droomde en net niet op vier uur eindigde.Ook nu maakte de Ronde van Frankrijk weer veel enthousiasme los. Vooral de start in Utrecht en de doortocht door Nederland waren overweldigend. Dat een deel van het publiek zich later door de eindeloze reeks verdachtmakingen tegen Chris Froome keerde, wierp anderzijds wel een smet op dit wielermonument. Ook sommige media lagen mee aan de basis van deze hetze. Het is de taak van de pers om vraagtekens te plaatsen en prestaties te kaderen, maar op basis van vermoedens kan je geen renner aan de schandpaal blijven nagelen. Zolang er tegen Froome niets wordt gevonden verdient hij respect.