Het geduld van Jasper Stuyven

In La Gazzetta dello Sport werden ze afgelopen zaterdag uitgebeeld als drie superhelden uit de film The Avengers: Thor Van der Poel, Captain (America) Van Aert en Iron (Man) Alaphilippe. Onverslaanbaar, zo leek het.
...

In La Gazzetta dello Sport werden ze afgelopen zaterdag uitgebeeld als drie superhelden uit de film The Avengers: Thor Van der Poel, Captain (America) Van Aert en Iron (Man) Alaphilippe. Onverslaanbaar, zo leek het. Maar in wielrennen, en zeker in koersen als Milaan-Sanremo, zijn hersencellen minstens even belangrijk als de pure paardenkracht. Dat is wat de sport ook zo aantrekkelijk maakt, dat vooraf gebeitelde scenario's toch uitgegomd kunnen worden. Zelfs door een renner, Jasper Stuyven, die in het buitenland en zelfs in eigen land vooraf amper werd genoemd als favoriet, al kreeg hij zaterdag in Het Nieuwsblad wel één sterretje.De Vlaams-Brabander had zich echter in stilte klaargestoomd in Parijs-Nice (beste plaats: 14e) en vooraf beslist dat, als de kans zich zou voordoen, hij Tutto o Niente zou spelen. Alles of Niets, zoals hij zaterdagavond zijn Stravafile van de Primavera zou noemen. All-in gaan via een Jasper-move, zoals de pokeraar in Stuyven het zondag op Sporza.be ook verwoordde. In het besef dat als hij echt goed is, hij vaak de juiste beslissingen neemt. Al van bij de jeugd trouwens, want in 2009 werd de Leuvenaar in Moskou wereldkampioen bij de junioren met een verrassingsaanval in de slotkilometer, waardoor hij de sprinters verraste. Tweede toen, op nul seconden: ene Arnaud Démare.Twaalf jaar later pakte Stuyven in La Classicissima weer met een dergelijke Jasper-move uit. De stelling kracht bijzettend dat Milaan-Sanremo vaak beslist wordt in vijftig meter, maar dat niemand vooraf weet waar die vijftig meter precies zullen liggen. Deze keer: op het einde van de afdaling van de Poggio, waar Jappe zich met ruim 70 km per uur lanceerde richting de Corso Cavallotti.Stuyven was dan wel niet de sterkste - hij klampte als negende aan in de groep van elf renners boven op de Poggio - maar speelde nadien zijn troefkaart perfect uit. Weliswaar met het geluk dat zijn generatiegenoot Søren Kragh Andersen - ze eindigden in 2010 nog tweede en vierde in de Vredeskoers voor junioren - in de slotkilometer zonder omkijken overnam en de sprint inleidde. Een sprint met een piek van 60 km per uur die Stuyven vervolgens perfect timede, beginnend op goed honderd meter van de streep. Waardoor hij nét Caleb Ewan, Wout van Aert, Peter Sagan en Mathieu van der Poel kon afhouden. Goed voor een schitterende finishfoto die hij nog decennialang in zijn chocoladewinkel kan hangen, met al die grote namen op de achtergrond.Ook zijn status heeft Jasper Stuyven nu flink opgekrikt, met zijn eerste monument op zak, op zijn bijna 29e (17 april). Een jaar nadat hij de Omloop Het Nieuwsblad won en toen al in de vorm van zijn leven verkeerde. Tot het coronavirus het voorseizoen stillegde, waardoor de Trekrenner zijn conditie niet kon verzilveren. Een jaar later is gerechtigheid geschied, precies zoals hij zijn carrièreplan heeft uitgeschreven: pas vanaf zijn 27e/28e zou hij klaar zijn om klassiekers te winnen. Stuyvens grote verdienste is dat hij dat zélf heeft afgedwongen, met een Jasper-move die de schijnbaar zeer moeilijk te kloppen Avenger-helden schaakmat heeft gezet. Of zoals Albert Einstein het ooit verwoordde: 'Te midden van de moeilijkheid ligt de mogelijkheid.'Een zege van niet alleen een slimme renner, maar ook van een zeer geliefde leidersfiguur/mens binnen zijn Trek-Segafredoteam, zo bleek ook uit de zéér oprechte en grote blijdschap bij zijn ploegmaats. Die twee uur in de bus hadden gewacht om de Belg te feliciteren. Een gebaar dat Stuyven evenzeer plezier deed als zijn zege op zich. Niet toevallig sloot hij zijn Instagrampost af met de hashtags #WeAreATeam en #weridetogetherwedietogether. Vooraf gegaan door: #allornothing. Alles of Niets. Tutto o Niente. Het werd alles.Twee uur na het WK in Imola, september vorig jaar. In de bus van de Belgen wachten alle ploegmaats van Wout van Aert geduldig hun kopman op, tot die klaar is met alle plichtplegingen. In de bus bedankt de Kempenaar hen voor hun uitmuntende werk, zich excuserend omdat hij niet heeft gewonnen. Waarop zijn helpers voor één dag hém beginnen te troosten. 'Het beste WK dat we als Belgen ooit gereden hebben', klinkt het later bij onder meer... Jasper Stuyven. Niet toevallig was hij in Imola de kamergenoot van Wout van Aert, en de eerste tweehonderd kilometer zijn bodyguard in de koers. Stuyvens streep lag op twee ronden van het einde, maar in de voorlaatste ronde deed hij nóg een kopbeurt. Allesgevend voor de Belgische kopman, maar intussen ook een vriend. In navolging van hun twee vriendinnen, Sarah en Elke, die het heel goed met elkaar konden vinden toen ze in de zomer van 2018, tijdens een hoogtestage van hun partners in Livigno, elkaar voor het eerst ontmoetten.Dat het ook tussen Van Aert en Stuyven klikte, is niet verwonderlijk: twee gelijkgestemde zielen, twee ultraprofessionals. Als hun wegen elkaar kruisen, gaan ze dan ook geregeld samen op trainingspad. Zoals half december, toen Van Aert een stage in Girona inlaste, en er twee duurtrainingen van vier en vijf uur afwerkte met Stuyven en diens ploegmaat Ryan Mullen.Heeft die band tussen Stuyven en Van Aert meegespeeld in de finale van Milaan-Sanremo? Toen de Herentalsenaar niet reageerde op het moment dat de Leuvenaar wegsprong in de afdaling, terwijl hij vooraan zat en normaal heel vlug op het wiel springt? Toen Van Aert ook de benen - die 'goed genoeg waren om te winnen' - stilhield nadat hij een kilometer voor de finish een kloof op de weggesprongen Tom Pidcock had gedicht? De factor Caleb Ewan, die even later aansloot, speelde daarin ongetwijfeld de grootste rol. Maar onderschat ook het zeer loyale karakter van de Kempenaar niet, die het WK in Imola nog niet is vergeten. Dan zal hij niet zelf de achtervolging op Stuyven op gang brengen, als hij nog een sprint in de benen heeft. Natúúrlijk wilde Van Aert heel graag zélf winnen en had hij zijn vriend graag geklopt in een één-tegen-één-duel. Niettemin gunde hij hem ook zijn gloriemoment: na de finish ging Van Aert zijn vriend heel hartelijk feliciteren. Zelfs zijn Jumbo-Vismaploeg tweette een foto van beide heren, uitbollend na de finish op de Via Roma: "Rivals and friends!"Een van de bepalende momenten van de 112e Milaan-Sanremo: Mathieu van der Poel die zich 600 meter voor de voet van de Poggio goed voorin handhaaft, maar vervolgens overspoeld wordt door onder meer AG2R en Deceuninck-Quick-Step. En zonder ploegmaats aan de voet van de Poggio terugvalt tot positie 25, terwijl Julian Alaphilippe en Wout van Aert zich perfect kunnen positioneren achter de INEOS-trein, rond de tiende stek.Een achterstand die Van der Poel nog kan overbruggen, maar door het zeer hoge tempo van INEOS (met name van Filippo Ganna) in de eerste kilometers van de Poggio kost het hem veel krachten om in haarspeldbochten en de daaropvolgende rechte stroken in de zijwind op te schuiven. Wanneer Julian Alaphilippe zijn verwachte aanval lanceert, op dezelfde plaats als vorig jaar, moet Van der Poel weer een kloofje van tien meter dichten, en dán al een maximale wattage van 1293 duwen, aan een maximale hartslag van 196. Een tweetrapsraket heeft hij vervolgens niet meer in de benen. Zoals Van der Poel ook stilviel in de sprint, met nochtans een snellere aanzet dan Van Aert (68 vs. 66 km per uur). Duidelijk niet beschikkend over superbenen - nog steeds vermoeid na zijn 52 km lange solo in Tirreno-Adriatico? Iets wat de Nederlander na de aankomst ook zelf aangaf: 'Ik had niets over op de Poggio.'Minstens evenveel betekenend: 'Deze koers? Zeker niet mijn favoriet. Man, die nervositeit!' Achteraf ook bevestigd door vele renners, die héél hectische finale. En net dát is het kryptoniet van de Nederlandse Superman op twee wielen. Ondanks zijn sublieme stuurmanskunsten houdt MvdP niet van het gedrum. Wat al meermaals is gebleken toen hij als lead-out fungeerde voor ploegmaat/sprinter Tim Merlier: een Michael Mørkøv is de Nederlander hoegenaamd niet.Van der Poel kan door zijn immense motor weliswaar vlug een scheve positionering rechtzetten, maar in zo'n massasprint, of in de hectische aanloop naar de Poggio, ontbreekt hij het inzicht om zich goed te plaatsen. Zeker zonder ploegmaats, zoals zaterdag het geval was. Niet verwonderlijk voor iemand die al van bij de jeugd ver voor de finish alleen wegknalde, en dat nog steeds doet. Zaterdag was het dag op dag 22 jaar geleden dat Lotto voor het laatst Milaan-Sanremo won, met een aanval in de slotkilometer van toenmalig boegbeeld Andrei Tchmil. Sindsdien is Lotto nooit zo dichtbij de zege geweest als afgelopen zaterdag, met Caleb Ewan. Die had in 2018 wel al eens naar de tweede plaats gesprint, strandend aan het achterwiel van Vincenzo Nibali. Maar zaterdag maakte de Australiër nog meer indruk: als twééde kwam hij boven op de Poggio, nadat hij fluks de aanvallen van Alaphilippe en Van Aert had beantwoord. In wat nochtans de derde snelste beklimming ooit was geweest (5'51"), slechts vijf seconden trager dan het record van Laurent Jalabert/Maurizio Fondriest in 1995 (5'46"). Zijn aanwezigheid was echter dé remmende factor in de achtervolging op Stuyven. Ook omdat Ewan geen ploegmaat meer had om voor hem de sprint in te leiden. Iets waar hij zich achteraf terecht over beklaagde: John Degenkolb eindigde in een groepje op zes seconden, Philippe Gilbert finishte op bijna twee minuten, en Tim Wellens blies zich vreemd genoeg helemaal op halfweg de Poggio.Omdat slechts drie teams twee renners in de kopgroep hadden - Bahrain met Colbrelli en Mohoric, BORA-hansgrohe met Sagan en Schachmann en INEOS met Pidcock en Kwiatkowski - die elkaar bovendien geen handje toestaken, moest Ewan zich weer tevreden stellen met een tweede plaats. Tot zijn zeer grote ontgoocheling. Des te opmerkelijker was het dat hij in Tirreno-Adriatico al na twee ritten ziek moest opgeven. Maar de Aussie kon nadien toch weer goed trainen, de vruchten plukken van zijn frisheid, en van de trainingen waarin hij inspanningen zoals op de Poggio, van vijf à tien minuten, had nagebootst.Ewans klimcapaciteiten zijn dan ook onderschat, als een renner die in zijn jeugdjaren opgroeide in het heuvelachtige deel van New South Wales, en daar meer dan zijn mannetje stond. Afgelopen winter had de Lotto-Soudalrenner nochtans aangegeven dat hij in 2018 zijn kans had verkeken, en dat hij nooit Van der Poel of Alaphilippe zou kunnen volgen op de Poggio. Het tegendeel bleek waar. Nu alleen hopen op meer steun van zijn ploeggenoten in de finale. Zodat hij wél om de zege kan sprinten.