1. België 14.186 punten
...

1. België 14.186 punten2. Italië 13.8293. Frankrijk 11.963Ziedaar de top drie van de UCI World Ranking voor landen (de punten in alle UCI-koersen van de acht beste renners van elk land samengeteld, verzameld over voorbije twaalf maanden). Het seizoen is nog niet helemaal voorbij - deze week nog de Ronde van Turkije en volgende week de Chinese Ronde van Guangxi -, maar België lijkt, zonder een late putsch van de Italianen, op weg naar de nummer éénpositie eind dit jaar. Dat is sinds 1984 nooit gebeurd. Toen werd het FICP-klassement ingevoerd, wat in 1993 overging in het UCI-klassement, en vanaf 2005 in de ProTour/WorldTourranking. En sinds 2017 (althans alleen voor landen) weer in een World Ranking waarin alle UCI-koersen (en dus ook niet WorldTourkoersen) meetellen. Om die koppositie nog beter in te schatten: in de laatste 25 jaar eindigde België in het landenklassement slechts drie keer in de top drie: 3e in 2014, 2e in 2011 en 3e in 2010. Dit jaar dus allicht voor het eerst op één. Dankzij vooral Greg Van Avermaet die de individuele World Ranking als leider zal sluiten, aangevuld met de punten van Philippe Gilbert (10e), Tim Wellens (28e), Jasper Stuyven (32e), Oliver Naesen (38e), Dylan Teuns (39e), Tiesj Benoot (50e) en Sep Vanmarcke (56e). Zeven landgenoten in de top 50 van de World Ranking - én ook van de WorldTour, het hoogste klassement - ook dat is lang geleden: van 1991. Opvallend: alleen Teuns scoorde met eindzeges in de Rondes van Wallonië en Polen en de Artic Tour of Norway zwaar in rittenkoersen, de zeven anderen hoofdzakelijk in het eendagswerk. Ondanks een tegenvallend WK en geen enkele toptienstek in klimklassiekers Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije waren onze landgenoten daarin absolute top. Met Van Avermaet dus als uitschieter: zijn uniek klavertjevier (Omloop, E3, Gent-Wevelgem, Parijs-Roubaix) bezorgde hem al van in het voorjaar zowel de koppositie in de World Ranking als in de WorldTour. Ondanks een 'mindere' zomer en najaar, met alleen ereplaatsen, voldoende om eindwinnaar van beide klassementen te worden (telkens voor Chris Froome). Ook dát is uitzonderlijk, want sinds de invoering van het FICP-klassement in 1984 was slechts één Belg erin geslaagd om op het einde van het seizoen zich - cijfermatig - tot de beste allroundrenner te kronen: Philippe Gilbert in 2011 (toen alleen het WorldTourklassement bestond). Zelfs een podiumplaats was de laatste 25 jaar vrij zeldzaam: Tom Boonen 3e in 2012 en 2e in 2005, Gilbert 2e in 2010, en Frank Vandenbroucke 3e in 1999. That's it. Johan Museeuw won in 1995 en 1996 wel de Wereldbeker, maar dat ging alleen om een klassement van eendagsklassiekers. Na eindwinst in de individuele en de landenranking had België zelfs een unieke drieklapper kunnen realiseren, maar Quick-Step zal, tenzij het een grote achterstand van 456 punten goedmaakt in de Ronde van Guangxi, allicht net tekortschieten om Team Sky van de koppositie in het teamklassement van de WorldTour te houden. In dat geval blijft Omega Pharma-Lotto in 2011 de enige Belgische ploeg die die ranking kon winnen.