Zondag 21 juli - Limoux - Prat d'Albis (185 km)

Oktober 2016. Henri Nayrou, president van het departement Ariège, neemt Christian Prudhomme mee naar een voor de Tour onontgonnen terrein. Een klim genaamd Prat d'Albis (de 't' en de 's' moeten worden uitgesproken), boven de stad Foix. Dan nog een terrein voor schapen- en koeienkuddes, bergwandelaars, mountainbikers en paragliders.

Het is zelfs Yves Bordes, een van de stichters van de paraglidersclub Aigles de Cabaillère, die Nayrou erop gewezen heeft dat Prat d'Albis een Touraankomst verdient, en omgekeerd.

Prudhomme, een fan van postkaartplaatjes, is meteen verbluft door het panorama op de top: een weids uitzicht op Foix en zijn gelijknamige rotskasteel, op de vlakte in het noorden die zich uitstrekt tot Toulouse, en op Pyreneeën in het zuiden.

Adembenemend mooi, maar tegelijk ook een moordende klim. "Alsof je een sneeuwpanter spot, even in extase bent, en vervolgens wordt opgegeten", omschreef een wielertoerist uit de buurt het op Twitter.

Nochtans 'slechts' 6,9% gemiddeld over 11,8 km, maar een typische Pyreneeënklim: smalle, bochtige weg, korrelig asfalt en enkele heel steile kilometers, de vierde aan 10,5%, de zesde aan 11%.

De finishlijn ligt op slechts 1205 meter hoogte, maar dat is niet het hoogste punt van de bergkam. De weg kronkelt immers nog 4 km verder, tot de top van Le Bout de Touron, op 1450 meter.

Kastelenrit

Een zwaar slot van een, qua decor, al even mooie etappe. Helemaal in de Ariège, door Henri Nayrou bestempeld als "Corsica, maar dan zonder de zee".

Met onderweg passages langs zes kastelen van de Katharen, een religieuze groep uit de late middeleeuwen: de châteaux van Puivert, Montségur, Roquefixade, Miglos, Montréal de Sos en van Foix.

De fictieve start vindt ruim 185 km eerder plaats, op Esplanade François-Mitterrand in Limoux, bekend van zijn gelijknamige blanquette, een mousserende schuimwijn, en van zijn zés wekend durend carnaval.

Daarna volgt een zeer pittige rit, van ruim 4300 hoogtemeters, 1000 meer dan in de etappe naar de Tourmalet.

Na allicht een weer razende start - meer dan zaterdag heeft een vroege vluchtersgroep met sterke klimmers (en misschien ook weer Belgen) meer kans op slagen - volgt na 60 km de col de Montségur, aan het gelijknamige kasteel (6,8 km aan 6%).

Mogelijk zal Peter Sagan opnieuw present tekenen in die vroege ontsnapping, belust op de punten aan de tussensprint na 93 km. Al lijkt hij nu al zijn groene trui op zak te hebben.

Na 120 km ligt de Port de Lers (11,4 km aan 7%, maar zeer onregelmatig) en na 147 km de Mur de Péguère. Die heeft zijn naam niet gestolen: na een eerste 6 km aan 5,5% wacht daarna letterlijk een muur: ruim 3 km aan respectievelijk 13%, 12,6% en 11%, met een piek tot 18%, bovendien op een slecht bollend weggetje.

Tot 2012 duurde het eer de Mur de Péguère debuteerde in de Tour. Sandy Casar kwam er als eerste boven, voor Gorka Izagirre, Peter Sagan en Philippe Gilbert, die deel uitmaakten van een kopgroep.

De toppers hielden hun kruit echter op zak toen de weg in de slotkilometer bezaaid bleek met spijkers. Het regende lekke banden, onder meer voor Cadel Evans. Geletruidrager Bradley Wiggins legde uit protest het peloton stil.

Om zo'n incident, maar ook om een oponthoud op de smalle weg te vermijden, besliste Christian Prudhomme om bij de volgende passage, in 2017, geen toeschouwers toe te laten in de laatste steile kilometers.

Het hielp, want de doortocht, met Warren Barguil als eerste op de (muisstille) top - onderweg naar zijn ritzege in Foix - verliep vlekkeloos.

Ook nu wordt het een klim zonder enthousiaste wielerfans. Op de smalle slotklim van Prat d'Albis worden die wel toegelaten, maar moeten ze hun auto's en campingcars beneden in Foix parkeren, net als het grootste deel van de Tourkaravaan trouwens.

Te voet naar boven dus, al kunnen de koersliefhebbers wel plaatsnemen op 'natuurlijke tribunes', zoals Prudhomme het omschrijft.

Belg op 21 juli?

Daar zullen ze allicht een mooie strijd zien, maar de vraag is: zal die al vroeger losbarsten? Eventueel al op de Mur de Péguère, waar op de top 8, 5 en 2 bonusseconden liggen te wachten?

Als die nog niet opgeraapt zijn door vroege vluchters voldoende voor bijvoorbeeld Thibaut Pinot om, daags voor de rustdag, hier te versnellen? In de afdaling zou hij eventueel gesteund kunnen worden door eerder vooruitgestuurde ploegmaats.

Of zal die ruim 25 lange afzink, tot de voet van Prat d'Albis, elke aanvalslust wegnemen? En zal er dus een vluchter zegevieren - een Belg op 21 juli (exact 45 jaar na de ritzege van Eddy Merckx in 1974 in Parijs)?

Na ruim twee weken koersen, met de tijdrit in Pau en de Tourmalet nog in de benen, zal de vermoeidheid alleszins toeslaan. En zullen de benen van enkele klassementsrenners die op de Tourmalet kraakten, nu al definitief breken.

Ook omdat de hitte (in Foix temperaturen tot 31 graden) een steeds grotere factor wordt.

Jumbo-Visma sterkste blok

Als geletruidrager Julian Alaphilippe blijft verbazen en ook hier, na zo'n zware Pyreneeëntocht over meerdere cols, standhoudt, en Thibaut Pinot zich opnieuw de beste klimmer toont, dan zal de Franse droom alleszins alleen maar groter worden.

© Sirotti / Icon Sport

Zeker nu Team INEOS, met kopman Geraint Thomas, zwakker blijkt dan verwacht. En ook rechterhand Egan Bernal de Fransen Pinot en Alaphilippe in de slotmeters niet kon volgen.

Jumbo-Visma, met Steven Kruijswijk, lijkt nu zelfs het sterkste blok. De Nederlander staat er bovendien om bekend dat hij in de derde week alleen maar beter wordt (of minder slecht dan de andere).

Misschien wordt de Franse droom dan wel een oranje droom.