Verbetenheid en, zo vonden zijn critici, een zekere arrogantie kenmerkten de renner Bernard Hinault. Voor wie te jong is om de Das in zijn glorie te kennen, trok Hennie Kuiper deze vergelijking: 'Elke kampioen is anders, maar Lance Armstrong en Bernard Hinault hebben veel met elkaar gemeen. Die nijd in de ogen, die gedrevenheid, die koppigheid, het lef om tegen alles en iedereen in te gaan. Ze konden iets afdwingen zonder zelfs maar te trappen. Dat is weinigen gegeven.' Ongetwijfeld gruwt Hinault van die omschrijving. Sinds de val van Armstrong staat de Das vooraan om de Amerikaan af te branden. Omdat hij zichzelf in hem herkende? Van Armstrong is geweten dat hij de concurrentie afdreigde wanneer men uit de pas liep. Hinault verkocht de jonge Joël Pelier een klap met een fietspomp toen die demarreerde op een moment dat de Das niet zinde. De Tourdirectie liet begaan. Le Patron was onaantastbaar.
...

Verbetenheid en, zo vonden zijn critici, een zekere arrogantie kenmerkten de renner Bernard Hinault. Voor wie te jong is om de Das in zijn glorie te kennen, trok Hennie Kuiper deze vergelijking: 'Elke kampioen is anders, maar Lance Armstrong en Bernard Hinault hebben veel met elkaar gemeen. Die nijd in de ogen, die gedrevenheid, die koppigheid, het lef om tegen alles en iedereen in te gaan. Ze konden iets afdwingen zonder zelfs maar te trappen. Dat is weinigen gegeven.' Ongetwijfeld gruwt Hinault van die omschrijving. Sinds de val van Armstrong staat de Das vooraan om de Amerikaan af te branden. Omdat hij zichzelf in hem herkende? Van Armstrong is geweten dat hij de concurrentie afdreigde wanneer men uit de pas liep. Hinault verkocht de jonge Joël Pelier een klap met een fietspomp toen die demarreerde op een moment dat de Das niet zinde. De Tourdirectie liet begaan. Le Patron was onaantastbaar. Hoe koppig was Hinault? In 1981 heeft hij al twee Tours, een Vuelta en een Giro op zak, met een wereldtitel, de Waalse Pijl, de Ronde van Lombardije en twee keer Luik-Bastenaken-Luik erbovenop. De Bretoen verkondigt hautain dat hij wint hoe en waar hij wil. Vaak is het met kleine verschillen: waarom je uitsloven als het resultaat toch hetzelfde is? In 1980 ontdekt Hinault de aantrekkingskracht van heroïek. Nooit was een zege indrukwekkender dan Hinaults lange solo in Luik-Bastenaken-Luik. Rondom hem woedt een Ardense sneeuwstorm. Een uitgewoonde Das geeft bij de finish toe dat hij voortdurend aan opgeven dacht, zelfs toen de overwinning hem niet meer kon ontsnappen. De tweede komt binnen op negenenhalve minuut, amper 21 renners halen de meet. Hinault verliest die dag permanent het gevoel in twee vingers, maar dat hindert niet: hij heeft zich in de legende gefietst. Bernard Hinault wint dat jaar zijn derde Tour, met vijf ritzeges erbovenop, toch blijft zijn Ardense heldendaad de aandacht opeisen. Op het wereldkampioenschap in het Franse Sallanches gaat Le Blaireau door op dat elan. Met 6000 hoogtemeters is het een van de lastigste WK's ooit. Hinault rijdt de concurrentie één na één de vernieling in. Niks tactiek, niks berekening, maar stampen en blijven stampen tot de rest in de touwen hangt. In de winter van 1981 wordt de wereldkampioen een wortel voorgehouden: moet hij, als Noord-Fransman, ook eens niet uitpakken in die helse klassiekers van het Noorden? De Ronde van Vlaanderen veegt Hinault van tafel. Hij startte er één keer, in 1978, en was toen niet te spreken over de Koppenberg: 'Dit is koersvervalsing: je kunt geen kant op. Wie slim is, laat twee of drie ploegmaats met opzet tegen de grond gaan. Al wie volgt, zit in de val. Ik ben een renner, geen circusartiest.' Voor Parijs-Roubaix weten ze hem wel te prikkelen. Roger De Vlaeminck en Francesco Moser wonnen zeven van de tien voorgaande edities. De suggestie dat Hinault bang is om zich met deze kasseikoningen te meten, doet de Das overstag gaan. Niemand gelooft in zijn kansen, ook al was Hinault in 1980 al eens vierde geworden in Roubaix, op meer dan zes minuten van winnaar Moser. Bernard Hinault is een lichtgewicht van 66 kilo, beter gewapend voor Alpencols dan voor kasseien, die zijn frêle lijf van hot naar her doen denderen. De Das haat de keikoppen. Rit 9 uit de Ronde van Frankrijk van 1979, van Amiens naar Roubaix, heeft daar veel mee te maken. Hinault rijdt lek, pal op de pavés. Joop Zoetemelk trekt ten aanval en neemt drie minuten, met de gele trui erbovenop. Hinault weert zich geweldig, maar een stakingspiket en een compleet verbrokkeld peloton maken tijdverlies onvermijdelijk. Dat was het probleem met kasseien: ze houden geen rekening met vorm of status. Soms zit alles tegen. Wanneer er voor de Tour van 1980 opnieuw kasseistroken worden aangekondigd, organiseert Hinault een rennersstaking. De anekdote van Joël Pelier en de fietspomp vloeit daaruit voort: Pelier waagt het om toch gewoon te koersen en voelt de woede van de Das. Bij de start van Parijs-Roubaix 1981 wordt Hinault omhelsd door Louison Bobet. Exact 25 jaar eerder tekende Bobet voor de voorlopig laatste Franse zege. Bij de vaderlandse pers leeft het idee dat Franse renners te week zijn voor de Helletocht. Parijs-Roubaix is voer voor echte mannen en die vind je jammer genoeg in Frankrijk niet. De nationalist Hinault voelt zich tekortgedaan. Maar luid verkondigen dat hij de favorieten uit Vlaanderen en Italië gaat kloppen, doet de Das niet - die schroom gaat nochtans in tegen zijn karakter. 12 april 1981 is een grauwe, zonloze dag. De overtrokken hemel dreigt elk moment een storm te baren, toch blijft de plensbui uit. De dagen voordien had het anders stevig geregend. Overal liggen plassen. Tractoren smeerden het slijk over elke kasseistrook. Sommige passages zijn simpelweg onberijdbaar. Motoren en volgwagens lopen vast in de modder. De renners zijn honden in een kegelspel: voortdurend in de weer om obstakels te ontwijken. Een gecrashte motard blokkeert de weg. Hinault, die af en toe aan veldrijden heeft gedaan, neemt zijn fiets op zijn schouders en snijdt een stuk af door een wei. Het halve peloton zit vast achter de volgauto van koersdirecteur Félix Lévitan die dwars komt te staan op een drukke kasseistrook. Valpartijen teisteren de renners en Bernard Hinault krijgt meer dan zijn deel. De Das smakt wel zevenmaal tegen de grond. Eén keer had het dramatisch kunnen eindigen: een zwarte poedel rent tegen zijn wiel op de kasseistrook van Gruson. Ei zo na belandt Hinault met zijn hoofd tegen een elektriciteitspaal. Er bestaan indrukwekkende foto's van de onthutste Hinault die overeind krabbelt na het incident met de hond. Zijn woeste blik zou een aambeeld doorklieven. De kopgroep was in het gewoel een minuut van hem weggereden. Een ontketende Das dicht de kloof in een oogwenk. Vooraan zitten drie oud-winnaars van Roubaix: Moser, De Vlaeminck en de immer onstuimige Marc Demeyer. De Vlaeminck heeft een uiterst gemotiveerde ploegmaat in steun: Hennie Kuiper won één week eerder de Ronde van Vlaanderen. De Nederlander geeft grif toe dat hij de zege dankt aan De Vlaeminck en is zo collegiaal om met gelijke munt terug te betalen. Ze rijden zich de ziel uit hun lijf, niemand slaat een beurt over, toch komt Hinault onweerstaanbaar dichterbij. De Fransman demarreert zodra hij de groep bijhaalt, maar de wielergoden willen dat het op een sprint aankomt. Hinault rijdt lek en wordt weer ingelopen. De Das koerst met een aura van ongenaakbaarheid. Hij zet zich op kop voor een schijnbaar eindeloze aflossingsbeurt: zo meedogenloos hard dat niemand er maar aan denkt om te demarreren. Zijn spurt is een onwaarschijnlijk staaltje lef. Bernard Hinault voert nog voor de bel van de laatste ronde het tempo op. Hij rijdt op kop en heeft sprintbommen in zijn zog: normaal is dat zelfmoord. Met nog 200 meter te gaan duikt Guido Van Calster binnendoor. Het lijkt de winnende move, maar het zware verzet van Hinault haalt de bovenhand. En waar blijven de kasseikoningen? De Vlaeminck en Moser laden hun kanon, maar hun sprint sterft aan het bracket van Hinault. Een geëmotioneerde Louison Bobet helpt hem het podium op: de Franse droogte is ten einde! Als koning van het product placement, lang voor die term bestond, drukt Hinault bij de podiumviering opvallend een flesje Perrier tegen de borst. Het lijkt een wederopvoering van een reclamecampagne van de bruiswaterproducent: Frankrijk hangt op dat moment vol affiches waarbij de Tourkampioen grote teugen Perrier in zijn mond laat stromen. In de interviews portretteert Bernard Hinault zich opnieuw als Le Patron, de man die wint hoe en waar hij wil. Of hij zich zegezeker wist in die sprint, wil een reporter weten. Ha, natuurlijk, antwoordt Hinault: 'Ik hield de vlaggen in de gaten. In het laatste stuk naar de finish stond rugwind. De anderen zochten bescherming achter mijn rug. Ik dacht: laat ze die fietslengte maar goedmaken zodra ik de wind in het gat heb! Ik was vandaag de sterkste, ja, maar ook de slimste.' Een getergde Hinault gaat nu helemaal loos. Zijn oneliner ' Paris-Roubaix est une connerie!' - Parijs-Roubaix is onzin! - achtervolgt de Das tot op vandaag. Een oudere en wijzere Hinault probeert naderhand het beeld bij te stellen: 'Dat citaat is een eigen leven gaan leiden. Ik bedoelde niet dat ik Parijs-Roubaix haatte. Integendeel: dit is een prachtige koers. Maar er zijn risico's aan verbonden: wie kan het ontkennen? Er bestaan twee types renners: zij die de Ronde van Frankrijk kunnen winnen en zij die dat nooit zullen doen. Voor wie de Tour kan winnen, is Roubaix inderdaad une connerie. Eén gemene valpartij en je Tourkansen zijn weg. Beginnende coureurs raad ik aan er één of twee keer van te proeven. Ze zullen snel doorhebben of het hen smaakt.' Hinault werd na zijn carrière bezadigder en diplomatischer. Zijn uithaal naar Roubaix komt vaak ter sprake, te meer omdat de Das in dienst treedt bij ASO, organisator van de Tour en van Parijs-Roubaix. Dertig jaar is Hinault de ceremoniemeester van de Ronde van Frankrijk, in 2016 stopte hij daarmee. De ooit zo rebelse Bernard Hinault wordt het uithangbord van het wielerestablishment: zijn tijdgenoten hebben dat altijd een vreemd beeld gevonden. In 1982 rijdt de dan 27-jarige Hinault voor de laatste keer Parijs-Roubaix. Hij is die dag niet sterk genoeg om de forcing te voeren, maar bepaalt op zijn eigen manier toch wie er wint. Ludo Peeters trekt ten aanval, tot ergernis van Patron Hinault. Hij gaat verhaal halen bij Jan Raas, de kopman van Peeters. 'Een knecht mag toch Parijs-Roubaix niet winnen? Zo'n winnaar degradeert deze koers!' Hinault zet zich op kop en de voorsprong van Peeters smelt zienderogen. Raas geeft de Das zijn zin: Peeters laat zich uitzakken. Wanneer Raas demarreert, zet Hinault zich rechtop, als wil hij signaleren: zo is het goed. Zelf eindigt Le Blaireau op een anonieme negende plek, vlak na Ludo Peeters. Het is genoeg geweest met die connerie. Wanneer journalisten hem vragen waarom hij niet terugkeert naar de Hel van het Noorden pareert Hinault in zijn typische stijl: 'Met welk recht eist men van mij dat ik me afbeul op de kasseien? Ik verlang toch ook niet van een ander dat hij langere werkdagen klopt?' Hinault is niet alleen de laatste Tourwinnaar met een overwinning in Roubaix. Tot Peter Sagan dat kunstje nadoet in 2018, was hij ook de laatste die een Kassei won in de wereldkampioenentrui. 'Uit mijn wereldtitel volgde Parijs-Roubaix', verklaart Hinault. 'Ik kon als wereldkampioen toch niet wegblijven uit de grote klassiekers? Ik wilde mij tonen en had die winter getraind als nooit tevoren. Het maakt me trots dat ik de specialisten kon kloppen. Zonder de kracht van de regenboogtrui was het me nooit gelukt.'