De geschiedenis van Brugge als gaststad van wielerwedstrijden gaat verder terug dan men op het eerste gezicht misschien zou vermoeden. 'De allereerste wedstrijd op Brugse bodem dateert al van ruim 150 jaar geleden', zegt stadsarchivaris Jan Anseeuw. 'Op 21 augustus 1870 was er al sprake van een "kampstrijd voor trapwagens" op de Binnenvest, tussen Ezelpoort en Dampoort. Er waren twee snelheidswedstrijden voorzien over twee kilometer, één voor 'vélocipèdes' met een voorwiel van minder dan één meter hoog en één voor exemplaren met een hoger voorwiel. Daarnaast was er zowaar ook een wedstrijd om ter traagst, over 150 meter. Ten slotte was er nog een derde type koers: een hindernissenparcours tegen de tijd. Het prijzengeld van 200 frank, verdeeld onder de eerste en tweede van elke wedstrijd, ging nagenoeg integraal naar George Tonnelier, een Brusselse ingenieurszoon, en Benoni Barbier, zoon van een zadelmaker uit Zwevezele.'

Die eerste wielerwedstrijd in Brugge kende overigens enkele wereldwijde primeurs in, stipt Anseeuw aan. 'Op de bewaarde deelnemerslijsten zijn achter de rennersnamen nummers bijgeschreven. Dat kunnen niet anders dan de identificatienummers zijn geweest voor op de rug en/of de fiets. Het zou de eerste keer zijn dat er voor een wielerwedstrijd rugnummers werden gebruikt. Een andere primeur was de installatie van een 'geschillencommissie' avant la lettre.'

Wielpeerd

Anno 1870 bestond de fiets, of wat daarvoor doorging, al een halve eeuw. Het eerste model, de naar de Duitse uitvinder baron Karl von Drais genoemde draisine, dateert van 1817. Het betrof een loopfiets. Pas toen de Franse familie Michaux begin jaren 1860 op het idee kwam om pedalen te monteren op het voorwiel, kon er snelheid worden gemaakt. Zo rijpte ook de idee om koersen te organiseren. Eerst in Frankrijk, en op 11 april 1869 voor het eerst ook in België, op de Boulevard du Béguinage (de huidige Begijnhoflaan) in Gent. Vervolgens sprongen onder meer Charleroi, Ukkel, Roeselare en Brussel op de koerskar, maar ook Brugge zette zich dus al snel in het wiel, ter gelegenheid van de jaarlijkse stadsfeesten.

De opkomst van de 'vélocipède' of het 'wielpeerd' werd in Brugge (en elders) met de nodige argwaan onthaald, niet het minst in katholieke kringen, die er een symptoom in zagen van de 'verfoeilijke' liberalisering van de samenleving. 'De Brugse priester-dichter Guido Gezelle, bijvoorbeeld, liet in die tijd niet na om het in zijn ogen vaak roekeloze fietsgebruik door de mangel te halen', zegt Anseeuw. 'Het kon de snelle doorbraak van het fietsverkeer en de wielersport evenwel niet tegenhouden.'

Lees meer over de rijke wielergeschiedenis van Brugge in de WK-gids van Sport/Voetbalmagazine. Koop hem in de boekenwinkel of hier online.

De geschiedenis van Brugge als gaststad van wielerwedstrijden gaat verder terug dan men op het eerste gezicht misschien zou vermoeden. 'De allereerste wedstrijd op Brugse bodem dateert al van ruim 150 jaar geleden', zegt stadsarchivaris Jan Anseeuw. 'Op 21 augustus 1870 was er al sprake van een "kampstrijd voor trapwagens" op de Binnenvest, tussen Ezelpoort en Dampoort. Er waren twee snelheidswedstrijden voorzien over twee kilometer, één voor 'vélocipèdes' met een voorwiel van minder dan één meter hoog en één voor exemplaren met een hoger voorwiel. Daarnaast was er zowaar ook een wedstrijd om ter traagst, over 150 meter. Ten slotte was er nog een derde type koers: een hindernissenparcours tegen de tijd. Het prijzengeld van 200 frank, verdeeld onder de eerste en tweede van elke wedstrijd, ging nagenoeg integraal naar George Tonnelier, een Brusselse ingenieurszoon, en Benoni Barbier, zoon van een zadelmaker uit Zwevezele.' Die eerste wielerwedstrijd in Brugge kende overigens enkele wereldwijde primeurs in, stipt Anseeuw aan. 'Op de bewaarde deelnemerslijsten zijn achter de rennersnamen nummers bijgeschreven. Dat kunnen niet anders dan de identificatienummers zijn geweest voor op de rug en/of de fiets. Het zou de eerste keer zijn dat er voor een wielerwedstrijd rugnummers werden gebruikt. Een andere primeur was de installatie van een 'geschillencommissie' avant la lettre.'Anno 1870 bestond de fiets, of wat daarvoor doorging, al een halve eeuw. Het eerste model, de naar de Duitse uitvinder baron Karl von Drais genoemde draisine, dateert van 1817. Het betrof een loopfiets. Pas toen de Franse familie Michaux begin jaren 1860 op het idee kwam om pedalen te monteren op het voorwiel, kon er snelheid worden gemaakt. Zo rijpte ook de idee om koersen te organiseren. Eerst in Frankrijk, en op 11 april 1869 voor het eerst ook in België, op de Boulevard du Béguinage (de huidige Begijnhoflaan) in Gent. Vervolgens sprongen onder meer Charleroi, Ukkel, Roeselare en Brussel op de koerskar, maar ook Brugge zette zich dus al snel in het wiel, ter gelegenheid van de jaarlijkse stadsfeesten. De opkomst van de 'vélocipède' of het 'wielpeerd' werd in Brugge (en elders) met de nodige argwaan onthaald, niet het minst in katholieke kringen, die er een symptoom in zagen van de 'verfoeilijke' liberalisering van de samenleving. 'De Brugse priester-dichter Guido Gezelle, bijvoorbeeld, liet in die tijd niet na om het in zijn ogen vaak roekeloze fietsgebruik door de mangel te halen', zegt Anseeuw. 'Het kon de snelle doorbraak van het fietsverkeer en de wielersport evenwel niet tegenhouden.'Lees meer over de rijke wielergeschiedenis van Brugge in de WK-gids van Sport/Voetbalmagazine. Koop hem in de boekenwinkel of hier online.