Zaterdag 20 juli - Tarbes - Tourmalet (117,5 km)

Op 20 juli 1969 stelde Eddy Merckx in Parijs zijn eerste eindwinst in de Tour definitief veilig. En dus kon La Grande Boucle, exact 50 jaar later, niet anders dan ook op deze dag een eerbetoon brengen.

Met een aankomst op de Tourmalet, waar de Kannibaal in die legendarische editie zijn fabuleuze monstervlucht richting Mourenx lanceerde.

Een arrivee op de top van de beroemde Pyreneeëncol: het gebeurde slechts twee keer eerder in de Tourgeschiedenis: de laatste maal in 2010, toen Alberto Contador en Andy Schleck er een verbeten duel in de dichte mist uitvochten. Gewonnen door de Luxemburger, al stelde de Spanjaard wel zijn gele trui veilig (die hij later weer zou kwijtraken door zijn clenbuterolplas).

36 jaar eerder, in 1974, triomfeerde Jean-Pierre Danguillaume ook in een mistsluier. Na een solo van 97 km, waarin de Peugeotrenner onderweg bij de passage in Lourdes, met oog op de nakende Tourmalet, een helpende hand gevraagd had aan de Heilige Maagd Maria.

En blijkbaar ook kreeg, want de Fransman won ook de volgende dag, in Pau.

Mini-etappes

Die rit, in 1974, richting de Tourmalet was 119 km lang, 2 km meer dan die van vandaag, de kortste etappe van deze Tour.

De voortzetting van de trend van de laatste jaren, weliswaar iets minder extreem dan in 2018, toen met bergritten van 65 en 100 km. Al volgen in de slotweek van deze editie wel nog twee korte Alpentochten, van 126,5 en 130 km.

Het gemiddelde van de zeven bergetappes ligt zo op 162 km, het op één na laagste sinds 1990, na de 141 km van vorig jaar. Ter vergelijking: in 1993 bedroeg dat gemiddelde nog... 223 km.

Het ziet ernaar uit dat Christian Prudhomme die lijn ook de komende jaren zal doortrekken, met misschien nog kortere ritten. Af te leiden althans uit het parcours van de Tour de l'Avenir van 2019, ook georganiseerd door ASO en vaak een testlabo voor zijn grote broer.

De laatste drie bergetappes, naar Méribel-Col de la Loze (een nieuwe klim die in de Tour nog zal opduiken), Tignes en Corbier, tellen welgeteld 23,4 km (!), 74,3 km en 79,1 km.

Echte Tourmalet

Kort of niet: net als in 2018, in de 65 km-rit naar de col de Portet, met zijn 2215 meter "un Tourmalet Bis" genoemd, zal ook in deze etappe alles gespeeld worden op de slotbeklimming, de 'echte' mythische Tourmalet.

Al relativeerde Bradley Wiggins onlangs, in een podcast voor Eurosport, het belang van die legende: "Het gaat omhoog, op asfalt. Het enige wat telt, is dat je gemiddeld 400 watt kunt duwen. Je zult niet minder afzien omdat je de Tourmalet beklimt."

Opvallend: de laatste 70 km van deze rit zijn een kopie van die in de etappe naar de Tourmalet in de Tour 2010.

Die was wel 174 km lang, met in het begin de col de Marie-Blanque, maar ging daarna ook over de col du Soulor (via de panoramische noordkant, vanuit Arbéost, 11,9 km aan 7,8%) en met de Tourmalet dus als eindpunt.

Die mytische col wordt ook nu via de moeilijkste zijde, vanuit het westen en Luz-Saint-Sauveur, beklommen: 19 km aan 7,4%, met de twee steilste kilometers (10,9% en 9,8%) net voor de top op 2115 meter.

De beklimming is zelfs 600 meter langer dan in 2010, want toen werd de zogenaamde Laurent Fignonroute genomen, nu volgen de renners alleen de départementale D918.

Uithouding

De grote vraag: kan Julian Alaphilippe hier standhouden tegenover de beste klimmers, voor de eerste keer in het hooggebergte in de Tour (ruim 2000 meter)? Kan hij na de inspanning van ruim twintig minuten op La Planche des Belles Filles en de 35 minuten inspanning in de tijdrit ook een col met een klimtijd van ruim 50 minuten aan?

Heeft de tweevoudig winnaar van de Waalse Pijl de uithouding om zo lang die hoge wattages aan te houden, bovendien boven de 2000 meter?

Zeker als de strijd op de Tourmalet, volgens de verwachtingen, vroeg zal losbarsten. De klimmers die al op grote achterstand staan (Bardet, Pinot, Fuglsang, het Movistarduo Quintana/Landa) zullen niet lang wachten om de boel in brand te steken.

Mogelijk leggen Movistar en/of Groupama-FDJ zelfs al voor de Tourmalet, op de Soulor, een moordend tempo op, richting de voet van de slotcol. Veel afstand moeten ze vanuit de start in Tarbes niet afleggen.

INEOS-trein

Interessant wordt ook de tactiek van Team INEOS. Wacht Geraint Thomas af? Of zet hij zijn INEOS-trein op de sporen, met Egan Bernal als laatste locomotief? Om Alaphilippe af te matten met een constant hoge snelheid en hem zo vroeg mogelijk te lossen.

Op Enric Mas (ook top vijf en volgens Alaphilippe nog altijd de kopman van Deceuninck-Quick-Step), en misschien Dries Devenyns/Kasper Asgreen na, heeft de Fransman immers geen ploegmaats die hem in de cols kunnen bijstaan.

Of speelt Deceuninck-Quick-Step het tactisch door Mas mee te sturen in een aanval? Een tactiek die INEOS ook kan hanteren met Bernal.

Een ding is zeker: pas als Alaphilippe ook deze test doorstaat, kan je van hem een topkandidaat maken voor de gele trui.

Interessant om te weten: aan de Tourmalet bewaart Juju wel goeie herinneringen, want op deze col (bekommen vanuit de andere zijde) kwam hij vorig jaar als... eerste boven, in de bolletjestrui. Weliswaar als snelste van een vluchtersgroep waarin hij eerder had moeten lossen.

Een voorteken? Of spat de gele droom van de Fransen nu al uiteen?