De rapste beklimming ooit van L'Alpe d'Huez staat nog altijd op naam van Marco Pantani al bestaat over diens snelste tijd wel discussie: 36'50'' in 1995 of 37'35'' in 1997 (wat het meest wordt aangenomen). Dat hij, en alle andere toppers, toen op andere brandstof reden, blijkt duidelijk uit de snelste klimtijd van de Alp in de Tour van 2011 (41'45''), op naam van Samuel Sánchez.

Bekijk hier hoe Pantani in 1997 naar zijn recordtijd snelde voor Jan Ullrich en Richard Virenque.

De renners beklimmen in deze rit twee keer L'Alpe d'Huez. De tweede keer na de afdaling van de Col de Sarenne, die in de Dauphiné ook al eens werd afgelegd en die Tony Martin "crimineel, levensgevaarlijk en onverantwoord" noemde. "Wat als het gaat regenen? Er is geen vangrail, als je een bocht mist ben je er geweest", vreest de Duitser.

Uit het filmpje van Sergey Kurdyukov, een verzorger van Astana, blijkt dat hij niet heeft overdreven.

De rapste beklimming ooit van L'Alpe d'Huez staat nog altijd op naam van Marco Pantani al bestaat over diens snelste tijd wel discussie: 36'50'' in 1995 of 37'35'' in 1997 (wat het meest wordt aangenomen). Dat hij, en alle andere toppers, toen op andere brandstof reden, blijkt duidelijk uit de snelste klimtijd van de Alp in de Tour van 2011 (41'45''), op naam van Samuel Sánchez. Bekijk hier hoe Pantani in 1997 naar zijn recordtijd snelde voor Jan Ullrich en Richard Virenque. De renners beklimmen in deze rit twee keer L'Alpe d'Huez. De tweede keer na de afdaling van de Col de Sarenne, die in de Dauphiné ook al eens werd afgelegd en die Tony Martin "crimineel, levensgevaarlijk en onverantwoord" noemde. "Wat als het gaat regenen? Er is geen vangrail, als je een bocht mist ben je er geweest", vreest de Duitser. Uit het filmpje van Sergey Kurdyukov, een verzorger van Astana, blijkt dat hij niet heeft overdreven.