Zaterdag 6 juli - 194,5 km - Brussel - Brussel

6 juli 1969: Eddy Merckx wint, op weg naar zijn eerste Tourzege, de tijdrit in Divonne-les-Bains.

6 juli 1970: weer is de Kannibaal, nu in een gewone etappe, de snelste in Divonne-les-Bains.

6 juli 1972: Merckx legt in Bordeaux een tijdrit als snelste af.

6 juli 1974: de Brusselaar zegeviert in Gaillard.

De handen in de lucht steken op 6 juli: vier keer deed Merckx het - zijn succesvolste Tourdag.

Als bij toeval start, exact 50 jaar na Merckx' eerste 6-julioverwinning, La Grande Boucle in zijn Brussel, de tweede Grand Départ, na 1958. Het parcours van deze openingsrit is dan ook een aaneenschakeling van knipogen naar De Grootste Ooit.

Allereerste gele trui

Na de officieuze start op de Grote Markt trekken de renners zich op gang via Molenbeek en Anderlecht, met passages langs het Edmond Machtensstadion (waar sinds 2015 het nieuwe RWDM speelt, in de 1e klasse amateurs) en langs het Constant Vanden Stockstadion van Anderlecht.

Van RWDM was Merckx in zijn jonge jaren fan (hij begon als voetballer bij White Star, dat na twee fusies uiteindelijk RWDM werd), en daarna bekeerde hij zich, via boezemvriend Paul Van Himst, tot Anderlechtsupporter. Na zijn rennerscarrière voetbalde Merckx zelfs tien jaar bij de veteranen van paars-wit.

In de diepe finale van deze etappe passeren de renners ook in Tervuren, waar de Kannibaal in 1969 woonde, en in Sint-Pieters-Woluwe, waar hij opgroeide en in 1969, na een ploegentijdrit, zijn allereerste gele trui veroverde.

Tussen de start en de aankomst maken de renners een grote lus, met na goed 40 kilometer een passage in Ninove, langs het huis van Jumbo-Vismarenner Laurens De Plus, en vervolgens de twaalfde Tourpassage op de Muur van Geraardsbergen (de laatste twee keren dateren al van 2004 en 1992, toen respectievelijk Bram de Groot en Thierry Marie er als eerste bovenkwamen) en daarna nog de Bosberg.

Opvallend: niet op het einde van deze etappe, wat de finale wat meer had gepeperd, omdat volgens parcoursbouwer Thierry Gouvenou het peloton niet via het westen of noordwesten Brussel kon bínnenrijden. Reden: te veel tramsporen, rotondes, verkeersremmers...

En dus te onveilig voor een hectische finale. Twee dagen heeft Gouvenou nochtans naar een oplossing gezocht, maar tevergeefs.

Ode aan Hazard

Animo zal er vanaf de start niettemin wel zijn, alleen al om de strijd voor de eerste bolletjestruipunten op de Muur (derde categorie) en Bosberg (vierde categorie).

Vooral de Wanty-Gobertrenners van ploegleider Hilaire Van der Schueren, die aan de voet van de Bosberg woont, zullen zich roeren - Hilaire zou zelfs al een aanvalsplan bedacht hebben. Kijk vooral uit naar streekrenners/Tourdebutanten Aimé De Gendt (wiens vader een bandencentrale openhoudt in Ninove), Frederik Backaert en Xandro Meurisse.

Na de Bosberg steken de renners de taalgrens over, richting 's-Gravenbrakel, waar ongetwijfeld ingezoomd zal worden op het stadion van Royal Stade Brainois, waar Eden Hazard en zijn broers Thorgan en Kylian begonnen te voetballen.

Na het keerpunt in Charleroi gaat het noordwaarts, met eerst nog een kasseistrook van 1,9 kilometer, op 76,5 kilometer van de finish - dat wordt weer drummen geblazen op smalle wegen. En dus valpartijen verzekerd.

Via onder meer de Leeuw van Waterloo gaat het daarna richting de licht oplopende finish (tot 4%) in Brussel, op de Koninklijke Parklaan voor het Kasteel van Laken.

Een andere aankomst dan in 2010, toen de Tour voor het laatst arriveerde in de Belgische hoofdstad, aan de poorten van het Koning Boudewijnstadion op de Houba de Strooperlaan. De 36-jarige Alessandro Petacchi sprintte er naar de zege, na een tumultueuze finale met liefst drie valpartijen, onder meer met Mark Cavendish en Jürgen Roelandts.

Geen sprinters meer

De kans dat voor de ogen van koning Filip een landgenoot op deze 6 juli de snelste is - exact twintig jaar na de spurtzege van Tom Steels in Laval (1999), of precies 40 jaar na de etappeoverwinning van Ludo Delcroix in Roubaix (1979) - is echter klein, bij gebrek aan Belgische rappe mannen. Zeker in wat je kunt beschouwen als het échte WK voor sprinters. In Parijs zijn immers vaak al wat snelste renners naar huis.

De laatste zege van een landgenoot in een massasprint dateert zelfs al van 2008, toen Gert Steegmans won op de Champs-Elysées, een jaar nadat hij met ploegmaat Tom Boonen een duet opgevoerd had in Gent. Nota bene als laatste niet-Fransman die voor eigen volk een Tourrit won, iets waar 27 'buitenlanders', onder wie 14 Belgen, ooit in geslaagd zijn.

Rik Van Looy realiseerde het zelfs tweemaal (Jambes 1963, Luik 1965), net als Freddy Maertens (Hasselt en Brussel 1981). Maertens was ook de laatste landgenoot die triomfeerde in de Belgische hoofdstad. En hij zal dat allicht ook blijven.

Geel voor oranje?

Groter is de kans dat een Nederlander, Dylan Groenewegen, victorie kraait. Die is al maanden met één ding bezig: die openingsrit winnen en geel pakken, 30 jaar na de laatste Nederlandse leider in de Tour, Erik Breukink, die in 1989 de proloog in Luxemburg won.

Met Tony Martin, Wout van Aert, kersvers Noors kampioen Amund Grøndahl Jansen en Mike Teunissen beschikt hij over een ideale sprinterstrein, die niet moet onderdoen voor die van Deceuninck-Quick.Step.

Daar rekenen ze op Elia Viviani, met Maximilianio Richeze en Michael Morkov als gangmakers. Viviani is belust op revanche na een mislukte Giro en uit op zijn eerste Tourritzege ooit - hij nam dan ook slechts één keer deel.

Belangrijkste concurrent van dat duo wordt Caleb Ewan, de pocketsprinter van Lotto-Soudal die als lichtgewicht altijd goed scoort op lichtoplopende finishes en Groenewegen onlangs nog klopte in de Ster ZLM Tour.

Ook Peter Sagan, weer op niveau na een minder voorjaar, zal niet ver van het podium eindigen, na wat een chaotische rit en sprint belooft te worden. En dan voelt Sagan zich als een vis in het water.

Onze voorspelling: Caleb Ewan klopt nipt Dylan Groenewegen. Peter Sagan eindigt als derde.