Vrijdag 19 juli - Pau - Pau (27,2 km)

Op deze dag 100 jaar geleden, 19 juli 1919, trok Eugène Christophe in Grenoble de allereerste gele trui aan, tot jolijt van zijn collega's die hem uitlachten en hem een kanarie noemden.

Vandaag is de maillot jaune een emblematisch symbool en daarom wilde Tourbaas Christian Prudhomme een even emblematische start en aankomst voor deze rit.

De keuze viel op Pau, met de départ niet toevallig nabij Le Tour des Géants, een in 2015 geopende permanente tentoonstelling met daarin een digitale totempaal (inclusief QR-code) voor elke eindwinnaar van de Tour. Zo kunnen bezoekers, al scannend, in de historie van de gele trui duiken.

Een geschiedenis waarin Pau een belangrijke rol heeft gespeeld: al 70 keer, sinds zijn Tourdebuut in 1930, was het ville étape. "Wij zijn permanent kandidaat", aldus Josy Poueyto, Madame Tour de France van de stad en députée van het departement Pyrénées-Atlantiques. Zij en burgemeester François Bayrou onderhouden een directe lijn met Christian Prudhomme.

De stad Pau heeft zelfs een aparte cel die de (bijna jaarlijkse) passages van de Tour in goede banen leidt. Dit jaar trouwens ook van de Vuelta - georganiseerd door ... ASO - want op 3 september is Pau er het eindpunt van een tijdrit.

De tweede in anderhalve maand, want ook vandaag staat dus een race tegen de klok op het programma. Opvallend, in zijn rijke Tourverleden vond in Pau slechts twee keer een tijdrit plaats: in 1939 met de Zwitser Karl Litschi als winnaar en in 1981 toen Bernard Hinault de Australiër Phil Anderson uit het geel fietste.

Alles voor de Fransen

Dit is de enige individuele tijdrit in deze editie. Slechts 0,78 procent van de totale afstand van de Tour (3480 km). Alleen de editie van 2015 dook daar nog onder met slechts 13,8 km (de openingstijdrit in Utrecht), het minste aantal individuele chronokilometers sinds de Tour in 1934 de discipline introduceerde.

Ter vergelijking: in 1978 waren dat, Bernard Hinault ter wille, liefst 189 km, plus nog eens 156 km per ploeg. Fransen zijn nu eenmaal chauvinisten, en dus beperkt ASO de tijdritten nu tot een minimum. Officiële reden: "Omdat de tijdsverschillen in de cols tegenwoordig klein blijven, mogen de (grotere) tijdsverschillen in de chronoproeven de Tour niet beslissen."

Belangrijkste reden echter: de discipline is geen spek voor de bek van Romain Bardet en Thibaut Pinot, de twee Franse lievelingen.

Tot grote ontgoocheling van de Zwitserse specialist Stefan Küng, die na de parcoursvoorstelling tweette: "Als ik verhalen uit het verleden hoor, over vlakke, 50 km lange TT's, dan lijken ze een sprookje."

Maar dat zal Christian Prudhomme worst wezen. "Voor ons is het belangrijk dat er na Hinault in 1985 weer eens een Fransman de Tour wint", gaf hij vorig jaar toe bij de voorstelling van het boek over Jan Janssen, 50 jaar na diens eindwinst.

En dus past de Tourbaas ook het parcours aan: geen vlakke tijdritten - voer voor de specialisten - maar glooiende tot heuvelachtige.

Al telt deze proef wel minder hoogtemeters dan in de 31 km lange tijdrit naar Espelette in 2018: toen 550 hoogtemeters, inclusief vier (steile) klimmetjes, tegenover zo'n 400 nu.

Met als belangrijkste obstakels de côte de Bosdarros (vorig jaar, weliswaar in omgekeerde richting, nog op het parcours van de Tour du Piémont Pyrénéen, de beloftekoers waarvan Gilbert Duclos-Lassalle koersdirecteur is) en dan de côte d'Esquillot.

Twee klimmetjes van ongeveer 1 km aan 7 à 9 procent, al overbruggen de renners in de eerste 6,5 km ook al 100 hoogtemeters.

Na de côte d'Esquillot volgt een korte technische afdaling en nog een vlak stuk van een zevental kilometer, met richting finishlijn in Pau nog een laatste knik omhoog van zo'n 500 meter.

Averij voor klimmers

Voortgaande op de tijdrit van vorig jaar zullen er tussen de specialisten weinig tijdsverschillen te noteren zijn - Tom Dumoulin, Chris Froome en Geraint Thomas eindigden toen in Espelette binnen de 14 seconden.

Maar klimmers als Romain Bardet, Thibaut Pinot, Mikel Landa of Nairo Quintana zullen hoe dan ook averij oplopen als de schijnbaar blinkende Geraint Thomas ook in het tijdrijden weer zijn niveau van vorig jaar haalt.

Mogelijk kan hij vrijdagavond al een voorsprong hebben van meer dan twee minuten op veel van zijn concurrenten. Op Steven Kruijswijk (4e in de stand), Emanuel Buchmann (5e) en zijn rechterhand Egan Bernal (3e) na, want dat zijn geen sukkelaars tegen de klok.

Het grote verschil met 2018 is dat deze chronoproef nog voor het echte hooggebergte ligt, waardoor de klimmers hierna zullen moeten aanvallen om hun achterstand weer goed te maken - zoals Richard Carapaz deed in de Giro.

Of hen dat ook zal lukken, valt nog te bezien, want evengoed ligt de Tour vrijdagavond al in een beslissende plooi.

Van Aert 34 jaar na Vanderaerden

Voor ritwinst in Pau is, na de mysterieuze opgave van wereldkampioen Rohan Dennis, Wout van Aert een van de topfavorieten, misschien zelfs dé topfavoriet. Op een soortgelijke tijdrit (qua lengte en hoogtemeters) in de Dauphiné overklaste hij iedereen.

Al zal de Belgische kampioen nu wel een kwaaie klant hebben aan vooral Geraint Thomas, Stefan Küng, Chad Haga, Soren Kragh Andersen, Kasper Asgreen en bij INEOS ook Jonathan Castroviejo en Michal Kwiatkowski. Als zij tenminste daags voor de Tourmalet voluit zullen gaan. Zij moeten, in tegenstelling tot Thomas, immers geen klassement verdedigen.

Als Van Aert wint, dan zou hij een uitzonderlijke dubbelslag realiseren. Een groepssprint winnen in de Tour én ook nog een lange tijdrit, dat is in het hedendaagse wielrennen heel weinigen gegeven.

Voor zo'n dubbelslag moet je in de Ronde van Frankrijk zelfs al teruggaan naar 1985 toen Eric Vanderaerden de chronorit won in Villard-de-Lans en de massasprint in Bordeaux.

De laatste debutant in de Tour, zoals Van Aert in deze editie, die daar in slaagde? Bernard Hinault, die in 1978 twee tijdritten naar zijn hand zette en de snelste was van een groep van veertig renners in Saint-Etienne.

Freddy Maertens deed het, ook als nieuweling in de Tour, hem al voor in 1976, met liefst drie tijdritzeges en vijf gewonnen groeps/massasprinten. Een mooi lijstje om daar je naam bij te zetten.

Een 'goed' teken: Van Aert eindigde in de eerste Pyreneeënrit als 164e, als drie na laatste van de grupetto, 26 minuten na winnaar Simon Yates.

Krachten gespaard om in de tijdrit te vlammen en een hoofdstukje Belgische wielergeschiedenis te schrijven.