Donderdag 25 juli - Embrun - Valloire (208 km)

'De hoogste Tour in de geschiedenis', omschreef Christian Prudhomme de editie van 2019 bij de parcoursvoorstelling. Met liefst zeven cols boven de 2000 metergrens, waarvan, na de Tourmalet in de Pyreneeën, liefst zes in de Alpen.

Ter vergelijking: de afgelopen Vuelta telde slechts één zo'n klim (Coll de la Rabassa, 2015 meter), de jongste Giro, na het schrappen van de Passo di Gavia, twee (Lago Serru, 2247 meter en Passo Manghen, 2047 meter).

In de voorbije 15 Touredities bedroeg het gemiddeld aantal tweeduizenders 3,6. Nu dus het dubbele, met drie van die cols in deze rit.

Na de start langs het wondermooie meer van Serre-Ponçon in Embrun en een klimmetje met een al even mooie naam, de côté des Démoiselles Coiffées, krijgen de renners achtereenvolgens col de Vars (2109 meter), de col d'Izoard (2360 meter) en de col du Galibier (2642 meter) voorgeschoteld.

Geen unicum, want in 2011 gingen ze in de 18e rit nóg hoger met ook de Izoard en Galibier, en de Col d'Agnel (2744 meter) als voorproefje.

Geen toeval dus, dat veel renners in de voorbereiding op de Tour meer dan ooit op grote hoogte gingen trainen en slapen, om zich aan te passen. Niet aan de zuurstofarme lucht, want op elke hoogte zit er evenveel zuurstof in de lucht (20,9%).

Alleen komt door door de lagere luchtdruk wel minder vlot zuurstof in de longen. De negatieve impact op de VO2Max tussen zeeniveau en 1800 meter bedraagt bijvoorbeeld 7 procent, tussen 1800 en 2800 meter nog eens min 15 procent, al kan dat per individu wel sterk verschillen.

Bijvoorbeeld voor Alejandro Valverde, die altijd blokkeert boven de 2000 meter. De Colombianen Egan Bernal en Nairo Quintana zullen zich dan weer beter voelen: de INEOS-renner werd geboren in Zipaquirá op 2650 meter, de Movistarrenner zag het levenslicht in Cómbita, gelegen op zelfs 2825 meter.

Ook andere klassementsrenners verblijven tegenwoordig zoveel op grote hoogte dat ze daaraan gewend zouden moeten zijn. Geraint Thomas laste bijvoorbeeld drie hoogtestages in voor de Tour, en heeft naar eigen zeggen geen probleem met de grote hoogte. Hij kijkt er zelfs naar uit, verklaarde hij op de rustdag.

Op topniveau, en zeker in deze derde week van een loodzware Tour, kan het kleinste verschil echter beslissend zijn.

Ook omdat de hittegolf blijft duren - al wordt het op de top van de Galibier slechts 18 graden, mogelijk zelfs gepaard met hevig onweer - ook dat kan een factor worden.

Geen Souvenir Desgrange

Niet alleen de hoogte zal een rol spelen, ook de afstand van de rit (207 km) en het aantal hoogtemeters: bijna 5000. De Vars, Izoard en Galibier hebben bovendien een gelijkaardig profiel: in de eerste helft stijgingspercentages van 4 tot 7%, maar richting de top, en dus boven de 2000 meter, kilometers tot 9 à 10%.

Van de Izoard wordt de zwaarste zuidkant beklommen (met het feeërieke rotslandschap La Casse Déserte), van de Galibier de makkelijkste zijde, langs de Lautaret.

Een kilometer voor de top, op 2642 meter, passeren de renners er het monument dat in 1949, 70 jaar geleden, opgericht werd ter nagedachtenis van Henri Desgrange, de stichter van de Tour.

De Souvenir Desgrange wordt echter niet hier, maar op de nog hogere col de l'Iseran (2764 meter, in de rit naar Tignes) uitgereikt - in tegenstelling tot de drie Touredities waarin een nog hogere col werd beklommen dan de Galibier (2007 Iseran, 2008 Cime de la Bonette, 2011 col d'Agnel) en de Souvenir lag te wachten een kilometer boven het standbeeld van Desgrange.

Andy Schleck streek in 2011 zo de 5000 euro op, want hij er triomfeerde na een aanval van 62 km over de Izoard en de Lautaretkant van de Galibier, zoals in deze etappe.

© PHOTOPQR/L'EST REPUBLICAIN

Linke afdaling

Nu ligt de aankomst wel niet op de top (waar ook bonusseconden te verdienen zijn), maar in Valloire. Na een afdaling van 19 km, met vooral een zeer technische eerste 8 km, tot Plan Lachat. Een meesterdaler kan hier nog een poging wagen.

En een klassementsrenner kan hier ook kostbare seconden verliezen, zeker als er een onweer zou losbarsten. Geletruidrager/waaghals Julian Alaphilippe zou een slag kunnen slaan, maar dan moet hij er op de top van de Galibier wel nog bij zijn, en dat is twijfelachtig.

Thibaut Pinot zou vroeger met dichtgeknepen billen over de top zijn gereden, maar staat tegenwoordig meer dan zijn mannetje in de afdalingen.

Vechten hij en de andere klassementsrenners om de ritzege? (vergeet Mikel Landa niet) Of wordt het weer een strijd op twee fronten? Met vroege vluchters (Simon Yates voor een derde etappezege?) en ook renners die belust zijn op de 93 punten voor het bergklassement (het meeste van alle ritten).

Op de +2000-meterbeklimmingen in deze Tour die óók als buiten categorie bestempeld worden zijn immers dubbele punten te verdienen. Niet alleen aan de finish, ook ervoor: in deze rit dus op de Izoard en Galibier, in de volgende etappe op de col d'Iseran.

© BELGA

Als leider Tim Wellens hier veel punten kan sprokkelen, kan hij een heel goeie zaak doen. Moet hij te vroeg afhaken of raakt hij niet mee in de vroege ontsnapping, dan zal hij zijn bolletjestrui allicht kwijtraken.

Aan een vluchter die het maximum van de punten kan scoren op alle toppen. Of aan Thibaut Pinot als die bij de eersten de top van de Galibier zou ronden.

Merckx en Valloire

Aan aankomstplaats Valloire bewaart Eddy Merckx zowel goeie en slechte herinneringen. Hij won er in 1972 een Tourrit, toen hij in een halve etappe van amper 51 km op de top van de Lautaret/Galibier 20 seconden achterstand had op Joop Zoetemelk. De Brusselaar raapte in de afzink Joaquim Agostinho en Jan Janssens op, en net voor de finish Zoetemelk, die hij in Valloire versloeg in de sprint. De enige keer tot nu dat het skidorp als eindpunt van een etappe diende.

In 1975 leidde een start in Valloire wel het definitieve einde van Merckx in de Tour in, toen hij, twee dagen na zijn fameuze inzinking op Pra Loup, in het stuur van Ole Ritter haakte, viel en zijn kaakbeen brak.

De Kannibaal beet figuurlijk op zijn tanden tot in Parijs, om nog een tweede podiumplaats na Bernard Thévenet te behalen, maar noemt dat nog altijd dé fout in zijn carrière.

De Grootste Aller Tijden zou erna nooit meer dezelfde zijn.